Maart roert z’n staart

Maandag, 16 maart 2020

De eerste twee weken van maart zijn voor ons gekmakende weken geweest. Allerlei zaken speelden tegelijk.

Laat ik beginnen met het fantastische feit, dat we -samen met ‘onze’ Webmaster in Nederland- aan een eigen website gewerkt hebben. Het is een klus geweest, die me af en toe hopeloos en hulpeloos deed voelen. Het eerste meer dan het tweede, want hulp was er altijd wel. En dat resulteerde in een pracht van een site met de naam – hoe kan ‘t ook anders-

SHAMANSBEACH.COM

Kijken, mensen!

Vanwege de slechte conditie van m’n IPad, die permanent stroom krijgt (vooropgesteld dat we überhaupt stroom hèbben) maar op 16% blijft steken, heb ik besloten m’n dagboek niet meer toe te sturen aan de groep van 93 lezers, waarvan ik evenwel merk, dat de één er meer lol van heeft dan de ander.

Tweemaal heb ik iedereen laten weten, dat mijn ‘ik blijf schrijven’ in onze website wordt opgenomen. En de webmaster heeft daar prompt voor gezorgd. Geweldig.

Naast al deze perikelen wordt er al enige weken gewerkt in het achterste deel van wat ik altijd onze boomgaard noem. Tussen de loof- en palmbomen komen drie hutten voor dagjesmensen. Één minuut van het strand. Hutten, die bestaan uit drie banken en een uitloop, een ronde tafel in het midden en een rondom dak van kugo, bijna fluwelen hooi. Ook is er een heus toilet met stromend water en een kleedhokje. Haha, ook één minuut.

Niet te vergeten: een stevige tafel voor bbq. Al met al een prachtige plek voor zwemmers, die een dagje in de natuur willen doorbrengen. Kosten? 500 peso’s per hut per dag, bijna 10 euro.

Alles gebouwd door Elvis en Aldrin, die toezegden het mini-resort vandaag op te leveren. Judy en ik zijn apetrots op het resultaat, en hadden gisteren ons Happy Hour dan ook in de kubo het verste weg. Twee biertjes en toen kwam de regen. Een echte, maar we bleven droog. Foto, vanochtend vroeg gemaakt, geeft een indruk.

Morgen hebben de boys een andere klus: de hut van opoe herbouwen, met extra ruimte voor een permanente logé. JeeBee maakte er vanuit HongKong al twee keer geld voor over. Een klasgenote van haar, MariaChristina, komt medio april vanuit Manilla naar hier. Als permanente hulp en stay in. Zo ‘shouldert’ JeeBee zowel opoe met haar onderkomen als haar ‘ouwe vriendin’.

Pinkie gaat ergens deze zomer naar haar geboorte-eiland terug om haar lola, grootmoeder, die hulp nodig heeft, enige tijd bij te staan. Als ze weer naar hier komt, kan ze (als we gasten hebben) drie dagen per week bij ons terecht. Goeie deal, lijkt ons.

Het nieuws op tv en het gesprek van de dag is natuurlijk het corona-virus. Om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen, wereldwijd, maar ook in Nederland, kocht ik vanochtend een digitaal abonnement van de Volkskrant. Zeker met de plannen om juli en augustus naar Nederland te komen, wil ik goed geïnformeerd blijven over hoe de wereld in elkaar steekt.

Judy, die afgelopen zaterdag in Puerto was, werd bij het binnengaan van Robinson’s Mall ge-thermometerd met een soort pistool tegen het voorhoofd. Bij geen koorts mocht ze naar binnen.

Bij Leonard’s shuttle gaat de mare dat na deze week er geen busjes meer zullen pendelen. Een maand lang niet. Gereserveerde veiligheid noemden ze dat.

Ook in Puerto zijn ‘flu-people’ na getest te zijn op corona positief bevonden.

Toen ik Judy vertelde, dat ik als kind ben opgevoed om vooral positief te zijn, wat ik naar ik meen ook echt ben, maar dat ik nu de neiging krijg om négatief te zijn. Op z’n minst na een corona-test. Ze kon er maar magertjes om lachen.

Wèl hebben we gelachen, toen we de afgelopen week, tijdens de ochtendkoffie een eekhoorn door de voortuin en vervolgens de bloemenboom in zagen rennen, achternagezeten door Banjulla. Toen de eekhoorn de dunnere takken bereikte en nog hoger klom, moest poeslief het opgeven. Goddank bleef ze op een brede stronk zitten kijken. Ook toen een tweede eekhoorn zich bij de eerste voegde.

