Smoelkatoen en Blackstone Beach

Zondag, 18 oktober 2020.

Judy gaat poolshoogte nemen bij een lapje grond in Ladayon. Te koop dus. Marie-Therese – Filipina, verre familie en werkend in de Caribbean – heeft daar interesse in.

Ik blijf thuis. Mede omdat er een grote doos met spullen uit HongKong afgeleverd zal worden. Een zending van JeeBee. Balik bayan box, zoals dat heet: een doos ‘terug naar thuis’, gevuld met kleding, kleding en meer kleding. Maar ook met een bouwpakketje en een fles Schotse whiskey (Henk), een draagbaar radiootje (opoe), tandpasta voor twee jaar, shampoo voor twee jaar. En niet te vergeten, de spulletjes voor de kamer van JeeBee, naast de keuken van opoe, in de dependance.

Later vertrekt Yofil op de motor naar Puerto. Zijn vriend Armand achterna, terwijl diens vrouw met de ambulance al naar Puerto is gebracht. Hoogzwanger, dus hospitaal.

Maandag, 19 oktober 2020.

De werkweek is begonnen en pastor en Erik, de laatste is hersteld, beginnen met het leggen van de extra vloer. Al vijf jaar wonen we op een ruw-cementen vloer met scheuren. Dat gaat nu verholpen worden. Er komt, zoals ik eerder al schreef, een laag van drie inches dik bovenop.

Erik maakt gebruik van onze kruiwagen om rivier-gravel en cement de woonkamer binnen te rijden, waar hij water bij doet en om en om schept. Pastor, blootsvoets en gehurkt, schept het vervolgens op z’n plek, met de juiste hoogte langs strak gespannen nylondraden en ‘streelt’ het oppervlak zo glad als maar mogelijk.

Dinsdag, 20 oktober 2020.

De werkzaamheden worden vanochtend hervat en kruiwagen na kruiwagen rolt binnen. Gisteren kwam zo ongeveer één kwart van de vloer gereed, vandaag opnieuw een kwart, zodat we aan het einde van de dag een veld cement hebben, die doet denken aan een ijsbaan, zo glad. Het gaat snel en de hele vloer klaar binnen een week is zeker haalbaar, hoewel ik dat in eerste instantie betwijfelde. 180 zakken gravel en 30 zakken cement zijn dan verwerkt.

Om vijf uur is het thee drinken en we praten over de uit het oosten aankomende typhoon, die gemeld is op de radio bij opoe.

Noodweer of niet, de orchideeen bloeien. Groot, maar ook eentje met gele mini bloempjes. Voor de eerste keer, dus zeker een ‘regen-orchidee’, haha.

Voordat pastor en Erik vertrekken, komt Ian op de motor aan. Hij heeft de kopra verkocht en komt de opbrengst brengen, waarbij de helft van het geld voor hém is. Ik grijns naar pastor en zeg hem dat we geld hebben om hem te betalen. Hij humort terug: ‘Good news!”

Woensdag, 21 oktober 2020.

De voorspelde typhoon met de naam Pipito maakte de afgelopen nacht een ‘landfall’ in Luzon, en hoewel dat ver weg in het noord-oosten van de Filippijnen is, hadden wij, in het zuid-westen een hoogwater van bijna twee meter. Het zeewater én aangespoeld zeewier reikte tot een meter in de voortuin. De branding van vanochtend is woedend en spuit schuim, hemelshoog. Het water in de baai kleurt zanderig door het rivierwater dat met grote hoeveelheden aanstroomt. Regen en regen. De spillway staat onder water en het nodige verkeer maakt gebruik van de hangbrug.

Pas halverwege de middag verschijnt de zon en temet schiet de temperatuur omhoog. Lekker met de hond langs het strand.

Een vrouw komt tijdens het ontbijt en verkoopt Judy 8 kilo vis. Dat wordt schoonmaakwerk in de dirty kitchen, en dan de vriezer in.

Pastor is weer bezig in de woonkamer en zingt daarbij z’n lied. Altijd goed gemutst. De kruiwagen komt weer regelmatig binnen. Mijn bureau is voor de derde maal verhuisd en ik concentreer me op het scherm, met daarboven uitzicht op de zee met z’n deining en branding. Hoge fonteinen bij de riffen aan de horizon blijven boeien.

Donderdag, 22 oktober 2020.

