Herstel: Lorie en Larie!

Donderdag, 15 juli 2021.

Heb niet zo goed geslapen. Hoest op de keel. En oren open om een attack van de poezen op de papegaaienkooi te kunnen horen. Na het opstaan beter meteen kijken naar m’n kleintjes, maar alles is oké. Douchen, koffie, ontbijt en dan even een tijdje bij de vogels. Bij nadere beschouwing over wat ik ze zal leren te zeggen, komt er van alles in m’n gedachten. De papegaai op de schouder van Long John Silver riep gewoonlijk iets van “Realen van acht”. Daar hoef je hier niet mee aan te komen, want we hebben geen realen maar pesos, en pesos van acht bestaan ook niet. Een paar Groninger woorden, die ik paraat had, voldoen evenmin. Dan bedenk ik dat als we mensen aan de deur krijgen, die meestal iets te koop hebben, en die bij het naderen al roepen “Tao Pò” (=goed volk), dat je ze door de papegaaien het beste kunt laten aanroepen met “Walang péra” (we hebben geen geld). De humor ligt aldus op straat en vooral bij onze voordeur. En zo geef ik vanochtend de papegaaien hun eerste les in Tagalog, waarbij ik merk dat ze alleen mijn lachen wat nabouwen. Nou ja, de rest komt later wel!

Erik komt hier en zaagt en timmert dat het een lust is. Alles voor de papegaaienkooi. Als die klaar is en vastzit op z’n toekomstige plek aan de buitenmuur, kunnen de poezen er niet meer bij. Een hele geruststelling. Ondertussen blijf ik in hun bijzijn als een mantra herhalen dat we geen geld hebben. In de stellige hoop dat het als zodanig niet tot een werkelijkheid komt. Want Judy motort vandaag naar de pawnshop in Quezon, waar naar ik hoop m’n pensioen is af te halen.

Op internet ‘vogel ik uit’ dat je papegaaien hebt en lorie’s. Waarschijnlijk zijn die van mij lorie’s, een wat kleinere papegaai, die veel klimt en ondersteboven hangt. Nou, dat lijkt wel erg op Lorre en Larie, die dan ook van nu af aan Lorie en Larie heten. Kan niet mooier. En dat klimmen en hangen hebben ze gisteren al getoond. Nota bene: hangen aan een stokje om uit het bakje met rijst te kunnen eten, in plaats van gewoon op de vloer van de kooi. Acrobaten zijn het én clowns.

Vrijdag, 16 juli 2021.

Zes uur, ik zing in Judy haar oor, zachtjes: “The dawn is now appearing, the rays of the sun set through. It is today your birthday, so I sing this song for you!” Ze geniet ervan en zo begint de dag. Na een douche is er koffie. Met een verjaarspakje van Marijke en Dielf. Hoera, op tijd hier en ik heb het op haar stoel gelegd. Verrassing! Een mooi ‘klaidje’ die meteen wordt aangetrokken en zo ook de bijpassende oorhangers. De slinger van regenbogen hang ik buiten bij de voordeur, waar ook de taartkaart pronkt. Die nodigen uit om haar te feliciteren en ja, even later komt opoe en dan de kinderen. Van harte allemaal.

Dan eerst een halve banaan voor Lorie en Larie en een bakje korrels voor de Stipkip. Na het late ontbijt komt Albert ons met de topdown ophalen. We gaan naar Quezon. Voor een lunch bij Villa Esperanza, aan de baai waar bangka’s aan hun ankerlijn liggen te dansen in de wind. In de linkerhoek de stad met z’n huizen en daken. Recht vooruit de twee bergen met de Tabon-grotten, waar de oudste bewonders van de Filippijnen zijn getraceerd. Skeletten, urnen en andere zaken. Albert en Judy doen eerst wat boodschappen. Ik parkeer mezelf op een gammele buiten-erker. Na een kort half uurtje staren en glimmen van genoegzaamheid komt er een jongen met een tray, waarop een flesje bier, een glas en een grote bak met ijsklonten. Wat een weelde. Elf uur in de ochtend. Half twaalf wordt Judy afgeleverd en we drinken samen. Tot de regen komt. We verkassen naar wat het restaurant moet voorstellen en bestellen gebakken stukjes kip en pancit, een soort pasta-gerecht. Albert pikt ons op en we rijden, gelukkig droog, naar huis. Half vier thuis, waar de hele dag geen stroom is geweest en Erik met z’n handen in het haar zit (wat ook niet helpt) met de kooi, die niet afkomt omdat ie moet boren. We eten nogmaals een hapje pancit, verjaardagskost, en gaan vroeg slapen.

Zaterdag, 17 juli 2021.

Om zes uur wordt het licht en we staan, na een lange nacht, op. Mijn verkoudheid van gisteravond is grotendeels voorbij. Ik kan weer luch halen door m’n neus, die niet meer druppelt. Een verademing. Wassen, koffie en Lorie/Larie begroeten met ‘walang pera’.

