Vogels

Zondag, 5 juli 2020.

Samen met de honden in zee. Eén voor één, spoelen en ploeteren. En na het drogen drie druppels gif in de nek tegen vlooien. Elke drie maanden. Het lijkt alsof ze er een beetje versuft van raken, want we blijven verstoken van enig geblaf. En zo wordt het vandaag helemaal een rustige dag.

Pastor komt met Erik vlak voor zonsondergang naar hier om de op maat gezaagde deur van de slaapkamer te herplaatsen nu de cementen vloer droog is, maar hij klemt aan de vloer en er moet alsnog een paar millimeter af. Dat wordt ergens na dinsdag of woensdag, met de electrische schaaf- en schuurmachine.

Maandag, 6 juli 2020.

Judy is op de motor naar Quezon, waar ze een afspraak heeft met ene Alex van een instituut dat grondpercelen in kaart houdt. Dus ook ons perceel, én dat van Rammel in Tagusao. En vervolgens met ene Doris van het gemeentehuis, die de daartoe jaarlijkse af te dragen belastingen in administratie heeft.

Daarna bezoekt ze het ‘nieuwe’ postkantoor, dat inderdaad open is én bemand. Vraag: is er post? Jawel! Twee brieven van ICS, nog van februari, plus een jaaropgave 2019 van Heineken, ongedateerd, maar waarschijnlijk ook van voor maart. Blijkbaar ligt inderdaad alle post van maart tot en met juni nog in Manilla of Puerto Princesa. Wordt vervolgd.

In de tuin zie ik een grote vogel, zwarte vleugels en oranje-rode veren op de rug. Hij rent-vliegt van waar we een nest van de stipkippen weten en verschuilt zich half bij het hek van onze propertie. Ik snel naar binnen om m’n verrekijker te halen, maar tevergeefs. Als ik terukom issie verdwenen. Geen idee dus wat voor vogel het is. Het lijkt op een uit de kluiten gegroeide kraai, maar oh, die kleuren op de rug. Ik hoop het eerdaags nog een keer onder ogen te krijgen.

Dinsdag, 7 juli 2020.

Met (Teddy-)Beer gaat het steeds gekker. Zodra die de motor hoort rent ie er naar toe en probeert er op te klimmen, omdat ie mee wil. En aangezien Judy naar Tagusao gaat om gesprekken te hebben met de vorige eigenaren van Rammel’s perceel, zit Beer al te wachten bij de pruttelende motor. Judy vindt het zelf ook maar al te leuk, dus ook nu gaat Beer -met mondkapje op, haha- mee op wereldreis, helemaal naar Tagusao.

In de voortuin vind ik keutels, die zo groot zijn, dat ze niet van onze hond kunnen zijn. Ook niet van een volwassen hond en ik vraag aan Elfie, wat dat kan zijn. Die verklaart dat gistermiddag, tijdens mijn siesta het varken van Turin, uit Simunong hier was. Niet aan de lijn. Turin komt verwilderd langs, net als zijn varken. Met moeite weet ie het beest te vangen en sleurt het terug naar huis, zo’n twee kilometer, met de belofte het beter aan de lijn te leggen. Duidelijke boodschap. Net zo duidelijk als die van het varken zelf. Ik vind het en verzamel het, immers… goeie mest!

Woensdag, 8 juli 2020.

Judy vindt waarachtig een nieuw nest van de stipkippen. Er liggen 4 eieren in en ze neemt die mee, want ze zijn allemaal koud en dus oud.

Een hoop lawaai van motoren op het zandpad doet ons opschrikken en als we gaan kijken zien we zo’n 20 man. Ze kunnen niet verder. Er komt een vriendelijke vrouw op ons af en die vraagt of ze hier mogen zwemmen. Haha, ja natuurlijk. De hutten staan klaar, maar wel terugrijden en het eerste pad naar rechts nemen. Kosten: 500 peso’s pe kubo. Ze nemen er ééntje en keren op hun schreden terug.