We beleven de natuur rondom ons als een nimmer eindigend avontuur.

Donderdag, 19 maart 2020

Na de ochtendkoffie ga ik als eerste kijken bij het gisteren gevonden nestje en vind tot m’n verrassing twee gebroken eitjes. Eiwit en dooier nog vochtig. Sneu. Ik ruim de zaak op nadat Judy het wilde zien en fotografeerde. Twee zielige, kapotte vogel-eitjes plus een petieterig eitje van een hagedis in m’n handpalm. Zie het verschil in grootte.

Evenals twee dagen geleden vonden Judy en ik in de huiskamer een levende, levensgrote ‘sintepit’, een schorpioen met het uiterlijk van een duizendpoot. Zo’n 15 cm lang. Met een staart met een scherpe punt, vol gemeen gif. Ik bedenk me niet en zet m’n voet op het gevaar. Ook nu is één van de kittens in de buurt. Het kan niet anders, of die heeft het binnengebracht. Spelenderwijs. Leuk, maar nee.

We hebben messenger-contact met Melly en Frans in Amsterdam. Ze zullen proberen – nu we niet naar Puerto kunnen en dus geen aow kunnen pinnen volgende week – om geld naar de pawnshop van Quezon over te maken, zodat we het daar kunnen oppikken. Frans op de fiets naar Western Union in A’dam.

Maar later krijgen we bericht dat hij werd tegengehouden en thuis moest blijven. Het zij zo. Maar de bedoeling was super.

Woensdag, 18 maart 2020

Pinkie en de boys zijn weer allemaal hier. Zelfs Toto en z’n jongere broertje zijn actief en ruimen alle restjes rondslingerende stukjes bamboe en hout bij de kubo’s op. Voer voor het vuurtje in de keuken van opoe. Verder plukken ze alle onkruid weg bij de nieuwe aanwinsten en aan het einde van de dag ziet het er superschoon uit. Jammer dat ze de komende dagen niet kunnen werken. Beide boys zijn door de familie gewenst bij het oogsten op de rijstvelden.

Niet verwonderlijk dat, nu alles er zo mooi uitziet, dat we ons Happy Hour vieren in één van de kubo’s. Met zicht op zee. En zicht op een afgebroken tak van een boom vlak voor ons, waar ik twee vogeltjes waarneem, die ongedurig af en aan vliegen. Als dat maar blijft doorgaan, ga ik kijken en blijkt m’n vermoeden juist: er bevindt zich een nestje tussen het gebladerte. Ik haal het er tussen uit, zie er twee eitjes in, en plaats het zo, dat paps en mams er goed bij kunnen. Einde rescue, in de hoop dat ze weer gaan broeden.

Dinsdag, 17 maart 2020

Het is weer Pinoy-tijd, want de boys komen niet opdagen. Maar Judy verklaart me, dat Aldrin -gepland- naar Quezon gaat om daar z’n zoontje op te halen. Uit het hospitaal. En automatisch blijft ook Elvis weg. Die had van mij nog wel mogen komen voor enkele finesses.

Nog niet is Judy op de motor naar Sawmill om groentes te kopen, of Madame Krab komt langs. Altijd is dat tandeloze vrouwtje onderweg. Met of zonder krab. Het spijt me voor haar, maar ik koop niks. Met een eerder gemaakte foto kan ik haar toch laten zien, samen met krabben uit de mangroves. Dat verdient ze wel.

Met Ger, de webmaster hebben we afgesproken om van 16 tot 17 uur paraat te staan voor een chat-uurtje. Om me te helpen bij het ‘hoe de site te bewerken en beheren’.

En ja, even over vier uur hebben we contact, de wederzijdse berichten flitsen over het chat-schermpje en ik krijg het sein: nergens aan komen. Ik ga op m’n handen zitten en volg zijn bewegingen in mijn notebook. Er gebeurt van alles, allerlei zaken worden geïnstalleerd en ik kijk maar werkeloos toe. Tot het mijn beurt is en ik zit weer in de eerste klas van de lagere school. Niet om vijf uur, maar een heel uur later eindigt de sessie.

Dankbaar en duizelig drink ik m’n eerste biertje.

Op de tv zag Judy hoe ook in Palawan regels van toepassing zijn als gevolg van de corona-uitbraak. Voor een periode van 27 dagen geen verkeer naar en van Quezon, met uitzondering van motoren met alleen een bestuurder en geen bijzitters. Dus ook vervoer als tricycles, habal-habal en topdowns is niet toegestaan. Ingaande komende week.

