Smullen van een eitje.

Maandag, 18 mei 2020.

Allemachtig wat een mensen. Elfie (huishulp), Ian (tuinman), Elvis en Aldrin (timmerlui), Pastor en Erik (elektra) en dan natuurlijk Yofil, opoe, Judy en ik. Dat betekent een lunch met vissoep voor tien man. Heb ik het over de honden, poezen en kippen nog niet gehad. Gelukkig kocht Judy gisteren een stevige Lapu-Lapu, waar dus veel vlees aan zit. Blaadjes van de Mungoloi of Malungai komen erbij en kruiden uit de tuin. Alles sal reg kom.

Wat ook goed komt is de afdracht van de barangay aan opoe en mij. Wij hebben beide de leeftijd om senior te zijn en derhalve krijgen we elk 1500 peso’s uitgekeerd, naast de al ontvangen rijst, koffie, zout, etc etc, als steun in droeve tijden. Haha, lang leve de corona. Morgen ophalen.

Even na vijven komen pastor en Erik aanschuiven bij ons HH, opoe heeft electriciteit en de lampen branden. Iedereen blij. Knap gedaan in één dag.

De stipkippen krijgen óók een medaille: het zesde ei ligt in het nest.

Dinsdag, 19 mei 2020.

Geen zwemmen. Ik leg m’n ID op tafel, een mondkapje en een zonnepet erbij en wacht op Ian, die me naar Sawmill brengt, waar de Filippijnse regering me 1500 pesos gaat geven. In optocht met Yofil, die opoe brengt. Judy is al op de motor naar Tagusao, waar ze de militairen zal treffen voor de antennetoren.

Bij Sawmill zie ik bij het basketbalveld heel Simunong samengekomen. Wat een mensen. De tribunes zitten vol met Pinoy, en niks geen social distancing, maar mannetje aan mannetje. Als er wordt omgeroepen om afstand naar elkaar te houden gebeurt er niets. Eén corona-patiënt kan hier het halve, dus hele dorp besmetten. Ook de organisatoren klitten bij elkaar.

En zo is het wachten begonnen. Half negen. Dank zij enkele mensen die ik ken en die me graag helpen, heb ik al snel een kopie van mn ID-card en krijg ik een stoel toegeschoven bij de uitgang van het ontbijthok, naast een rijtje rijstpannen. Of ik al gegeten heb. Ja, dankjewel.

En zo blijft het wachten. Half tien. Pinkie, blijkbaar ook aanwezig, ziet me zitten en brengt me een flesje koud water. Daar kan ik mee vooruit.

Plots zie ik Judy, die ‘even langs komt’, onderweg naar Quezon. Tien uur.

Dan komt er een witte wagen met twee zwaarbewapende militairen. Pulis. Weer is er omroep en er vormen zich na de nodige chaos twee rijen mensen. Annalien, van het barangaybestuur, haalt me op en zet me ergens vooraan in één van de twee rijen. Kwart voor elf. Bij de toegang van het ‘betaalkantoor’ krijg ik binnen een stoel aangewezen. Daarna naar een houten bank, daarna opschuiven en verder, steeds dichterbij de betaaltafel.

Eindelijk op de stoel voor het panel, ID-check, handtekening, cash geld in m’n hand naar een andere stoel waar een foto van me wordt gemaakt. Close up met een bord voor m’n borst. Daar staat op dat ik ben uitbetaald.

Buiten schijnt de zon nog steeds en ik loop richting huis. Ian is al lang weg. Gelijk heeft ie. Yofil rijdt met opoe achterop voorbij en belooft mij aanstonds op te halen. En dat gebeurt. Half twaalf thuis, 28 euro rijker.

En meer: het 7de, dus met 6 in de koeling, het 13de ei is er!

Woensdag, 20 mei 2020.

De aow is de afgelopen nacht al bijgeschreven. Ik zie het om half acht in de ochtend al. Inclusief vakantiegeld. De rabo is een pretpark geworden.

Eindelijk kook ik stipkippeneieren. Niet hard. Vier stuks. En ja hoor, om merienda-tijd zitten Judy en ik een zachtgekookt eitje uit te proberen. We tikken met een heus eierlepeltje de schaal kapot, die veel harder blijkt te zijn dan die van een kippen- of eendenei. Ook het vliesje eronder is taaier. En dan de smaak…. Eiwit proeven, donkere dooier proeven, een mix proeven. Allengs wordt duidelijk dat deze eieren meer smaak hebben dan elk ander ei dat ik ooit at. Mag het ei zachtgekookt zijn, de smaak is bijna sterk, met vlagen van peperigheid. Eerdaags gaan we ze zeker scrambled eten, zout en peper overbodig, wel met een uitje en tomaat, haha.

Vroeg in de middag is het nest al weer aangevuld. Vaste prik: elke dag een vers ei in het nest en het zijn niet meer van die kleintjes, maar even groot als van een kip.

Vandaag geen foto gemaakt, dus grijp ik een jaar terug en plaats alsnog een ‘gouwe ouwe’. Een tegen een raam gevlogen en derhalve verminkte ijsvogel op m’n hand. Als ik naar de foto kijk, voel ik weer zijn grijpende, scherpe klauwen. Een half uurtje later vloog ie weer.

Vooraf aan happy hour hoor ik Elfie: Bye mister Henk, see you monday!