Pinoytijd …

Maandag, 24 februari 2020

Reacties op m’n vorig dagboek: de foto’s waren niet te openen en bleven images. In m’n notebook, waar ik altijd een copy naar toe stuur, hetzelfde. Geen idee hoe dat kan, maar ik probeer het in dit dagboek anders te doen. Duimen met z’n allen!

Hoewel de boys vandaag niet zouden komen, in ze alle drie paraat. En na vandaag komen ze eerst donderdag weer werken, als wij thuis zijn. Morgen en overmorgen zijn we in Puerto Princesa.

Van Arnaldo krijgen we bericht waar we blijven. Judy schrijft dat we voor de 25ste en niet voor de (gewoonlijke) 24ste hebben gereserveerd. Jammer, schrijven ze terug, èn dat ze voor ons geen kamer hebben morgen.

Foutje, bedankt…. Het is echt Pinoytijd. Afspraken, hoe duidelijk ook, worden niet gevolgd en alles loopt anders.

In de tuin en in de schaduw van de bloemenboom lees ik vandaag m’n Gort uit.

Als onze zes kippen het weer es op de heupen krijgen en de hele wereld bijeen schreeuwen, hoor ik Pinkie zeggen “What’s wrong, stipkippen!”. Ik schiet in de lach. Haar Nederlands èn haar Engels vorderen gestaag. Stipkippen, eessmakeluk, hiel goed, ja en nee.

Dinsdag, 25 februari 2020

Ian brengt ons op de motor naar Sawmill en de shuttle pikt ons daar op. Tegen zevenen. Half elf zijn we in Puerto. Op goed geluk gaan we naar Hotel Circon, waar we meteen een kamer betrekken. In het hart van de stad, waar we snel pinnen. En bij dezelfde bank 5.600 peso’s overmaken naar de WiFi-leverancier, abonnement. Ik zie vijf zitbanken met 28 wachtenden voor ons. Wij schuiven aan. Steeds is het opstaan en weer gaan zitten als de voorste naar het loket wordt geroepen.
Ik zeg tegen Judy, dat het buiten bloedheet is vandaag, binnen koud vanwege de aircon, maar dat de zitbank best warm blijft met al die opschuivende billen, haha.

Vervolgens gaan we naar Rengels Hardware, waar we beton-spijkers kopen (per kilo), 15 meter visnet voor over de kugon daken van de kubo’s, nylondraad (gaat ook per kilo) en meer spullen voor ‘de bouw’.
We gaan lunchen bij Chow King. Daar eet ik graag gestoomde rundvleesballetjes. Als ze me vragen hoeveel ik wil, heb ik de neiging om te zeggen: doe daar ook maar een kilo van. Judy weet me af te stoppen. De bediening zal me niet begrijpen. Zelf lachen we in stilte.
Na de lunch naar dokter Favila voor een nieuw recept voor calciumtabletten. Voor een jaar graag. Ja, met m’n rug gaat het goed. Wel stijve spieren en soms pijn, maar handelbaar. Na een high Five gaan we, en kopen meteen medicijnen voor de komende maand.
Siësta in het hotel.
Avondeten bij Shakey’s in de SM, samen met Yofil. Gezellig. Zeker als de bedrijfsleidster, die me ooit voorzag van een gratis bierpul met opschrift, ons ziet en een hug komt halen. Leuk. Ook als we vertrekken.

Woensdag, 26 februari 2020

Ontbijt in het hotel: een magere hotdog en een gebakken eitje, bood is er niet, rijst hoef ik niet. Judy kauwt op rijst met gedroogde visjes. Goddank is er een bak koffie.
Bij Bruno’s delicatessen, vlak naast het hotel halen we roggebrood en Goudse kaas. Wat een weelde. Het is een winkeltje die een overvloed aan (dure) wijnen op de schappen heeft. En kazen in de koelvitrine. Wow. Naast de winkel heeft Bruno een klein restaurant. Aan de muur hangt daar een notitie: “We have no WiFi… Talk to wachten other. Pretend it’s 1980.” Leuk.

Met een tricycle gaan we naar Robinson en doen onze supermarktboodschappen.
Elf uur klaar, twaalf uur met de shuttle naar Sawmill. Snelle chauffeur en we zijn om vier uur thuis. Uitpakken geblazen. Vijf uur Happy Hour, en de boys, die weten dat we weer rijk zijn aan peso’s, komen hun loon halen. Dik tevreden, zeggen ze morgen weer te zullen komen werken.

Donderdag, 27 februari 2020

Niks geen boys. Tevergeefs heb ik hun ochtendkoffie voorbereid, maar er komt niemand. Pinkie helpt me uit de droom: ze hebben gisteren geld gekregen, dus hebben ze vanochtend een hang-over. Ginebra-kegel en hoofdpijn, haha.

Judy gaat op de motor naar Quezon. Water, bier, gas kopen. Kortom de eerste levensbehoeften, haha. Motor-onderhoud, postkantoor waar weer es niemand is.

Thuis zit ik te werken aan m’n exlibris-verzameling. Via internet gevonden info vanuit m’n excel-overzicht bijschrijven op de kaarten. Later de expositie, die veilig in een plastic box op zolder staat, nog in excel onderbrengen en dan is alles klaar. Denk ik.

Aan het einde van de ochtend schrik ik op van een luid jankende hond en ik snel naar buiten, waar ik twee vuilwitte honden zie wegrennen uit de voortuin. Daar zie ik de stipkippen lopen en Banjulla wegrennen. Ofwel de kippen, die gemeen kunnen uithalen, ofwel Banjulla, die drie kittens heeft, hebben de honden – met succes – aangevallen en verjaagd. Goeie wakers hebben we.

Vrijdag, 28 februari 2020

YESSS, de hangover is voorbij en twee wakkere boys komen voor werk. Surprise! Waling en Aldrin. De chef, Elvis, is er niet bij. Die komt maandag weer. Wordt gezegd. Opnieuw Pinoytijd.

Blijf lezen, ik blijf schrijven…..
Alle goeds, Henk.

Henk en Judy Muda