Pitaja, eindelijk.

Dinsdag, 1 september 2020.

Bij het wakker worden hoor ik – voor de zoveelste maal – een vogel in de achtertuin een inmiddels beken deuntje fluiten. Ik sluip de lege slaapkamer in en als ik bij het raam kom zie ik twee vogels (merel-grootte) wegvliegen. Een donkerkleurige en een wat lichtere. Jammer genoeg gaat het te snel om ze echt goed te bekijken. Hopelijk een andere keer. Het deuntje ken ik inmiddels uit m’n hoofd.

Als de meiden, Elfie en Pinkie, om half twaalf gaan lunchen, stop ik een cd in de recorder, swingt “Last Christmas” van Wham door de tent, en ik zeg ze: nog 115 dagen. Er wordt uiteraard waarderend gelachen. Ik begin de traditie steeds leuker te vinden. Drie maanden lang de focus op één kerstdag. Een tweede kerstdag heb je op de Filippijnen niet.

De karbouw-kalf, die ik maar al te vaak om z’n moeder hoor roepen, krijgt vanmiddag les in het lopen met een ‘karrossa’, zoals ze een sleep hier noemen. Tijdens ons happy hour komt ie langs. Op het strand. Ingespannen tussen twee balken die bevestid zijn aan een vlonder waarop z’n baas zit, die zit te mennen, maar met regelmaat van de sleep springt om hem bij de kop naar links of rechts of rechtvooruit te dirigeren. Om verderop na een draai terug te keren. Vier, vijf, zes maal komt ie langs. Ik show m’n vuist met de duim omhoog en hij lacht. De baas dus, niet het kalf.

Een kwartier later zakt de zon weg, met het silhouet van twee bangka’s in zee. Een vertrouwd spektakel, waar ik nooit genoeg van krijg.

Woensdag, 2 september 2020.

“America in crisis!” schreeuwen beelden op tv, waarbij steeds weer het ‘black lives matter’ in weerklinkt. Ik denk daar zelf genuanceerder over en draag dat uit met mijn t-shirt, ook al loop ik niet mee in een protestmars. Het weerhoudt Judy evenwel niet om me in beeld te brengen, haha. En dat moet ook in het dagboek en dus op de website. “All lives matter”. Vooruit dan maar….

Donderdag, 3 september 2020.

Vandaag is de dag dat m’n zusje, Marijke dus, trouwde met Dielf. Precies 50 jaar geleden. Ik ga ze mailen en feliciteren met deze heugelijke dag.

Judy gaat naar Quezon om bij de pawnshop mijn transfer te verzilveren, en boodschappen te halen. Het postkantoor is dicht, en nu hoort ze dat de postman maar voor drie dagen per week betaald krijgt. Vandaar drie dagen open en niet meer. Jammer, maar oké. Nu de post zelf nog. Op de terugweg ziet ze weer es een vrachtwagen in de berm van de natinal highway en kan niet nalaten er een foto van te maken en me toe te sturen. Deze keer is er zo te zien bijzonder snel hulp geboden.

Vanavond zien we weer vliegende honden. Nog steeds hier en daar een enkeling, maar toch. Ze vliegen noordwaarts, maar af en toe keert er eentje op z’n vleugels terug. Super-bats, kabog.

Vrijdag, 4 september 2020.

Judy gaat vanochtend alsnog naar Quezon en komt terug met kippenlevertjes, die gisteren nergens te koop waren, plus een kilo kleine St.Jaques, voorgekookt en zonder schelpen. En dat laatste eten we voor lunch, én diner. Wow, lekker, zo lekker. Ook de hulpjes smullen mee, alhoewel ze er eerst argwanend naar keken. Judy liet in een kookboek foto’s van de schelpen zien, en dat gaf vertrouwen. Opoe wil ze überhaupt niet!

Eind van de middag bezorgt Albert een flink aantal nipa-platen, bestemd voor het dak van het nieuwe hondehok, mag Erik morgen mee aan de gang.

Ook komt er een tricycle met drie grote dozen met spullen, die Yofil in Puerto heeft verzameld middels fundraising via facebook: mondmaskers, schriften, potloden, alles voor de lagere scholen van Simunong en Tagusao. Knap werk. Judy voegt daar nog flessen alcohol aan toe, voor het handen wassen. Alles wordt gezond afgeleverd bij de barangay-hal. De hemel zij dank, en die bloost onder het dankgebed.

Zaterdag, 5 september 2020.

Ik verras pastor en Erik, die ook deze zaterdag weer komen klussen met de opmerking ‘nog 111 dagen’, en ze weten meteen waarom het gaat, haha.

In de greenhouse is een vlinder-ei getransformeerd in een dikke, vette, groene rups en van één van de planten zijn twee grote bladeren weg gevreten. Judy sneu. Resultaat: geen vlinders of poppen meer in de greenhouse en blijven opletten, want de eitjes zijn klein en niet te vinden.

Yofil motort naar binnen. Iedereen verrast. Hij laat weten dat er nog zo’n 10 dozen met giften, vooral papier, onderweg zijn. Ook hijzelf had nooit gedacht zoveel bij elkaar te sprokkelen. De scholen zullen verheugd zijn. Hij gaat deze dagen op pad, met vrienden, om de zaak te verdelen.

Bij vertrek van pastor en Erik hangen de keukenkasten hartstikke horizontaal, één keukendeurtje voor het kookeiland is klaar en het hondenhok voor Yannick is op 30 nipaplaten, die we tekortkomen, klaar.

Zondag, 6 september 2020.

De zon is al vroeg op en het wordt heet. De zee spiegelt aardig met wat hazy aan de horizon. Voordat Judy en ik gaan zwemmen – met al de vier honden – scheer ik me en ga ik onder het mes en de schaar. Kort geknipt, waar de mensen morgen om gaan lachen, vanwege deze cupit-20. Geen probleem. Na het zwemmen nog eens shampoo en ik mag er weer zijn.

Tot onze verrassing krijgen we een groep badgasten in de eerste beachkubo. Ze komen een verjaardag vieren en nemen hele maaltijden mee naar hier. Het is feest. Er wordt gezwommen, muziek gedraaid en gedanst. Aan het eind van de ochtend gaat de videoke aan en begint het vals-zingen. Nu mis ik de brown out, die maar niet komt, maar de stroomleverancier bellen heeft geen zin, haha. De laatste zanger is de beste, en daarmee bedoel ik dus: de beste drinker. Om half vijf is het festijn afgelopen en is het weer zondag.

Eindelijk is de dragonfruit aan de cactus van opoe klaar om gegeten te worden (de vrucht van de nachtelijke bloem). De oogst is niet één, maar drie stuks en ze neigen naar overrijp. Oh, heerlijk toetje na een bord met zachte kippenlevertjes en gebakken aardappeltjes met slierten ui. De vrucht is verrassend donkerrood van binnen. Soms is het vruchtvlees bijna wit,, nu niet. Maar de smaak is altijd dezelfde en vijf sterren. Voor mij althans. Niet iedereen houdt ervan, net als dat het geval is met de durian. Eén ‘drakenvrucht’ is meer dan genoeg voor mij, en als ik uitgelepeld ben, is er enkel nog een dunne schil over. Pitaja in tagalog. Tip: bij AH te bestellen als pitahaya, zegt het internet.

En zo eindigt de avondmaaltijd. Nog een filmpje en dan lekker slapen.