Judy krijgt verteld, dat op het basketbalterrein bij de barangay-hal een nieuwe rage aan de gang is: skate-boarden. En het is de voorgeschiedenis die me deugd doet. Een tijdje geleden gaven we aan KinKin, de kleinzoon van pastor een oud skateboard, ooit in de brandgang achter ons huis in Nijmegen gevonden. Kapot en achtergelaten. Dus… gerepareerd en mee naar hier genomen. En natuurlijk weggegeven. Maar Pinoy zijn Pinoy en vriendjes van KinKin komen al gauw op de proppen met een mooi gezaagd plankje op wieltjes om samen te skaten. Op wieltjes die papa’s van hun koffers hebben gehaald en aan het plankje hebben vastgezet. Vindingrijk. Lachen.

Van Marijke en Dielf krijgen we een mailtje met een foto van chocola uit 1952. Ik was toen acht jaar oud en woonde -niets wetend over wat de toekomst zou inhouden- in het Groninger dorpje Roodeschool. De chocola kwam evenwel uit Barcelona, Spaans dus, maar met de naam Filipinas, met duiding Davao. In de mail vind ik een afbeelding van de verpakking. Verrassend. En Marijke schrijft “Mmmm”.

Donderdag, 9 juli 2020.

Ian komt vanochtend in alle vroegte, met z’n beide jongere broertjes, om het gras te kortwieken. Dat doet ie altijd vooraf aan het oogsten van kokosnoten voor kopra. Het gras is nu kniehoog en dan vind je niet alle kokosnoten die op de grond vallen. Voor twaalven al zijn ze klaar, gebruiken de lunch, samen met Pinkie die het heeft bereid, en ze gaan. Maandag denkelijk ‘noten snijden’.

Judy is weer es in Quezon voor papierwerk, maar vandaag in de wetenschap dat het postkantoor een sluitdag heeft. Maandag misschien weer, want er wordt weer gevlogen tussen Manilla en Puerto Princesa.

Ik lees over Jack Aubry en Stephen Maturin, zeeromans van O’Brian, handelend ten tijde van de Napoleon Wars. Hij schreef 20 boeken, waarvan er 10 zijn vertaald naar het Nederlands. Bij de National Bookstore bestelde ik boek nummer 21 en 22, en ik zou bericht krijgen wanneer het was aangekomen. Dat was drie jaar geleden, maar nooit meer iets gehoord. Nog vorig jaar informeerde ik in de winkel over de voortgang, maar niemand wist ook maar iets. Kan beter in NL bestellen via internet, dat werkt tenminste.

Vanavond hebben we weer een fraai onweer boven de noord-west horizon. De ene flits na de andere. Van rechts naar links en terug, oftewel van Quezon naar Tagusao en retour. Binnen en naast de wolken. Verveelt nooit. Je blijft kijken.

Vrijdag, 10 juli 2020.

Samen zwemmen, Judy, Beer en ik. Heerlijk water, blauwe hemel, blauwe zee, geen wind. Dat is goed vol te houden, haha. Ook goed voor m’n rug.

Bij het schrijven van deze tekst dringt er vogelgezang aan me op. Deel van de jungle-muziek die ik toch al rijk ben, maar een nooit eerder gehoord deuntje klinkt luid en duidelijk en komt uit de boom tussen b&b en m’n voordeur. Ik sluip naar buiten om te spieden. Maar Judy komt met de motor terug van Simunong en het gezang houdt abrupt op. Toch blijf ik kijken, en ja, een tweetal ‘merels’ komen uit de boom, vliegen naar de mango ernaast en laten zich toch even bekijken. Ik ken nu hun liedje én hun uiterlijk. Naam? Ik zoek een en ander na via wifi en ik heb de keus: een Flowerpecker of een Sunbird. Ik hoop ze snel weer te zien om te kunnen verifiëren.

