Leguaan gevangen!

Donderdag, 1 juli 2021.

Met enige regelmaat hebben we een zwervende karbouw in de tuin. Zwervend, maar met een touw om de nek, met andere woorden losgebroken, oftewel niet goed vastgeknoopt. Door het openstaande hek komt zo’n beest binnen. Al grazende. Grasje hier, boompje daar. Meestal een karbouw van buurman Ricardo. Hij heeft er twee, dus alle kans. Maar vandaag hebben we een nog jonge karbouw bij de voordeur. Het mankeert er nog maar aan dattie aanbelt. Teddy gaat op tilt en de siesta is verstoort. Jeebee knoopt het dier vast tussen de twee kokosbomen in de voortuin. Ruim twee uur later komt de eigenaar, een neef van Ricardo het beest met lach en excuses ophalen. Helaas geen foto van gemaakt. Mooie karbouw, caramelkleurig, donkere ogen.

Vrijdag, 2 juli 2021.

Pinkie, terwijl Judy en Jeebee naar Quezon zijn, waarschuwt mij: Tim is coming, with a pick-up. Niet alleen Tim, Amerikaan uit Kansas, die een mooi huis in de bergen achter Sawmill heeft, maar ook Melody, zijn Pinoy vrouw. Af en toe komt Tim met z’n topdown, vandaag met een auto. Ze hebben een bangka in de baai voor anker en willen aan de ingehuurde kapitein duidelijk maken dat ze de boot willen verkopen. De kapitein heeft de eerste keus, daarna ieder ander. Melody brengt de boodschap. Tim en ik praten bij aan de terrastafel.

Zoals gezegd zijn de dames naar Quezon. Boodschappen doen. En daar hoort vandaag een Moccataart bij. Uit een weddenschap tussen Judy en mij: wanneer gaat de witte komamilla bloeien. Het werd gisteren. Ik gokte op vandaag. Dus het is haar taart, maar, haha, ik eet er evenveel van.

Zaterdag, 3 juli 2021.

Vandaag zou de Seco-familie, Claire, Lemuel en Thea hier komen, maar hun vlucht is uitgesteld naar morgen. Alle drie vrouwen zijn vanochtend dus druk met het klaarmaken van de B&B-hut, waar ze twee weken in quarantaine zullen verblijven. Niet in opoe’s huis, zoals eerder gezegd. Ik bemoei me alleen met een verrassende anti-termiet-actie en het verhelpen van een mankement aan het toilet.

Als we gaan lunchen met verse kinilaw is alles klaar voor de ontvangst, die morgenmiddag moet plaatsvinden, als alles doorgaat zoals voorspeld. One never knows!

Jeebee komt naar me toe met een gevonden vogelnestje. Van een kolibrie, zie ik direct aan de bouw ervan. Gevallen uit de mangoboom achter de B&B. Gemaakt van niet alleen grasjes, maar bovenal van hondenhaar. Van Happy, Robby en Teddy. Alle drie. Ze geeft het nestje een plek in een struik bij de bodega. Achter het huis weet ik ook een gevallen nestje. Het hing bij ons slaapkamerraam en ik heb de jonge vogeltjes er nog uit zien komen voor hun eerste vlucht. Daarna weggebleven en het nestje is verpauperd en gevallen. Ik zoek het op en geef het aan Jeebee. “Voor je collectie in de struik!” Ze lacht en gaat met de ‘verzameling’ op de plaat. Ze weet niet dat ik vooraf aan de foto nog een derde nest, stuk groter, in de struik plantte. Als ik haar de uiteindelijke foto laat zien, vraag ik haar hoeveel nestjes ze ziet. Verrast, zegt ze DRIE. Als ik haar dan zeg dat ik er vier zie, lacht ze en weet wat ik bedoel: het haar boven op haar hoofd.

In een telefoongesprek met Melly en Frans spreekt Judy af, dat als we de kans krijgen om te reizen, dat we in augustus naar Concepcion komen om de helft van hun kuikens over te nemen. Er zijn er daar 24, dus zullen we – als alles doorgaat – met 12 kuikens thuiskomen. Dat betekent wel, dat we onze greenhouse moeten vergroten. En hoe zal PappaKip reageren op die invasie? Later zorg. Heel mooi dat we weer stipkippen gaan krijgen. En met dat aantal in 2021 hebben we alle kans op 200 ‘verse dingala’ in 2022. Net als bij Frans en Melly. Judy’s reactie: “Oh, lekker!”

