Lorre en Larie.

Zondag, 11 juli 2021.

In de kubo beleven we een volksverhuizing. Claire, Lemuel en Thea gaan – na een check: vrij van corona-symptomen – hun quarantaine verlaten en vertrekken naar hun eigen kamer in opoe d’r huis. Na oplevering wordt de kubo gedesïnfecteerd door twee barangay-werkers en is klaar voor de opvang van Yofil, die vanochtend in Puerto is geland en door een shuttle van Leonard is opgehaald van de airport voor een directe rit naar hier. Lakay is weer de chauffeur.

Om drie uur komt hij hier [ hallo, hallo, op afstand ] en installeert zich. Moe en kapot van de reis en met een pittige hoest, waarvan de oorzaak ligt bij het in Manilla langdurig inademen van lucht die bezwangerd is van zwaveldioxyde uit de Taal-vulkaan. Hopelijk herstelt hij snel voordat ie voor de biomatrix gaat. Drie weken gezond wonen hier helpt. Ook het slapen in een echt bed in plaats van op een kale, cementen vloer zonder een matras in een te dure kamer in Manilla. Pf!

Op de vensterbank vind ik voor de zoveelste maal een dode vlinder. Vandaag is dat een kleurige libelle, die vaak op de bladeren in de tuin te vinden zijn. Een foto dàn ben je altijd te laat en vliegt het weg bij nadering. Nu is het een makkie. Op de stenen van het terras. Niks wegvliegen. Patay. Dood en roerloos.

Maandag, 12 juli 2021.

Niet alleen gisteren, ook vandaag hebben we stroom. Een ongekende weelde. Blijkbaar wordt er niet aan de weg gewerkt. En mét stroom hebben we ook internet. Hoera.

De poezen brengen een jonge cobra thuis. Ze spelen met het jonge diertje tot het de giftige geest geeft en ik er makkelijk een plaatje van kan maken. Alweer een dood beestje op het terras.

Dinsdag, 13 juli 2021.

Om 08.11 uur komt een klein mannetje bij ons aan de deur. Hij woont in de bergen en bood ons vorig jaar een papegaai te koop aan. Bij Judy. In Sawmill. Maar omdat ze eerst met mij wilde overleggen, ging het mis. Hij verkocht de vogel aan iemand anders. Jammer! Maar hij is ons niet vergeten. Vandaag issie terug en vraagt of we jonge papegaaien willen. Twee stuks. Mannetje en vrouwtje. Zo jong dat ze nog geen veren hebben, zegt ie. Kosten: 250 peso’s per stuk. Samen voor 9 euro. Deal! Wij gaan zorgen voor een kooi en hij komt ze morgen brengen. Ha, eindelijk. Ik verheug me erop ze hier te hebben. Met alleen de zorg, hoe de katten bij ze vandaan te houden.

Judy motort naar Sawmill om hout te bestellen voor de aanmaak van een groter greenhouse, nu er een groepje stipkippen gaat komen. Meteen rijdt ze langs Erik om hem te vragen vandaag nog een kooi te maken voor de papegaaien. Ik weet al jaren precies wat ik waar wil hebben. Rechthoekig hok [50x80x50] tegen de buitengevel van de keuken. Zo kunnen ze iedereen begroeten die bij ons komt. In het Nederlands….met een Gronings accent. Zoals ik de ontbijt- en de lunch-brigade hier heb geleerd om elkaar met “EET’N” te waarschuwen om aan tafel te gaan. Ik ga de vogels ook leren, en MOI ter begroeting (wel goed uitspreken en niet verwarren met de franse versie). Ik pieker over hun namen en kom tot: Lorre en Larie. Lorre is traditioneel. Larie is wat ze gaan kraaien.

Woensdag, 14 juli 2021.

Bijzondere dag: niet allen le quatorze juillet, maar ook papegaaiendag. Ik leef nog in de kleur van de lokale communicatie, bij de boodschap die ik gisteren kreeg dat de papegaaitjes jong zijn en dus nog geen veren hebben. Het verwondert me, maar ik ben inmiddels ingesteld om twee kleine, kale monstertjes tegemoet te zien. Wel, net als gisteren komt het ‘bergmannetje’ al om even over achten. Hij en z’n jutezak. Mooi op tijd. Als ik naar hem toe ga en een blik werp op de inhoud maakt mijn hart een salto van vreugde. Ik zie twee prachtige vogels met oranjerode snavel en groene veren, in de vleugels nog wat zwart en geel, op de borst ook geel tussen het groen en met boven op de kop een blauwe waas over het groen. Op het lijfje hier en daar nog wat nestdons. Ondeugende kraaloogjes kijken me aan en ik haal ze beide uit de zak om ze in het oude stipkippenhok te plaatsen, die we in de gauwigheid in de kamer hebben gezet. Maar oh, wat klauwen ze zich met hun grote zwarte poten in mijn vingers. De scherpe snavels prikken in m’n hand en ik laat ze snel los. Als ze groot zijn, een plekje op m’n schouder? Dat weet ik zo net nog niet. Ze krijgen eten aangereikt. Gekookte rijst en een stukje banaan. En allicht een bakje water. Ze doen zich tegoed en wij zijn tevreden. Foto’s nu. Steeds weer foto’s. Met m’n voeten jaag ik de poezen bij de kooi vandaan.

Wat later plaatsen we de kooi op het terras, naast de tuindeuren en ik zet m’n tuinstoel ernaast. Zo kan ik ze in de gaten blijven houden én zorgen dat de poezen wegblijven. Wat geniet ik van die twee prachtige papegaaien. Hoe ze happen in de banaan, hoe ze elkaar in de snavel pakken en pikken. Het lijkt nota bene op tongzoenen. Weinig later zie ik dat ze de oogjes sluiten en wat wegdoezelen. Het blaffen van een hond, ver weg maar toch, doet ze wakker schrikken en ze zijn er weer. Onder de stok. Op de stok. En steeds met hun vreemde loopje: zijwaarts en niet naar voren of achteren, maar draaien.

Nou, lieve lezers, jullie merken het al. Hier is het laatste woord nog niet over geschreven. Van de foto die je hier ziet, zegt Jeebee dat de rechtervogel een smile heeft. Ik plaats dit exemplaar als wallpaper op m’n laptop. Krijg er geen genoeg van. En dan natuurlijk op www.shamansbeach.com, haha!