Een Flowerpecker in een cashewboom

Yofil bericht ons dat hij z’n rijbewijs heeft gehaald. Tot mijn verrassing is het een 1,2. Dat wil zeggen: 1 is voor het rijden met een motor, en dat kan ie prima. 2 is voor een auto, en ik weet dat hij nog nooit een auto heeft gereden. Zijn landlady, die bij de politie werkt blijkt dit voor elkaar te hebben gekregen, met de toezegging hem een aantal lessen met haar auto te gaan geven. Ik stuur hem per mail een foto van een zilvergrijze BMW met een fraaie pin-up, onder het motto “Please wait, until I get my new car!” van de Ghanese zanger Youssou ‘nDour.

Vanavond zitten we opnieuw te genieten van langstrekkende lichtflitsen, maar minder spectaculair dan gisteren.

Zaterdag, 11 juli 2020.

Pastor en Erik verschijnen en plaatsen de deur van de slaapkamer, na deze aan de onderkant te hebben bijgeschaafd. Mooi, mooi. Vervolgens wordt er alsnog aan de kast gewerkt, aan de douche bij de buitenkeuken, die bijna geen water meer geeft, en aan het laatste lek in het dak, waar juist tevéél water doorheen komt. Het is ook nooit goed, haha.

Er komen twee bezoekers, een man en een vrouw, die vragen hoeveel het kost om te overnachten, hoeveel een beach-kubo kost enz. enz. Terwijl Judy en ik genieten van een lunch-soep met stukjes supergaar wild varken, laat Pinkie ze de kubo en de rest zien. Omdat het begint te regenen vragen ze of ze een uurtje mogen schuilen (en rusten) in een kubo. Dat kan in de dependance, zonder al te veel heisa. Om half vier komen ze -uitgerust- tevoorschijn en vertrekken met een ‘hopelijk tot ziens’, naar Sawmill, via een ook ‘hopelijke’ spillway, anders over de hangbrug. Bye, bye.

Nu vanochtend de kokosnoten zijn geoogst en in mooie partijen in het veld goed zichtbaar liggen, komt Ian met zijn karbouw en karretje door de rivier, nu het laag water is, en ‘parkeert’ beide bij z’n rookhut. Kan hij morgen in alle rust de noten verzamelen. Saillant detail: de karbouw is hoogzwanger, en wie weet wordt er hier op korte termijn een kalfje geboren.

Pinkie is een superleerling, die voor haar en de werkers de lunch op tafel plaatst en ‘het volk’ aan tafel roept met een goed Gronings accent “Eet’n”. Het kost de eters weinig moeite om haar na te apen. Ik voel me thuis, haha.

Op de tv zien we de nodige commotie aangaande het feit, dat na een lange aanloop het belangrijkste en grootste medium van de Filippijnen wordt verboden om tv en radio uit te zenden. Dat gaat duizenden banen kosten, en dat alleen maar omdat de zender met regelmaat de nodige kritiek uitte aangaande gedrag en beleid van president Duterte, die dus nu zijn zin krijgt. Dictatoriale neigingen en op tv wordt een vergelijking getrokken met een dito situatie in de tijd van Marcos.

Van JeeBee horen we eendere berichten vanuit HongKong, waar de media vanuit Beijing aan banden worden gelegd. Bellen wordt steeds moeilijker en Facebook wordt eerdaags onmogelijk. Evenals Messenger en dergelijke.

Vlak voor happy hour ligt er in de tuin een uit de boom gevallen vogelnestje met twee eitjes. Altijd een sneu moment, vooral wat de eitjes aangaat. Gelet op de bouw van het nestje vermoed ik dat het van een kolibrie is. Die bouwen altijd een goed dicht nest, met een kleine, ronde ingang, maar bevestigen hun immer hangend nestje niet altijd even zorgvuldig en stevig aan een tak. Helaas.

Fijne zondag gewenst…