Vogeltjes…

Zaterdag, 15 augustus 2020.

In Nederland is er sprake van een ware hittegolf. Niet een paar dagen, maar min of meer langdurig, met temperaturen boven de dertig, richting veertig. De Volkskrant schrijft over tropische hitte. Ik moet er een beetje om lachen, maar ik weet maar al te goed hoe een hittegolf in NL kan aanvoelen en ik vergelijk het met hier. Binnen altijd rond de 28, met meestal een verfrissende wind door de kamer met vier open deuren, maar als je buiten komt en de zon op je huid voelt is het schroeien geblazen. Op facebook zag ik een leuke foto. Bij de duinen. Even meekijken, haha.

Zondag, 16 augustus 2020.

Judy en ik bezoeken het huis van Pinkie om daar na lange tijd weer es onze twee biggen te bekijken, Blond en Bruin. Elk ruim een meter lang. Een goed resultaat. Opgeborgen in een kleine nipa-hut onder de waslijnen. Pinkie zelf is er niet, we worden opgevangen door haar broer en door de buurvrouw, Elfie. De laatste neemt ons mee naar haar huis, waar we Lyndon, haar man, zien en die ons een sateetje geeft. We bewonderen hun winkeltje met doorgeefluik, hun honden met pup, de konijnen, het aquarium (een houten bak op de grond met plastic bekleed) met goudvissen en op een schap zes plastic bekers met elk een sluierstaart, voor de verkoop.

Alsof we nog niet genoeg dieren hebben gezien worden we meegetroond naar het huis van Liesje en Leo. Daar staan vijf grote bakken met siervisjes, van groot tot klein, van goud en zwart tot spierwit. De bakermat. Bovendien moet ik de kooi met een gevangen eekhoorn zien én natuurlijk de beo, die er prachtig uitziet met z’n zwart pak en gele kraag en die een goeie fluit heeft, naast een regelmatig terugkerende verzuchting: “Oh, nooo!”.

Thuisgekomen, half twaalf, zijn we dorstig en bezweet, door die koperen ploert boven ons hoofd en te weinig schaduw op de weg. Omkleden!

Maandag, 17 augustus 2020.

De week is weer begonnen en zoals vaak snort Judy weer op de motor naar Quezon, om belastingen voor Rammel te regelen, en oooh, wat verrassing, het postkantoor is open en ze hebben post uit NL ontvangen. Post van februari, maart en april. Dat geeft hoop voor post van mei, juni, juli, haha.

Hoe dan ook: er is vandaag verjaardagspost bij, voor mij, en aan het eind van de middag zit ik onder meer te genieten van “60 jaar Asterix”, presentje uit Assen.

We eten gemarineerde garnalen bij een zonsondergang, die op de plaat gaat om te laten zien waar hij vandáág onder gaat (de oranje vlek) plus een door mij ingebrachte blauwe maan, waar de zon op 16 juni onder ging. Twee maanden geleden dus. Op 16 december, als we de kortste dag van het jaar hebben, ga ik proberen eveneens de sunset (dan nog veel verder naar links) vast te leggen. Met een verschil van zes maanden op de kalender en op de klok niet meer dan een kwartier. Altijd rond 18u35.

We krijgen om zeven uur vanavond nog twee gasten die de kubo gebruiken voor overnachting. Gasten vanuit Rizal, die hier twee weken geleden ook al eens sliepen. Ze vinden het hier een prachtige plek, en gelijk hebben ze. Die zullen we vaker gaan zien.

Dinsdag, 18 augustus 2020.

Judy weer naar Quezon. Belastingen voor derden vreten tijd en inspanning. Albert verschijnt met z’n top-down en neemt m’n fiets mee voor reparatie aan de versnelling. Ik wil meer fietsen maar in de huidige situatie is het geen doen. Ik hoop dat het de motor-bike-shop in Quezon lukt om het weer soepel te laten werken zodat ik weer lekker kan fietsen.

Judy ruilt een aantal flessen met zeep voor vier boeken. Voor mij. Grote verrassing. Het geeft me – mede na gisteren – het directe gevoel van een Boekenweek. Vier Engelse (streep maar door: Amerikaanse) boeken, van Tatiana de Rosnay, Susan Mallery, Jim Lehrer en Armistead Maupin.

In de loop van de middag komen Liesje en Leo langs om te praten over de biggen en hun moeder. Nogmaals. Dochtertje Zijzij is er ook bij en ze krijgt een glaasje cola. Als ze vertrekken is haar cola nog niet op, maar geen nood: de cola in een plastic zakje met een rietje erin en zo gaat het mee naar huis. Net zoals het in de winkels in Quezon en Simunong gebeurd: flesje blijft in de winkel, de cola gaat mee in een zakje.

Om half vijf raast de ‘habagat’ over huis en haard. Zuidwestenwinden met horizontale en snoeiharde regen. Als de donder ramen en deuren dicht, en een dweil tegen de onderkant van de tuindeuren. Tien minuten wachten en het is voorbij. Tijdens happy hour hebben we weer wat zon, haha.

Wel heeft het geweld van de habagat er voor gezorgd dat de tak waaraan twee inmiddels zware citroenen hangen is afgeknapt. Dus dat betekent dat ze ‘rijp zijn voor de keuken’.

Woensdag, 19 augustus 2020.

Met de post die we maandag kregen was er ook een formulier van de SVB, die ik mocht invullen. Ik ben weer administrateur, schrijf wat verlangd wordt en Judy brengt het vanochtend naar Quezon. Ja, voor de derde maal op rij. Nu om onze post weg te brengen. Bij het postkantoor gekomen: bordje “out of delivery”. Gelukkig komt ze verderop de postbode tegen en samen gaan ze naat ‘t kantoor om de verzending af te handelen. Omdat het kantoor de komende dagen gesloten is, tot maandag, gaat de post vanmiddag nog naar Puerto Princesa. Da’s mazzel hebben. Misschien kan het ook es vlug!