Puerto Princesa is nu onbereikbaar geworden, en daarmee de pinautomaten. Het wordt behelpen met een en ander. We kunnen de medewerkers maar deels uitbetalen. De rest gaat op de lat, als ze toch doorwerken. Brood en bier gaat op rantsoen. Afspraken voor betalingen bij de bank in Puerto komen te vervallen. Geen geld omhanden. Het is een onwerkelijke wereld aan het worden.

Vrijdag, 20 maart 2020

Pinkie laat – net als gisteren – verstek gaan. De boys zijn de enige werkers en we horen de hele dag getimmer. Spijkers en rondhout. Rondom het hutje van opoe, dat mèt deze verbouwing zowel verbeterd als vergroot wordt.

Aan het einde van de middag verschijnt Yofil op zijn (nieuwe) motor. In 6 uur tijd vanaf Puerto naar hier gereden. Een lange reis met overal checkpoints, waar hij z’n ID moest tonen, terwijl er niet is gevraagd naar een rijbewijs, die hij niet heeft. Vanwege de corona-virus, met een Puerto Princesa op slot, dus weinig of geen gasten, ligt z’n werk stil en is hij naar hier gekomen. Hoelang hij blijft? Niemand kan het zeggen. Het is en blijft afwachten zoals met veel dingen, overal.

Zaterdag, 21 maart 2020

We proberen Loreena, een meisje dat al eerder bij ons werkte, te strikken om ons tijdelijk weer behulpzaam te zijn, want Pinkie is ook vandaag niet verschenen.

De heftige regenbuien van vanmiddag zijn een verademing. We hebben opnieuw bloedheet weer en oh, wat heerlijk nu de temperatuur wat zakt. De stipkippen rennen in de regen paniekerig heen en weer, in plaats van beschutting te zoeken en je kunt zien dat het verendek niet alles tegenhoudt. Als de buien over zijn druppelen ze nog na. Eindelijk ook, hebben we weer volle regentonnen.

Zondag, 22 maart 2020

Met lange, zwarte en dunmazige netten, sahid genoemd, zijn vier mannen in een kleine bangka in de weer om vis te vangen. Tijdens de ochtendkoffie zagen we al de nodige scholen vis, kawan, het wateroppervlak hier en daar donkerkleuren. En als altijd, als de sahid het water in gaat komen mensen van alle kanten om mee te helpen het lange, zware net vanuit zee naar het strand te trekken. Ook vanochtend. Aan beide uiteinden achterover hangende locals, die na mee geholpen te hebben een plastic zakje gevuld krijgen en met een lunch naar huis terugkeren. Judy gaat er met een emmertje en een weegschaal naar toe en koopt voor 235 pesos een grote partij dilis, klein, zilverachtig grut, waartussen twee inktvisjes en een piepklein kwalletje. Van de visjes bakt ze na bewerking 18 platte pannenkoekjes. Dun en krokant. Lekker. Voor de lunch.

Heidi, vanuit Sawmill, komt aan de deur om groente te verkopen. Met name gabi, maar dat hebben we de hele week al gegeten en ze vertrekt zonder iets te slijten. Dat geldt niet voor DoDong, die ons een mamsa van 4,6 kilo verkoopt. Meteen heeft Judy een onverwachte klus: de vis schoonmaken, in filets hakken en de koeling en vriezer in.

Yofil wast vanochtend zijn kleren en zit verder de middag voor de buis. Eerst een deel Lord of the Rings en dan Harry Potter.

Ik lees in de tuin van de kubo m’n boek uit: Het Trommelvel, van Arturo Pérez-Reverte. Spannend verhaal dat zich hoofdzakelijk afspeelt in het Spaanse Sevilla.

Het mooiste van de dag is wel, dat Judy en ik, samen hebben gezwommen. In heerlijk, helder water. Samen. Dat is wel heel erg lang geleden.

Om half vijf komen Elvis en Aldrin langs om te checken of er hout is gebracht. Hout dat ze morgen nodig hebben om verder te aan. Als ze weg zijn wordt het hout bezorgd. Lange, van schors ontdane palen hardhout.

Vervolgens verrast Pastor ons met een theebezoekje om te bevestigen dat hij met Erik morgen komt werken aan de elektriciteit voor de drie kubo’s.

Maandag, 23 maart 2020

Dit is de dag van de Aow. Da’s mooi, maar het probleem is, dat de dichtstbijzijnde pinautomaat in Puerto is en dat is een brug te ver. Met Melly en Frans in contact via messenger beloven die geld over te maken naar Quezon. Naar de Pawnshop.

