Ooit zo’n eikel gezien ?

Zondag, 25 april 2021.

Ik probeer Liza te bellen, maar krijg opnieuw nul op rekest. Gisteren stond ze in een winkel, met ‘ik kan nu niet bellen’. Vandaag: ‘ík zit in een dierenambulance voor een cursus’. Morgen misschien?

In de tuin vind ik bij het rapen – zoals zo vaak – enkele eikels en Judy maakt er een foto van. Het onderschrift luidt: “Ooit zo’n eikel gezien?” Waar ik aan toevoeg; “Nee, niet die rechter, dat ben ik. Die linker, haha”. Nou jongens, dat is dus geen eikel, maar een hele jonge kokosnoot. Vooral na het snijden van volwassen kokosnoten ten behoeve van de kopra vallen er jonkies omlaag. Vaak aangevreten door eekhoorns. Geen eikels dus!

Maandag, 26 april 2021.

Albert komt ons (Judy en mij) halen en we gaan met de top-down naar Quezon. Als we door Simunong rijden zie ik een hoop mensen, maar geen enkel mondkapje en het bezorgt me de kriebels. Hoe makkelijk kan dit hier de fout in gaan. Bij Sawmill zie ik de eerste, in het dorpje Ladayon waar we doorheen crossen, slechts hier en daar. Pas in Quezon is het ernst. Overal voorzorg.

Om kwart voor negen zijn we bij de tandarts, waar al drie klanten voor ons zitten te wachten. Bij Judy is het een kwestie van gebit schoonpoetsen, bij mij hetzelfde plus een oude kroon terugplaatsen en een gebroken kies, waarvan ik het losse stukje nog heb, lijmen. Om half één zijn we klaar en gaan we weg. Met elk plastic zakken om de voeten en een haarnetje, toegevoegd aan de mondkapjes en face-shield, voelen we ons allebei een maanmannetje/vrouwtje.

Op de route naar Quezon al heb ik een dankjewel-gebed uitgesproken voor de anderhalve kilometer rough-road, die nu helemaal voorzien is van goed cement. Wat een heerlijkheid om dat stuk weg met zig-zag en brokken steen eindelijk als een volwassen highway te hebben.

Boven in de bergen wordt alsnog met veel werkers geklust aan het veilig stellen van de weg, waar die langs een afgrond loopt. Mijn favoriete plek, met een fantastisch vergezicht over valeien die tussen het gebergte lopen. En alles met groen begroeid, in alle mogelijke schakeringen. Nu liggen er enorme betonnen stutten klaar om te plaatsen. Houten schragen en ijzeren staketsels zijn tegen de bergwand getimmerd. Dit is nog lang niet klaar, maar wat een veiligheid in de toekomst.

Om twee uur zijn we weer thuis. Mijn hoofd knal verbrand, want ik was m’n petje vergeten. De laatste kilometers met m’n haarnetje op, maar toch alles rood. Olie erop. Twee keer. Morgen ook.

Nog steeds achteraf bellen vanwege m’n verjaardag. Het blijkt steeds moeilijk vanwege de bereikbaarheid of ander zaken, zoals te weinig load. Maar, met Robert krijg ik wel contact. Vanaf 6 meter hoogte op een steiger. Hij, niet ik. We praten ‘luchtig’ bij, en natuurlijk ook met een: tot later…..!

Als Pinkie naar huis gaat, roept ze – als altijd – een Bye, bye, mister Henk, I go home now. En ik roep altijd terug: bye, bye. Vandaag heb ik de kop niet alleen rood, maar ook een beetje gek en ik roep terug: “Haaibaai”. Ze hoort het verschil met mijn dagelijkee Bye, bye natuurlijk niet. Ik grinnik. Ze is allesbehalve een haaibaai.

Dinsdag, 27 april 2021.

Opnieuw een blauwe hemel, net als gisteren. Ik waag me wel op het strand om te cleanen, maar doe het vroeg als er nog wat schaduw is. Rustige zee, goed om te zwemmen. Andere keer.

Woensdag, 28 april 2021.

Van harte iedereen met de verjaardag van koning Willem Alexander. Koningsdag vandaag, ook al moet ik aan die kreet nog steeds wennen. Koninginnedag klinkt zo nostalgisch vertrouwd, net zoals de vlaggen in onze tuin ogen. Op vier plaatsen is het rood, wit en blauw. Drie vlaggetjes en één lange wimpel boven op een stokje om de windrichting te duiden. Yofil maakt een foto van me, bedoeld voor de Facebook van Shaman’s Beach, maar ik geef het hier ook maar een plaatsje. Proficiat dus.

Judy en Jeebee gaan op de motor naar Quezon. De gastank blijkt leeg en moet vervangen, mijn aanvraag voor hernieuwen verblijfsvergunning moet de deur uit en we willen een nieuwe itak, lang hakmes. Ik vraag hen om alsnog een foto te maken van de werkzaamheden aan de highway bij het ravijn. Nu van de werkers die honderd meter leegte onder zich hebben. Moet ik niet aan denken.

Verder puzzel ik wat, bekijk de raborekening, en zoek een ander boek om te lezen. Kim, van Rudyard Kipling is uit. Het wordt tijd om een e-reader te kopen, want in de boekenkast staat alleen ‘al-gelezen’, en van Menno kreeg ik 1000 fraaie e-boeken toegestuurd, hetgeen een gouden toekomst belooft. Blij dat ik heb leren lezen, haha.

Na de gezamenlijke lunch gaan Judy en de kids op strooptocht naar schelpdieren, octopus en visjes. Het is superlaag water met een waarde van -0,4, zodat de uitloop van de Noordrivier en daarachter goed beloopbaar is. Tussen rotsjes en in kuilen is altijd leven te vinden. En koken hoeft vanmiddag niet. De kinilaw staat al gekoeld klaar!