Twee bangka’s zinken….

Zondag, 13 september 2020.

Wat een heerlijke dag. Een soort ‘alleen op de wereld’. De ochtenduren is Judy opnieuw op jacht naar een lapje grond. Eerder in Panitian, nu in de buurt van Malatgao. Ze heeft de eigenaar van de grond niet gesproken maar wel een afspraak voor dinsdagochtend kunnen maken. Prompt komt ze met een paar planten, waaronder een fraaie cactus thuis.

Tot onze verrassing verschijnt er een groepje mensen, vanuit Quezon, met de vraag: is dit Shamans Beach? Ja, inderdaad, dus zeg het maar. Mogen we een kubo huren voor vandaag? De groep betaalt en settelt zich comfortabel, met bier, cola en pizza in de eerste beachcabin.

Maandag, 14 september 2020.

We gaan zwemmen. Teddybeer gaat mee. Voorheen droeg ik hem in zee, maar hij wordt me te zwaar en ik flans een touwtje met een houten handvat en dat werkt prima. Sleur en pleur blijft uit. Hij gaat gedwee mee. In zee laten we hem los en hij zwemt regelrecht terug naar het strand, wentelt zich met z’n natte vacht een paar keer heerlijk in het droge zand en rent naar huis.

Dinsdag, 15 september 2020.

Nog 100 dagen, schrijf ik op het leitje aan de muur. Wel goed bijhouden, anders mis ik straks die ene kerstdag die de Filipijnen rijk is, haha.

Vandaag komt pastor Joel, een andere dan ‘onze’ pastor Villa. Deze is – wonend in Quezon – een prof in het plaatsen van glazen deuren in aluminium frames, en dat gaat nu gebeuren bij onze kledingkast in de slaapkamer. Ik verwacht hem volgens afspraak om half tien, maar een ‘Drents kwartiertje” houdt hem weg tot na elven. Dan komt ie met z’n tricycle, metalen staven, glasplaten en twee medewerkers met gereedschap. Een kar vol, maar hij blijkt de scharnieren en schroeven te zijn vergeten. Zijn zoon wordt opgeroepen het na te komen brengen.

Het is al bij al een drukte van belang en het werk gaat gepaard met oorverdovend gegier van de slijpmachine. Eén helper raakt gewond en Judy, gelukkig vroeg in de middag terug van Quezon verbindt hem. Ik spoel het bloed van het terras weg met de gieter. Ondertussen gaat het werk en het lawaai door. Tot bijna zeven uur. Tja, laat komen is laat klaar. Na een noedelsoep gaan ze, het is al lang donker, terug naar huis. Met nog een aantal glasplaten, die ergens afgeleverd moeten worden. Maar dat is mijn zorg niet. Onze kledingkast is klaar. Morgen opschonen.

Binnen, bij de film Hamburgerhill, regent het kogels en bommen, buiten regent het pijpenstelen.

Woensdag, 16 september 2020.

Ik wordt gewekt door het geraas van de regen op ons nipadak. Even na zessen. Het is aardedonker. Ik verwacht een duistere dag en ik krijg m’n gelijk. Als gevolg van de typhoon Leon, die over Coron ten noorden van Palawan giert, hebben wij ‘gewoon maar wat regen’. Maar meer dan genoeg. Overal water. Zelfs binnen hier en daar, want het dak is niet waterdicht.

Pinkie blijft weg, net als het internet en de tv-verbinding en even voor negenen ook de stroomtoevoer. Hoewel het wasgoed klaarligt wordt er niet gewassen. Alles krijgt uitstel.

De stipkippen verpieteren in de regen en zoeken een min of meer droge plek op het muurtje van het terras. Vier laten zich fotograferen. Smilen boys!

Donderdag, 17 september 2020.

We hebben een mager zonnetje. De stroom valt even na achten weer uit en we behelpen ons met van alles en nog wat. Een toch opgeladen laptop is dan een heerlijkheid met digitale puzzels van de Volkskrant, op tijd gedownload en uiterst bruikbaar.

Verder lijkt de dag op die van gisteren. Tussen de brown-outs is het snel een bericht versturen of binnenhalen, maar het is en blijft behelpen. De vuile was wordt opnieuw doorgeschoven. Baka bukas? Morgen misschien?

Judy vermaakt zich, binnenshuis dus droog, prima met haar nieuwe hobby: cactussen en vetplantjes. Verplanten, namen schrijven, rangschikken en op de smalle vensterbank plaatsen.

Vrijdag, 18 september 2020.

Zwaar bewolkte dag, maar het blijft toch droog en we hebben zelfs stroom. Pinkie richt zich meteen op de was in de dirty kitchen, voordat we weer een brown-out hebben.

Met schaars licht weet ik een foto te maken van de nieuwe kledingkast in de slaapkamer, waar we kunnen hangen en leggen en waar spiegelend glas in de deuren mij blote benen showen. Zaterdag zal Erik de zaak weer bijschilderen na de inbouw van de deuren en kunnen we de zaak zondag – droog – inrichten.

Links van de kast past tot aan de deur ( tot op de milimeter uitgemeten ) de boekenkast die al zo lang we hier wonen in de woonkamer staat. Er moet echter nog wel aan het dak worden gewerkt, want met de stortregens lekt het precies boven de plek waar de boeken zijn gepland. Dat wordt nog een klusje voor de naaste toekomst, voor we de handel gaan verhuizen.

Zaterdag, 19 september 2020.

Natuurlijk: de boys komen klussen. Pastor bemoeit zich weer met het ingewikkelde draaideurtje voor in het kookeiland en Erik schildert de klerekast, plus de slaapkamervloer op een paar plaatsen, plus de hangkasten in de keuken.

Buiten is de zon terug, en op een enkele onweersklap in de middag is en blijft het fantastisch tropenweer met azuurblauwe hemel, donkerblauwe zee met zanderige uitlopers met rivierwater.

Waar de monding van de Tagusaoriver is is een tweetal prauwen gezonken. Er lagen, dom, oh dom, drie bangka’s voor anker terwijl de hoosbuien kwamen niemand actie ondernam om die boten te verhalen. De ankers ging in het geweld van uitloop krabben en de boten ramden elkaar. Twee zonken, de derde kwam met enig averij vrij van de ankerplaats. Dat alles gebeurde gisteren en we hebben het enigszins kunnen volgen. Eén prauw is gelicht en ligt op het hoge strand om opgekalefaterd te worden. Van de andere, de vlerkprauw van JonJon, steekt nog een klein stukje groene boeg boven water en lijkt verloren.

Nog 96 dagen! Het is maar een weet…..