Verder is Judy in de keuken te vinden. Er moet gekookt worden. Voor Pinkie, die gelukkig weer terug is en flink meehelpt, voor vier timmerlieden, voor twee jonge tuinlieden en onszelf. Kortom: 11 man.

Na de lunch maken we een boodschappenlijstje voor morgen. Niet vergeten de medicijnen te halen. En spullen voor pastor voor het inrichten van de drie kubo’s: elektriciteit/lampen/contactdozen, schakelaars en waterleiding/kranen.

Erik graaft een geul van 40 meter voor de waterleiding. Pastor bereidt met wat we nog op voorraad hebben de elektriciteit voor.

Dinsdag, 24 maart 2020

Felicitaties gaan naar dochterlief Liza in Meppel. Per e-mail en per Facebook en de dubbele beantwoording komt even snel terug. Mooi dat dat allemaal kan.

Judy gaat vanochtend met de motor naar Quezon. Met een quarantaine-pass van de barangay, te showen bij de check-points die ze tegenkomt. Vanwege de ‘corona’ krijgt elk gezin één pasje, waarmee alleen één persoon (Judy dus) mag reizen voor boodschappen en dergelijke.

De Pawnshop vindt ze gelukkig open. Er mag maar één persoon tegelijk naar binnen en de anderen staan in een rij vanaf de guard te wachten. Dat duurt dus vrij lang, maar ze kan 30.000 opnemen. Door Melly en Frans vanuit Amsterdam toegestuurd. Fantastische hulp, en ik haast met het via de Rabobank van het Rijk van Nijmegen terug te betalen. Geweldig dat dat zo kan.

Bij Elay koopt Judy plastic kranen, lampen en meer, plùs acht zakken cement, later door wie dan ook op te halen. Morgen of overmorgen.

Op de terugweg ziet ze twee aapjes in de berm langs de weg en in alle rust kan ze er een foto van maken.

Woensdag, 25 maart 2020

Het is klussen en klussen. Rond het hutje/huisje van opoe. En in de boomgaard bij de kubo’s. Maar alles loopt op rolletjes. Alsof er geen corona bestaat.

Aan het eind van de ochtend worden 8 zakken cement bezorgd en 15 zakken gravel. Alles bedoeld voor

Maar die is er wél. Dankzij een abonnement op een digitale Volkskrant blijf ik op de hoogte en leer ik ook te weten welke ‘intelligente lockdown’ in Nederland is georganiseerd. Tot 1 juni. Het is maar de vraag of ik überhaupt naar NL kom in juli en augustus. We zullen wel zien.

Donderdag, 26 maart 2020

Zwemmen na de ochtendkoffie. De hele week al. Prachtig weer, blauwe hemelen, en dus zonneschijn. Dagelijks douchen in de tuin. Het blijft paradijselijk.

Het dak aan de noordkant van de nieuwe hut van opoe zit erop en pastor en Erik nemen het aanrecht van de keuken onder handen. Vakken voor pannen worden gladgestreken. Om vijf uur bij hun thee en ons bier beloven ze morgen de vloer van de keuken aan te maken. Drie inches verhoging, om de scheuren en gaten in de oude vloer kwijt te zijn. Én een gladdere vloer, die later geverfd kan.

Vrijdag, 27 maart 2020

Erik absent. Hij blijft thuis met een apart verhaal: Zijn zwangere vrouw (dochter van pastor) liep het huis uit en zag pal voor de voordeur een forse steen liggen. Ze bukt zich om het op te pakken, maar op het moment dat ze grijpt, springt het weg. Het bleek een grote kikker te zijn. Ze schrikt er dusdanig van dat buikpijn het gevolg is en nu is ze bang het kindje dat erin zit te verliezen. Erik geeft morele steun

Pastor komt dus alleen werken en gaat – zonder hulp – een begin maken een drie inches dikke cementvloer in de keuken te leggen. Einde middag is 3/4 klaar. Maandag verder. Hopelijk met Erik erbij.

Pastor vertelt een echte Pinoy-grap:

Een soldaat, onderweg in de jungle en hongerig, ziet een aap in een boom en schiet er met een geweer op. Hij raakt het dier, want hij ziet bloed. Maar het beest blijft zitten en valt niet. Dan klimt de soldaat in de boom om de aap naar beneden te brengen. Maar de aap- ook niet gek – laat zich op de grond vallen, grijpt het geweer en richt het op de soldaat. Die roep meteen: “Niet schieten, niet schieten, we kunnen erover praten en we vinden wel een oplossing!!!”

