Pitaya

Zondag, 26 juli 2020.

De gasten van gisteren hebben het stik naar hun zin en in plaats van na enig ontbijt te vertrekken, gaan ze nog es zwemmen, maken ze muziek, drinken nog wat en niet eerder dan om half een stappen ze op. Met een reservering voor 5 oktober, als het Nationale lerarendag is. Voor een grote groep, dus willen ze alle drie kubo’s. Prima, prima.

Judy en ik ruimen de – weinige – achtergelaten troep op en puffen uit. Het wordt een hele rustige rest van het weekend, want de stroom valt uit. Geen wifi, geen tv, super-siësta.

Bij het afsluiten van de toegangshekken schrik ik, als uit de bosjes, twee meter van me af, opeens een leguaan tevoorschijn komt en het – gelukkig – op een lopen zet. Bang voor mij, en ìk een doodschrik.

Bij opoe groeit een bloem aan de cactus. Onderweg om fruit te worden. En niet zomaar fruit, maar pitaya, dragon-fruit, waar ik dol op ben. Hoe ze dit heeft laten groeien is me een raadsel. Als het rijp is, wat zeker nog enkele weken gaat duren, zal ik de vrucht – opengesneden en wel – showen. Het is de moeite waard om dat te doen én op te eten, ik verheug me er op. Maar, wàt een bloem.

Maandag, 27 juli 2020.

Albert komt al voor zeven uur met z’n top-down om drie lege containers te halen. We hebben veel water verbruikt. Aanvullen dus. In Quezon. Judy volgt hem al snel op de motor. Ook naar Quezon. Voor de laatste boodschappen van de maand én hardyflex, nodig voor de keukenkastjes, plus een screen voor haar ‘green house’. Dat is de stellage waar Erik vandaag aan werkt. Haar babykamer voor jonge planten, afgeschermd tegen de stipkippen. Op een mooie plek: tegen de rug van de B&B, dus uit de wind van de moessons, zowel noord als west.

Na de (zoveelste) brown out schrijf ik een mail aan Robert en Sonja. Den Haag komt dichterbij. Samen met drie poezen, waarvan twee Maine Coons.

Dinsdag, 28 juli 2020.

Opoe Tarcing is jarig, 80 geworden. Judy en ik zoeken haar op, feliciteren haar en geven een mooi plantje in een bloempot. Uit voorraad leverbaar. Vervolgens duikt Judy de keuken in en kookt een levensgrote pan met pasta, gemengd met rul gebakken gehakt. Half om half, op speciaal verzoek en met moeite gemaakt op de markt van Quezon. Pinkie helpt dapper mee en zelfs Elfie komt bijspringen. Verder slacht Judy drie kippen, door Pinkie meegebracht. TeddyBeer ziet ze nog bewegen en blaft zijn groot alarm, maar dat duurt niet lang. De kippen gaan in delen in de marinade. Morgen gaan we er van eten. Vandaag dus spaghetti. Verjaardagskost.

De rekening van Paleco, de energieleverancier, wordt gebracht en Judy zal morgen naar Quezon, alweer, gaan om meteen te betalen.

Woensdag, 29 juli 2020.

En dat doet ze. Zodra de regenbui voorbij is. En dat duurt, maar toch. Half tien rijdt ze achter haar mondkapje aan. Beer heeft – jaloers – het nakijken.

Na regenbuien is het goed glas en plastic zoeken en vinden, en ik struin nogmaals de strandhutten af. Waarbij ik haringen vind. Heuse haringen, in een plastic zakje, vijf stuks. Door de gasten achtergevaren. Geen zoute helaas, maar echte tentharingen. Ik zal ze bewaren.

Als Judy terugkomt heeft ze een foto van een boomhut, die ze halverwege Quezon zag en die haar meteen tot voorbeeld is van wat wij ook zouden kunnen bouwen. Inderdaad een leuk idee, maar… Haha, nooit klaar.

Donderdag, 30 juli 2020.

Regen, regen en nog meer regen. Eerst tegen vijven houdt het op en wordt het lichter. Een onvoorstelbare hoeveelheid water is omlaag gekomen en de wereld is doorweekt.

Judy en ik lopen naar de Barangay-hal om daar een pasfoto van mij te laten maken voor een nieuwe identiteitskaart van de seniorenclub. Met zo’n kaart krijg je korting op je supermarktboodschappen. Doen dus. We komen echter voor niks. De medewerkers zijn thuis gebleven omdat het zo regende. Er hangt een papiertje op de gesloten deur: morgen terugkomen.

We lopen terug en ik neem een foto van een deel van de ‘buitenwijk’ van Simunong, waar een zestal hutten in het water staan. Hutten van moslims. Ze zijn deze dagen alleen toegankelijk door het water, maar ik weet maar al te goed, dat als het water weg is, de bewoners nog een week lang door modder moeten gaan. Bruggetjes bouwen, denk ik dan. Maar letterlijk en figuurlijk: poor people.

Vrijdag, 31 juli 2020.

Rond achten gaan Judy en ik meteen naar de Barangay-hal om alsnog een foto te laten maken. Op afstand zie ik al dat de deur openstaat. Maar…. als we binnenkomen is er alleen een vrouw die de vloer staat aan te vegen. Ook met ons, want ze zegt dat de secretaresse van de hal vandaag naar Quezon is en dat we later maar moeten terugkomen. Later betekent maandag of daarna, want we gaan het weekend in. Voor de duizendste maal gaat m’n levensleus door me heen: ‘we zullen wel zien’.

We nemen nu de terugweg middels een short-cut, dat wil zeggen via een gerepareerde brug door de mangrove met wilde nipa. Een heuse brug, met sinds kort een dubbele rij planken én een soort van leuning.

Thuisgekomen maak ik een foto van m’n kop. Bewaar het in de cellphone en in m’n laptop.

Vanmiddag opnieuw veel regen en het zeewater begint zanderig te kleuren door de uitloop van zowel de noord-rivier met z’n mangrove als Tagusao-river, die vanuit de bergen aanloopt en uitloopt. Geen gezwem deze dagen.

Vandaag de laatste dag van juli. De zomer zwoegt verder in augustus, tot dan!