Onderweg naar San Juan.

Zondag, 14 juni 2020.

Een echte zondag. Samen zwemmen, geen werkers, opoe in de ochtenduren naar de kerk. Beer is bij ons en kan nog steeds door het kattenluikje, wat verrassend is, maar door haar wollige haar lijkt ie dikker, dan dat ie in werkelijkheid is.

Maandag, 15 juni 2020.

Om half acht komen pastor en z’n schoonzoon Erik. Ze gaan in de keuken aan het werk. Het schuifbare glas komt voor de keukenkastjes boven het aanrecht. Verder maken ze een achttal deurtjes van hout en hardyflex, passend voor de kasten onder het aanrecht.

Elfie is paraat voor huishoudelijk werk, tot en met woensdag.

Judy knutselt met elf lege cola-flesjes en weet er een mooie mand mee te fabriceren. Voor fruit?, vraag ik. Welnee, met een net erin en dan vullen met compostgrond kan ik er spinazie in laten groeien. Tjonge ja, verzin dat maar es.

Dinsdag, 16 juni 2020.

Zodra het getimmer en geschaaf begint vertrekt Judy met de motor naar Quezon. Papieren regelen voor opoe Tarsing, voor wie ze donderdag – op de overlijdensdag van haar man – naar Puerto gaat om daar bewijzen van ‘in leven zijn’ te overleggen. Voor haar pensioentje van 36 euro per maand.

In Quezon hoopte ze een open postkantoor te vinden, maar nee, nog steeds gesloten en niemand daar. De postman heeft een langdurige covid-vakantie.

We hebben ons happy hour bij een prachtige zonsondergang, die op deze langste dag van het jaar (equinox-time) uiterst rechts achter het palmenstrand van Tagusao plaatsvindt. In december zal dat weer uiterst links zijn. Het is altijd enkel maar een verschuiven van plaats, maar het verschil in tijd is absoluut niet meer dan tien minuten. Hoezo langste dag.

Woensdag, 17 juni 2020.

De stipkippen leggen al twee dagen geen eieren meer in het nestje in de voortuin, maar hebben een nieuwe plaats geadopteerd in de boomgaard achter het huis. Met vandaag het eerste ei, hiep hiep hoera. Ik beloof de kippen vooralsnog hun eieren te laten liggen, ook al broeden ze die niet uit.

Pastor en Erik showen bij hun afscheidsthee met trots de acht deurtjes, die ze de afgelopen dagen hebben gemaakt. Morgen en vrijdag is het een kwestie van ze te installeren in de keuken. Scharnieren, knoppen en ‘klik-klaks’ liggen klaar.

Als Elfie naar huis gaat, neemt ze de drie kittens mee. In een rijstzak. Ook de kleinste van opoe gaat mee. Bij haar huis bij de ricemill is genoeg ruimte en avontuur. Banjulla en Clowny mauwen om het hardst. Hebben blijkbaar verdriet. Teddy, ofwel Beer, mist niks en daagt poezen en kippen uit om met hem te spelen.

Donderdag, 18 juni 2020.

Zoals altijd als Judy per eerste shuttle naar Puerto gaat, staat ze ongemerkt op om drie uur en verlaat het huis rond vieren. Ik droom en droom en merk er niets van, wordt evenwel via m’n biologische wekker tussen zes en half zeven. Koffie, zwemmen en douchen.

Pinkie is als steeds mooi op tijd om pastor en Erik in de watten te leggen. Dan gaat ze zelf ontbijten, waarbij ze me haar kennis van nederlandse woorden showt: eessmakkelijk, hiel koed, dankoewel, regen, motregen, son.

Met Elfie is het gewoonlijk andersom. Die leert mij tagalog: hangin = wind. Wala hangin = geen wind. Marami itlog = veel eieren.

Als de werkers hun lunch van rijst en vis achter de navel hebben, is het mijn beurt en ik eet drie boterhammen. Ook met vis: zalm uit blik.

Judy heeft de retour-shuttle van twaalf uur weten te halen en is bij vieren al thuis. Met alles wat nodig is voor opoe (haar pensioengeld), voor 4 honden en 2 poezen (anti-worm en anti-vlo).

Vandaag is de aubergine gaan bloeien. Ernaast van andere aubergines nog eens vier langwerpige knoppen. Of we er ooit rijpe vruchten van krijgen is nog maar heel erg de vraag. Tot nog toe is dat niet gelukt, maar deze plant heeft veel meer grond dan de eerdere. De volgende bloemen hebben tot m’n verrassing zowel wit als paars, mooi.

Vrijdag, 19 juni 2020.

Gisteren bezocht Judy het postkantoor van Puerto met de vraag of er misschien post voor ons lag, maar ze kreeg nul op request: er vinden geen postvluchten plaats tussen Manilla en Puerto, dus alle post ligt opgehoopt in Manilla. Te wachten op vliegverkeer. Wanneer, oh wanneer. Nobody knows.