Zaterdag, 28 maart 2020

Er wordt alleen in de tuin wat gerommeld. Onkruid wieden in de buurt van de drie kubo’s. Judy gaat op de motor naar de rice-mill om rijst te halen. Elk gezin krijgt een halve zak. Van de barangay. Gratis. Vijf kilo. Om te overleven.

Nu het rustig is voor wat betreft de bezigheden, zoek ik uit hoe ik m’n dagboek op de website kan plaatsen, maar ik raak in de war van m’n aantekeningen en strand uiteindelijk, niet weten hoe te handelen.

Aegon, die me 60 euro per maand aan pensioengeld betaalt, wil elk jaar in april een levensbewijs van me. Ik mail ze, dat het onmogelijk is om een stempel van de barangay te krijgen. Kantoren gesloten. Niemand aanwezig.

Ik beperk me tot wat administratie. Cijfers en peso’s. Het einde van de maand nadert.

Verder installeer ik het programma van Aldfaer, waarmee ik ooit de stamboom van de familie Muda in onderbracht. Er is een uiterst nieuwe versie beschikbaar en ik download het. De volledige stamboom is – samen met de Macbook – ter ziele. Maar de beschikbare gegevens, parenteel en kwartierstaat op papier, ga ik invoeren.

Zondag, 29 maart 2020

Het contact met de wereld via wifi gisteren was net op tijd. Per vandaag geen wifi meer beschikbaar en een paar boodschappen middels Messenger leren ons dat pas per de eerste van de komende maand we weer aansluiting zullen hebben.

Verder gaat het leven wereldwijd door op een manier die je niet zou willen. Corona hier, Corona daar.

In mijn gedachten moet de huidige situatie zeer vergelijkbaar zijn met die tijdens de middeleeuwen, toen Europa geteisterd werd door de pest, waar de bevolking eveneens aan overgeleverd was.

Geen weerstand, geen medicatie. Of de Europese griep, die hele indianenstammen kon uitroeien.

Ik volg met aandacht de berichten in de digitale Volkskrant, hoewel ik er af en toe stevig afstand van neem.

Tijdens een biertje bij ons Happy Hour maak ik een opmerking, waarbij Judy zich verslikt: “at Shamans Beach we are lucky to have still 4 positive cases”. Ze kijkt me aan en ik haast me om er een foto van te maken en het haar te laten zien. Dan breekt de lach door. Bij mij ook.

Maandag, 30 maart 2020

Alle hens aan dek. Pastor en Erik gaan de vloer in de keuken leggen, Elvis en Aldrin leggen nipaplaten op het dak van opoe d’r hut. De vogels in de tuin leggen eitjes. Iedereen legt wel wat, terwijl de maan mei nog moet komen.

Ik bezig me vooral met m’n stamboom. Na enkele blunders maak ik een verse copy en begin opnieuw, krijg de smaak te pakken en breng de gegevens de Koningen in. Kwartierstaat van mijn moeder: Geertruida Elizabeth Zwaantje Koning. Dank zij een uitdraai van m’n vriend Menno Bennema Geerlings.

Dinsdag, 31 maart 2020

Ondanks de vele malen stroomstoring ligt de keukenvloer er in en bijna, bijna ook de hele extra laag er bovenop: glad oppervlak dat goed geschilderd kan worden. Morgen klaar. Later verven.

De Muda’s zitten weer op hun plek in Aldfaer en de kwartierstaat van zowel Robert, als Liza en Bas telt 13 generaties en eindigt rond het jaar 1600. Ruim 400 jaar voorouders.

De kwartierstaat van mijzelf is identiek aan die van m’n beide zussen, Tita en Marijke. Ik zet ze in een apart bestand, zodat ik ze morgen, als onze vader jarig is/was, ik ze een cadeautje kan toesturen. Geen 1 april-grap, maar ècht.

Bij het Happy Hour komt Pastor op de proppen met een tekst uit de bijbel.

Jesaja 26: 20. In de bijna 110 jaar oude bijbel, nog van opa Harry Muda lees ik daar het volgende:

Ga henen, mijn volk, ga in uwe binnenste kamers, en sluit uwe deuren achter u toe; verberg u als een kleinen oogenblik, totdat de gramschap overga….

“Tekst als een verwijzing naar het corona-virus”, zegt hij lachend.

De maand maart is ten einde. Morgen/overmorgen ga ik proberen dit stuk dagboek op de website te plaatsen.