Zondag, 4 juli 2021.

Hevige regens vannacht hebben in het huis enkele plassen achtergelaten. Volgend jaar moeten we echt een nieuw dak. De katten vinden het heerlijk om op het nipadak te ravotten en het bezorgt ons hier en daar gaten. Op het ‘Puerto-kooplijstje’ voor 25 juli schrijf ik een nieuwe, sterke waterbazooka, om de katten van het dak te spuiten. Dat deden we eerder ook al en dat werkt fantastisch. Katten houden niet van water. Ook niet uit een waterpistool, haha. Maar helaas is de oude bazooka in de strijd gesneuveld.

Mede door het ‘on’-weer van de afgelopen nacht zitten we de hele dag zonder stroom. Gelukkig hebben we gisteren de pomp van de watertank lang laten lopen, zodat we in ieder geval voldoende water hebben. Ook voor de Seco’s. We wonen hier per slot vanaf nu wel met zeven man. Pinky nog niet meegeteld. Kortom: 8 ontbijten, 8 lunches, 7 diners. Dagelijks.

Mijn siesta wordt onderbroken door de komst van Tim, die een brief van Melody brengt met daarin de verkoopprijzen van hun boot, de motor en het gps-systeem. Voor mochten er geinteresseerden komen. De boot zelf ligt in zicht voor anker. De naam, ook Melody duidelijk leesbaar. Grote witte letters op een blauwe boeg.

Goddank krijgen we vanmiddag opnieuw stroom aangeleverd. De koelkast, de lampen, internet, alles werkt weer.

Kwart voor drie horen we een toeter, en jawel. De Seco’s arriveren. Na een hartelijke begroeting op afstand, vreemd is dat toch, betrekken ze de kubo. Opoe staat wat verloren en aarzelend bij haar hut, maar komt toch wat dichterbij…. Hallo, hallo, hallo. Judy reikt een lunch aan. En dan kunnen ze bijkomen. Van hun vlucht gisteren, van hun nacht op het vliegveld, van hun vlucht vanochtend, en van de reis van Puerto naar hier.

Maandag, 5 juli 2021.

Erik komt deze ochtend werken aan de antenne voor het internet. Door de momenten met slecht weer is waarschijnlijk wat losgeraakt, in ieder geval hebben we geen verbinding. Nu hopen dat het hem lukt om de zaak weer vlot te trekken.

Helen, kagawan, oftewel counselor, raadslid van de barangay komt langs en verklaart dat de quarantaine van de Seco’s geen 14 dagen hoeft te duren als ze alle 3 vrij blijven van corona-sympomen. Eén week is dan voldoende. Nu maar hopen dat dat doorgang vindt.

Ik geef PapaStipkip z’n ochtendvoer, maar dat gaat vanochtend heel anders dan we beide gewend zijn. Als ik de greenhouse nader zie ik een beest in de kooi wild heen en weer springen. M’n eerste gedachte is dat er een eekhoorn kans heeft gezien binnen te komen, maar al snel merk ik dat het een kleine leguaan is. Wist er wel binnen te komen, maar ziet nu geen kans om te ontsnappen en springt in paniek wild heen en weer. Het is verleidelijk de deur wijd open te zetten, maar dan is de kip ook weg. Na mijn geroep heb ik al snel ‘volk’ om het hok. Gelukkig is daar ook Lemuel bij. Ontsnapt aan z’n quarantaine, maar heel welkom, want ik weet dat hij – met mijn grijper al in de hand – de leguaan de baas kan. En ja, na een korte worsteling staat hij buiten het hok, met de staart van de leguaan in de hand. Het beest hangt met kop en armen hulpeloos omlaag. Lemuel neemt het mee naar z’n kubo en legt het vast aan een paal. Die gaat over drie dagen in de soep. Hypocriet die ik ben, laat ik het maar zo. In m’n hart wil ik het mooie dier de vrijheid gunnen, maar ik wil de eerdaagse stipkuikens ook veilig hier hebben, en dat laatste krijgt toch voorrang. Soi.

Als Erik halverwege de middag weg gaat hebben we internet, maar geen stroom om er gebruik van te maken. M’n dagboek kan ik schrijven, maar geen plek geven op de website. Dat moet wachten. Morgen?

Bij het plaatsen van dit deel dagboek, zie ik dat het op de website de 100ste is. Proficiat Henk, haha.