Zaterdag, 20 juni 2020.

Tijdens ons ontbijt komt Daner vanuit Tagusao met drie ananassen en een giga bunch met bananen. Van de grond van Rammer. Heel welkom.

Het wordt hoog tijd dat ik m’n mocassins, die ik dagelijks aan m’n voeten heb weer eens blinkend poets en ik ga naar de bodega om de poetsspullen te pakken. De inpoets- en uitpoets-borstels zitten echter ‘vastgegroeid’ aan het plankje waar ze op liggen. Met een schroevendraaier wrik ik ze los, en zie hoe anai, termieten, zich het hout hebben binnengevreten. Plukjes borstel vallen er spontaan uit. Aan de sawali van de muur zie ik welke weg ze zich gebouwd hebben om er bij te komen. Slimme mieren.

Zondag, 21 juni 2020.

Judy en ik gaan zwemmen in de spiegel van de baai. Niet alleen. Eén voor één krijgen de honden ook een uitgebreide zwembeurt. Beer als laatste, krijgt er geen genoeg van en blijft om ons heen klauwen, rondjes draaien.

Als ze later goed gedroogd zijn, krijgen ze anti-vlo-druppels op het blote vel tussen de schouderbladen. Eindelijk weer es.

In de late middag hebben Judy en ik een lachbui. Onze Teddybeer heeft sinds donderdag een halsband en ligt aan een lange lijn in de woonkamer. Te spelen met de lijn. Maar het slotje aan de lijn is losgeschoten van z’n halsband en in plaats van zich bevrijd te voelen, heeft ie het slotje in de bek en blijft liggen stoeien met de lijn. Zo komisch.

Later mag Beer met Judy mee op de motor, jawel, helemaal naar Simunong en terug. Met wapperende oortjes. Zonder te kwispelen evenwel, want een staartje heeft ie niet

Bij happy hour komen de stipkippen met veel kabaal naar ons toe en we hebben het er over dat eerdaags een mannetjeskip in de pan in de keuken zal verdwijnen. Judy heeft altijd moeite met de uitspraak van de ui, dus het woord kuiken wordt samen met andere klanken uitgebreid geoefend in het volgende door me bedachte zinnetje: “Eens gaan we kijken hoe in de keuken een kuiken te koken”.

We denken terug aan de tijd dat Judy – in Nijmegen – nederlands moest leren en moeite had met de à. Maar in een mum had ze het onder de knie, dank zij het eindeloos herhalen van: “dat washandje wast fantastisch”.

Maandag, 22 juni 2020.

Ik wordt opgeschrikt tijdens m’n zwem-halfuurtje door een geluid als krrrrfs en flops. Niet één, maar zes, zeven keer. Drie meter van me vandaan. Na drie keer geluid kijk ik in de goeie richting en zie een vliegende vis uit het water komen (krrrfs) en er weer in plonzen (flops). Nog een paar keer, wat bof ik, dat ik daar met m’n neus bovenop mag liggen. Helaas geen video.

Pastor en Erik leggen de laatste hand aan de deurtjes in de keuken. Trots! Een fotootje laat -spiegelend – het glas boven het aanrecht zien. En beneden de deurtjes met echte houten knoppen en niet van plastic, zegt pastor grijnzend, al lijkt het andersom, of toch niet, haha.

Bij ons gezamenlijk happy hour herhalen we nog eens een keer de teksten van het washandje en de kuiken koken, en ik weet alsnog een gouwe ouwe uit de sloot te halen …

Heymans Lyceum, Groningen, ca 1963. Bij les Duits vroeg de leraar de heer Kingma (bijnaam de Stier en tijdens WW2 in het verzet) aan klasgenoot Jaques Nolle hem het volgende na te zeggen “wij zijn blij dat wij vrij zijn”. Jaques, een echte stadjer is nooit verder gekomen dan “wai zain blai dat wai vrai zain”.

Dinsdag, 23 juni 2020.

Vanochtend slepen we ons bed van de slaapkamer naar de woonkamer. Daar zullen we twee weken blijven kamperen, want pastor en Erik zijn (blootvoets, als altijd) begonnen aan het maken van een ‘kabinet’. Van hollow-blocks en cement. Na de lunch, om klokslag twee, om precies te zijn. In een hoek van de slaapkamer, en wel zodanig, dat de boekenkast, die nu in de woonamer staat, er precies naast past. Dat wordt werkelijk verhuizen.

Maar voor het zover is, wordt er op de huidige cementvloer een extra laag van drie inches gelegd. Dat is in de keuken en de badkamer ook gebeurd en dat maakt een einde aan de scheuren en enkele gaten in de huidige vloeren. Later komt er alsnog ook zo’n extra laag in de woonkamer, het laatste deel van het huis. Wordt dus vervolgd….

Maar eerst morgen het feest van San Juan, met veel badgasten. San Juan, oftewel Johannes de Doper, dus wordt het baptising op het strand. Water genoeg.