Het blijft niet bij de papegaaien. Judy roept me naar het terras, waar een kikker zich tegen de muur drukt. Een kikker? Koning Kikker! Ik zag nooit eerder zo’n grote, dikke, donkere, glimmende kikker. Als kind leerde ik weten hoe een opgeblazen kikker er uitziet, nou zo is deze ook. Ik ren terug om de grijper te halen, maar wat ik ook probeer, het beest glijdt steeds uit de grip. Glad en glibberig. En snel, want hij weet de huiskamer binnen te komen. Uiteindelijk werkt hij mee in plaats van tegen te spartelen:. Het is de kikker die de grijper met de voorpoten stevig beetpakt en ik breng hem snel richting vijver, waar ik hem los weet te werken. Van Judy verneem ik dat deze soort kikker een dubbele kwaak afgeeft. Alsof ie kwaakt met een echo. Laag geluid, dus een bas. En zo kom ik op het feit dat we tenminste vijf soorten kikkers hebben. Twee soorten kerkkoor, de een zingt op tenor-hoogte, de ander zingt met een alt-stem. Dan is er een bruine kikkersoort, die ook de bas uithangt, maar met één enkele kwaak. En tenslotte hebben we nog de boomkikker, die zich vooral laat horen voordat de regen komt, met één enkele schorre bas. Heel herkenbaar. Met al deze kikkerklanken winnen we het van Artis. Absoluut!

Zondag, 18 juli 201.

Gisteren al werd Yofil uit z’n quarantaine gezongen. Vrienden van hem uit Simunong kwamen hier om samen met hem te zwemmen en de buurt onveilig te maken. Na de zwemparty is de club weer verdwenen en keert de rust weerom.

We hebben waarachtig de hele dag stroom. Zondag, en er wordt dus niet aan de wegen gewerkt. Maar onweer in het noorden gooit roet in het eten en ‘s middags valt alsnog de stroom weg en daarmee ook het internet.

Maandag, 19 juli 2021.

Tijdens mijn siesta hoor ik een vogelfluitje die ik nog niet eerder hoorde. Helder en duidelijk: truttrululu, in alle toonaarden. Later gluur ik van achter het buitentoilet naar de boom die bij het slaapkamerraam staat. En jawel, zoals altijd vliegen daar de lokale mussen heen en weer, maar nu zie ik ook een kleiner vogeltje, met een grote gele vlek op de borst met daarin een rode vlek. Met een piepklein, puntig en scherp snaveltje. Op internet -als we dat hebben- zoek ik bij ‘birds of Philippines’, maar het levert niks op. Jammer, ik zou graag de naam willen weten en een duidelijke afbeelding, maar neen. Gelukkig kan ik me uitleven bij de lories. Stukje banaan geven. Koppetje aaien.

De Seco’s, Jeebee, Judy en Yofil gaan schelpen zoeken in de mangrove. Onder aanvoering van Lemuel, de veteraan. Water tot navelhoogte na de regens. Toch lukt het ze om terug te komen met twee zakken vol met clams. Grote, eetbare clams. Jeebe showt ze voor de camera. Vanavond worden ze gaar gestoomd in de dirty kitchen en eet de hele familie zoetwaterschelpen. Samen met stukjes gebakken aubergine. En bucosalad, een mix van verse cocos en fruitcocktail als toetje. Wow, yes,dat lust ik wel.

Dinsdag, 20 juli 2021.

Hoewel ik de komamillastruik met z’n prachtige bloemen al enkele malen voor dood heb verklaard, of ten minimale klaar voor de winterslaap, maakt ie waarachtig een doorstart. Vier kleine bloemknopjes kondigen een volgend leven aan. Als een reïncarnatie.

Jeebee ziet bij het uitlaten van Teddy de grote leguaan lopen. In de tuin, vlak achter de composthoop. Met een ril in haar lijf vertelt ze ervan. Ze is dol op honden, katten en papagaaien, maar verafschuwt en is bang bij de wilde fauna. Terwijl ik juist die ‘wilde’ dieren graag wil zien. In een zo mogelijk ook wilde habitat.

Halverwege de ochtend komen er twee mannen met elke een rugzak de tuin in. Mijn eerste reactie: gasten! Echter, het zijn Michael en z’n helper. De piso-automaat voor wifi onder de arm. Ze installeren de handel en bestellen een lunch. Jammer genoeg hebben we weer es een brown out en kunnen de wifi niet controleren. Wat wél lukt: ze hebben een drone bij zich en hij laat de ‘heli’ over ons huis vliegen. Een drone met een camera, dus we zien op het schermpje ons huis en omgeving. Pas dan zie je hoeveel palmbomen er rond het huis staan. Wat een groen dek. En wat een leuk speeltje. Bij hun vertrek vraag ik ze om een filmpje van onze plek te maken. Om een plek te geven in onze website. Da’s okay! Volgende keer, bij mooi weer. In de regen vertrekken ze.