Kippen jagen op eekhoorn.

Donderdag, 21 mei 2020.

Kwart voor zeven is Pinkie hier en ik ga zwemmen in die zee van glas. Niet gestoord door enig bootje met wat voor net ook. En windstil. Geen geluid dan hier en daar een vogel. Paradijselijk. Bijna een uur blijf ik hangen, met heel af en toe een visje in m’n buurt.

Ik drink -uitzonderlijk- een tweede koffie op het terras. Bij een laag water, zoals we hier zelden hebben. Zeker 40 meter van me vandaag is de eb-lijn, van vloed-lijn is geen sprake. De waterige kust oogt als het Groninger wad, waarop je je wadlooptochten maakt. Zelfs de stipkippen lopen er uitgebreid. Krabbetjes pikken. Onderwijl gedonder in de donkere, loden noordhemel. Geen wind, geen deining, geen surf. Een vreemde, stille, geluidloze wereld.

‘s Middags gaat Judy garnalen frituren en gebruikt daar stipkipeitjes voor. Eén eitje heeft twee oranje dooiers, de andere één, een donkerrode.

Het worden heerlijke, crocante garnalen en ik vraag haar of we dit niet elke elke week kunnen eten. Donderdag garnalendag. Sluit mooi aan op de woensdag gehaktdag en de vrijdag visdag van weleer.

Vrijdag, 22 mei 2020.

Maning komt met z’n top-down en de kettingzaag van de barangay. Vlak naast het huis van opoe staat een kokospalm, die weg moet. De wortels ervan staan meest bovengronds en als die zouden breken zijn de gevolgen niet te overzien. Maning heeft z’n twee zoontjes meegenomen en één ervan klimt met een lang touw in de boom. Hij bevestigt het touw halverwege en komt weer omlaag. Vervolgens hangen zijn zoontjes en Elvis en Aldrin aan het touw om de boom de goeie kant op te laten vallen. Weg van het huis en de kruin richting strand. De zaag gaat er in en traag buigt de boom richting zee. De boys aan het touw trekken om de val onder controle te houden, en dan, met een giga klap gaat de boom te gronde.

Natuurlijk drinken we een kwartier later vers kokoswater, zoals dat hier heet, en wat Hollanders kokosmelk noemen. Goed voor je nieren.

Maning zaagt alsnog de stam aan mootjes. Nou ja, móten. En nu hij toch bezig is, haalt ie ook de loofboom weg, die bij de afwatering van de keuken staat. Opgeruimd staat netjes. Hoewel het nu nog een groene afvalhoop is. Ian zal er korte metten mee maken.

Nu is ook goed te zien hoe opoe d’r nieuwe hut vorm heeft gekregen. Grote ballustrade, vier kamers, keuken links, toilet en douche. Twee kamers voor opoe en Christina, de toekomstige interne hulp. En dan nog twee kamers voor familiebezoek en als overloop, dus dependance voor onze B&B. Niet gek. Rechts staat nog het restant van haar ouwe hut.

‘s Middags staat me een verrassing te wachten. Bij de merienda wordt palmhart gesneden, een zeer eetbaar deel uit de kroon van de kokosboom. Wit, sappig knisperend vruchtvlees. Daar blijf je van eten. Judy snijdt hapklare brokken, die altoos te klein zijn, haha.

In Europa is palmhart bij de Indo-shops verkrijgbaar. Ingeblikt, maar dat heeft amper smaak. Dit wel!

Zaterdag, 23 mei 2020.

Judy gaat pensioengeld ophalen bij l’Huillier in Quezon. En natuurlijk de markt bezoeken, voor garnalen, twee kratjes bier scoren (in stilte, want er is een ‘ban’ op alcoholische dranken, dus gaan we ondergronds) en een paar geheime flessen wijn, brood, en vlees van Di Asis, de slager op de markt.

Begin van de middag is ze pas terug, maar voldaan, want al wat ze te doen had is gelukt, met uitzondering van medicijnen. Een volgende keer proberen.

Bij het drinken van een glas koud water op het terras zien we een eekhoorn door de tuin rennen en veiligheid zoeken in de kroon van de bloemenboom. Om te lachen, want de eekhoorn wordt op de voet gevolgd door snelle stipkippen, maar het lukt hen niet ‘onze squirl’ in te halen.

Achter het huis laat Judy me -lyrisch- een wilde orchidee zien, die haar eerste geel-bruin tijgerbloempje laat zien aan een lange tak, waaraan nog heel wat veelbelovende knoppen zitten. Later een plaatje.

Om vijf uur is het tijd voor afscheid. Pinkie gaat naar huis en wordt uitbetaald voor de afgelopen maand. De boys idem dito voor de nu achter ons liggende week. We hebben alleen een klacht: er staat nog het skelet van opoe d’r ouwe hut en dat willen we weg hebben. Dus komen Aldrin en Elvis morgen een halve dag werken om het af te maken. De laatste actie. Fijn.

Ik haal alsnog drie eieren uit het nest van de stipkippen en laat drie achter. Mijmerend over de roerei van morgenochtend en me afvragend of ik ergens kalk-eieren op de kop kan tikken, haha.