Pikoy, alias Lorre.

Zondag, 19 juli 2020.

Banjulla en Clowny hebben de hele week plezier van elkaar en gaan schreeuwend door het leven. Moord en brand. Overdag en bij nacht. Wat een energie. Als Clowny niet in de buurt is klaagt Banjulla steen en been. Als Banjulla elders uithangt is het Clowny die z’n hart uitstort. Maar hoe ook, steeds weten ze elkaar weer te vinden en onder vreugdevol hoera gemiauw begint het eeuwenoude circus, hetgeen natuurlijk betekent dat we binnenkort opnieuw een stelletje kittens tegemoet mogen zien.

Gisteren kocht Judy van een paar kinderen een kersverse barracuda. Na in azijn en onder andere wat gember gemarineerd te zijn, eten we er vanmiddag een portie kinilaw. Het prutje oogt als een uiteen gevallen en half vloeibare sushi en zo smaakt het ook. Echt zondagse kost. Vanavond bij de tv het kliekje ervan. Lekker makkelijk prikken met een vorkje.

In de tuin, in het kielzog van de parelhoenders, zie ik twee kippen lopen. Twee doodordinaire, gewone kippen. Native manok. Ze lopen snel en reageren schuw. Ook als ik een handje voer naar ze toe mik, rennen ze hard weg in plaats ervan te eten. Ik denk dat ik ze bij de achterburen, ver weg al eerder heb gezien en dat ze hier verdwaald zijn, maar wel geleerd hebben waar de niet opgegeten korrels van de stipkippen te vinden zijn. We zullen ze wel tam krijgen op die manier. En wie weet met een extra eitje, haha.

Maandag, 20 juli 2020.

Ik ga met de pup zwemmen en Elfie vangt Beer op als die vanuit zee en vanuit m’n armen weer naar het strand is ‘geroeid’.

Judy motort naar Quezon en wordt in Simunong aangeklampt door een man met een pikoy, een groenkleurige papegaai, jong nog. Of ze die wil kopen voor 200 peso’s. Maar zij moet naar Quezon en zegt de man, dat als ie de vogel niet kwijtraakt, morgen het beestje bij ons kan brengen. Meteen zit ik vol van het aanbod en zie het al hier. Op een stok, of in de grote kooi van de stipkuikens. Afwachten…. Lorre is hier per vandaag hartstikke welkom. Ik ga hem woordjes leren als ‘good morning’ en ‘shut up’. Komt helemaal goed.

Dinsdag, 21 juli 2020.

Wat er ook aan de deur komt, vismeisjes, inktvisboer, Daner met ananas, geen man met een papegaai. Jammer, jammer. Maar Judy moet naar Tagusao en weet – via via – de papegaaien-man, die ver in de bergen woont, te laten weten, dat we graag een pikoy willen. Het blijft dus inderdaad afwachten. Spannend.

Judy vernam dat er in Rizal een boerderij is waar ze schapen hebben en ze vraagt zich nu af of we mogelijk drie lammetjes zouden kunnen kopen. Natuurlijk één mannetje en twee vrouwtjes. Ik zie er echter tegen op om dat hier te hebben, dus is de gedachte om de dieren op het land van Rammel in Tagusao te houden. Ruimte zat. Ze belt er over met ene Lucy. Die werkt op het gemeentehuis van Rizal en heeft alle contacten. We krijgen al snel antwoord: lammeren niet beschikbaar, misschien over een half jaar.

Woensdag, 22 juli 2020.

Onooglijke wormnestjes hangen aan de half aangevreten bladeren van een opgroeiende kokos-palm in de voortuin. De vraat viel ons op tijdens ons happy hour van gisteren en ik snoei vanochtend alle blad weg. Klaar voor de brandstapel. Inquisitie is gewenst. Alleen de kern, een scherpe en hoge spriet blijft staan, in de hoop dat de palm niet innerlijk is aangetast en dat ie goed verder groeit.

Het wordt vandaag een bloemendag, zo lijkt het nu lammetjes en papegaaien het af laten weten. Aan de sawali buitenmuur van de buitendouche hangen drie plastic zakken met plantjes waaraan bloesem is gekomen. Uitbundige bloei, dus water geven als het niet regent, is het parool. Daar zorgen Elfie en Pinkie voor.

Donderdag, 23 juli 2020.

Vorige week donderdag kreeg Judy een fraaie plant van Laura, vriendin van opoe, en op internet zag ze bloempotten van cement in de aanbieding. Van een echtpaar in Quezon. Middels enige moeilijke telefoontjes en een makkelijk berichtje via messenger weet ze een zestiental potten te bestellen. Ze worden morgen bezorgd, is de mededeling.

Vanavond, heel voldaan, zitten we ons happy hour uit, met een kouwe klets, onder een sikkelvormige maan, een smiley in de mist. In het vochtige gras scharrelt op afstand onhoorbaar een landschildpad. Beer merkt het niet op.

Vrijdag, 24 juli 2020.

Gisteren beloofd en vandaag inderdaad gebracht. Een tricycle rijdt het terrein op. Paps, mams en dochter stappen uit en sjouwen met twee dozen grillig gevormde bloempotten, die in allerlei kleuren beschilderd zijn. Als ze weg zijn gaat Judy er meteen mee aan de gang en wordt die ene plant van Laura verdeeld over een paar potten. Ze is maar wat trots op het resultaat. Iedereen moet het bekijken. Iedereen is opoe, Pinkie, Toto en broertje en vooral ikke. Dus foto.

Daarna richten we de ‘parkeerplaats’ voor motoren in. Morgen krijgen we een gezelschap badgasten in de beach-kubo’s en we bevestigen nylondraad aan enkele kokospalmen om een hoek te creëren waar motoren geparkeerd kunnen worden. Nylondraad met rood-wit-blauw lintjes. Later een bordje met “Parking’. Alleen de parkeermeter ontbreekt nog, hahaha.

Zaterdag, 25 juli 2020.

Pastor en Erik zijn ons weer behulpzaam vandaag. Pastor werkt verder aan de keukenkastjes en Erik timmert van nog voorradig oud hout een stellage op de septic tank achter de B&B voor Judy haar nieuw bloempotten.

Met m’n ‘knijp-grijper’ struin ik strand en zandpad af. Op zoek naar plastic, glas, sigarettenpeuken, papier, flessen en andere rommel. Ik kom tweemaal thuis met een bijna volle broodzak. Goeie oogst, schone omgeving.

Bijna dagelijks vang ik bij een van de ramen van de huiskamer wel een vlinder en breng het naar buiten, waar die z’n vrijheid tegemoet vliegt. Vandaag echter is er een zeldzaam geziene gast in het gras. Ik ren naar de cellphone van Judy en kom terug voor een foto, die waarachtig lukt. De meeste vlinders hebben weinig kleur, en deze wint het op z’n sloffen. Guinness-book of records mag!

Even na de lunch komt ‘de groep’ op motoren hier en installeren zich bij de strandhutten. Achttien man/vrouw. Ze gaan eten, kopen drankjes, gaan zwemmen, maken muziek, kortom: het is feest. En zo hebben wij werk aan de winkel. Aan het eind van de middag plaatsen ze twee tenten, voordat de schemering invalt. Om tien uur is het -op uitdrukkelijk verzoek- stil. En ook wij gaan slapen. Morgen opnieuw zwemmen en zingen, alright.