Herhaling van het voorafgaande ooit. Judy op de motor naar Quezon en ik ontvang een echtpaar vanuit Puert dat komt overnachten. Old friends, alles loopt smoothly, ook al is het een drukte van jewelste. In huis pastor en Erik, in de tuin Toto en Badjao, in en om het huis Pinkie.

Om vijf uur is het weer uitgebreid Happy Hour. Met thee voor de beton-storters en bier voor al de anderen.

Vrijdag, 23 oktober 2020.

Het laatste stuk van de vloer wordt ‘gelegd’. Pal achter de voordeur. Dat wordt spannend vanwege de poezen. We willen geen pootafdrukken in het cement. Maar gelukkig, tegen de tijd dat de vloer al redelijk hard is blijkt Clowny niet zwaar genoeg en wandelt er in alle rust overheen zonder een spoor achter te laten.

De gasten vermaken zich – na een ‘ontbijt’ van enkel thee en water – met boeken en Phone op hun balkon en houden ‘s middags een lange siesta. Je hebt er geen kind aan.

In de avond hebben we een gezellig diner met z’n viertjes. Morgen gaan we de bush bush van Tagusao in, op jacht naar ‘hun beachlot’.

Zaterdag, 24 oktober 2020.

Samen met de gasten gaan we op weg naar een beachlot in Tagusao. Judy op de motor, de gasten in de top-down met Nonoy. Ik ga ook mee.

Over de highway naar Tagusao. Daar gaan we na de markt en de Barangayhall rechtsaf, de local route richting strand. Dat blijkt een slordige vijf kilometer. Net als van Sawmill naar Shamans Beach. Hoewel het pad met regelmaat onder water staat vanwege de heftige regens van de laatste dagen komen we waar we willen. Nonoy is een voortreffelijke rijder en weet elke diepte te trotseren. Aan het strand laten we de kar achter en lopen met de eigenaren van de beachlot naar de bewuste plek. Iets van 30 meter strand en 60 meter landinwaarts. Op het strand denk ik een zaad van de ipilboom te vinden, maar het blijkt een zartsteentje te zijn. Puur zwart en glimmend. Onze gasten hebben meer oog voor de omgeving, het groen op het land, de zee met riffen en de baai op zich. Ze knikken enthousiast en we weten dat de koop gesloten is. Het papierwerk ligt om de hoek van de tijd.

Als we thuiskomen na een kleine vier uur avonturen trek ik bierflesjes open en we toasten op een goeie afloop. Blackstone Beach & Shamans Beach, haha. Proost!

Inmiddels is Pastor klaar met het aanbrengen van een electrische heater in onze badkamer, een hele puzzel, maar hij flikt het weer. Als altijd. Erik, ook aanwezig vandaag, verfde een deel van de vloer ’tile-red’ en drie muren ‘ivory’, een eerste laag.

Na het diner proosten we op de goede afloop van ‘s gastens beachlot met borrels donkere rum van Bacardi, cadeautje van de gasten. Hoera.

Zondag, 25 oktober 2020.

Zonder ontbijt (‘we zitten nog vol van het diner van gisteren’) vertrekken onze bezoekers met Nonoy naar Sawmill. Daar vangen ze de shuttle van 9u30 en keren terug naar Puerto Princesa. Judy begeleid ze tot Sawmill en bedwingt tweemaal het hoge water over de brug van de Spillway. Dapper meisje.

We hebben onze rust terug en Judy gaat stoeien in mijn babykamer, die onderwijl de hare is en waar rijen cactussen de lucht in staan te prikken. Ik stort me op de digitale puzzels van de Volkskrant, lig twee dagen achter en ga die achterstand inhalen.

In de Volkskrant zelf lees ik een artikel over mondkapjes, waarbij (het moest er al lang van komen) een aantal nicknames het licht zien. Te weten: bekvod en spatmasker. Dat lezende verzin ik er ook eentje: smoelkatoen. En dan komt nog ‘tetterlap’ in me op. Iedereen die dit leest mag meedoen. Laat maar weten, haha.

Op de vloer, bij de tuindeuren, zie ik een kleine motvlinder. Ik kan het – na een fotootje – notabene oppakken en het blijft op m’n hand zitten. Vriendjes. Ik loop naar buiten en blaas het de lucht in. Het vliegt weg, de boom in. Bye bye.

Einde van een drukke, maar mooie week. We krijgen buren in Tagusao. Onze vloer is in het hele huis op gelijke hoogte. En we hebben heet water in de douche. Splendid!