Er vliegen vanmiddag twee jonge vogeltjes tegen het glas van de gesloten tuindeuren en ze liggen op apegapen op het terras. Ik hou de poezen in bedwang als Judy naar buiten gaat om te zien wat we kunnen doen. Eentje vliegt bij aanraking temet weg, de ander heeft het moeilijker. Ik stel voor om het in de greenhouse te zetten met een bakje water. Zo gezegd zo gedaan en het beestje komt wat bij. Een kwartiertje later vliegt het heen en weer tegen het gaas van deze ‘kooi’. Maar de poezen hebben het in de peiling. Als ik wat later weer ga kijken zie ik tot m’n verrassing Banjulla in de greenhouse en er is geen vogel te bekennen. Opgegeten? Weggevlogen? Geen idee, maar zaterdag mag Erik het net rondom tegen de grond met latten blokkeren. Ik dacht dat het safe zou zijn, maar slimme poezen zijn slim.

Op de cellphone zien we dat Pim online is en we melden ons. Het resultaat is dat we een videocall met hem hebben. Ik kan ons huis laten zien, de hond, de branding, de horizon en het strand en natuurlijk Judy en de kubo met het bordje ‘Mayflower’. En wij bekijken vooral Pim, maar ook Kiki, hun hond, een fraaie levensgrote prent achter plexi, een antiek boekje – helaas onbekend en we praten over zijn vader, mijn neef en bloedsbroeder Henk Berend. Helemaal up to date pakken we nog een flesje yskoud.

Donderdag, 20 augustus 2020.

Op het strand zie ik een aangespoeld lang stuk bamboe en ik sleep het naar het hogere deel waar af en toe motoren passeren, leg het overdwars als blokkade en ben tevreden. Als ik later kijk, is het verdwenen. Opoe heeft het ook zien liggen en hakt het met een bijl aan splinters voor haar kookvuurtje in de keuken. Het zij zo. Chop chop chop.

Ook vanochtend: een herhaling van het vogel-circus van gisteren. Een kolibrie vliegt tegen een ruit van de kamer en ik snel er naar toe om de poezen voor te zijn. Het beestje ligt voor dood in m’n hand maar ademt en ademt. Natuurlijk breng ik het naar de Greenhouse en alarmeer Judy. Die gaat, samen met Elfie, aan het werk om de kooi af te dichten. Stukken hout op de grond tegen het net. Een extra net boven de deur. Kortom: drie uur passen, meten, zagen, spijkeren en afdichten.

Ondertussen is de kolibrie weer wat opgekalefaterd, is van de grond opgevlogen en zit half in het zonnetje bij te komen van schok en schrik op een balk onder het net. Een uurtje later zet ik de deur van de Greenhouse wagenwijd open en het vliegt weg. De vrijheid tegemoet.

Bezweet en warm drinken we een glas koud water en ik zeg Judy, denkend aan een nu goed gesloten vogelhuis, “goed gedaan wijffie”. Ze pareert in zuiver Hollands met “dankjewel husbandje”. Leuk. Ik moet lachen.

Mieren hebben weer eens bezit genomen van de keukenkooktafel. In een lange rij benaderen ze het gastoestel. Er zit notabene al een kolonie op de soeppan. Judy zet de vlam eronder en ik neem met een doek de tafel af tot langs de poot. Zeepsop is een goeie killer op de grond. Als de pan heet wordt vlucht het hele zootje mieren naar de greep van de deksel, die ik in een flits in de wasbak plaats en ook met zeepsop besproei. En daarmee is de zaak afgedaan. Het rode gevaar!

Vrijdag, 21 augustus 2020.

Bij het openen van de jalouzieën vind ik vanochtend een fraai gekleurd insect op de houten lambrizering en neem het mee naar waar Judy en ik onze ochtendkoffie gebruiken. Palawan heeft zonder twijfel een overdosis aan insecten en deze zag ik nog niet eerder. Het lijkt van plastic en is dood. Ik maak er een foto van, zet de loep erop om beter te kunnen bekijken. Vier pootjes stijf tegen de buik, vier korte voelsprieten, of zijn het vooruitstekende tandjes die een beugel behoeven. De ‘kop’ is rood en lijkt een helm, de dekschilden (zijn het dekschilden? met vleugels eronder?) hebben een donkere kleur en twee gele vlekken. Als de koffie op is, zie ik het diertje bewegen. Zwarte geleedpotige pootjes wriemelen over m’n schrift. Ik tik met een pen op z’n rug en hij gaat weer dood. Maar als ik even later terugkom issie verdwenen. Weg van de tafel. Dus inderdaad vleugels. De tuindeuren staan open. Bye, bye mystery! Ik ben per slot geen insectoloog als Stephen Maturin. Helaas.

Dat de parelhoenders kans zien om op het dek van de greenhouse te kamperen is iets nieuws. Waarschijnlijk een rustplek, omdat Beer steeds vaker achter een stipkip aanjaagt, dus die gaat vaker aan de lijn.

Ook was er vanochtend vroeg al alarm bij zowel de kippen als de honden. Een groepje van acht (!) honden liep over het strand te dollen. Elfie noemde het ter vergelijking met een school vissen een school honden (kawan aso).

Ik geniet van de berichten op tv en in de volkskrant die melding maken van het succes van Jo Biden met z’n ‘openingsspeech’. Nu maar blijven hopen en duimen dat het hem lukt om president te worden. Al las ik ook ergens een opmerking als: ‘dat wordt wennen als amerika straks een normale president krijgt‘.

Vrijdagavond, we gaan het weekend in. Bye.