GUPIT-1

Woensdag, 24 juni 2020.

San Juan. Een religieuze feestdag? Ja, op papier. Op het strand zie ik vooral kinderen, die een duik nemen in het door de veranderlijke winden woelig gewaaide water. Zwembandjes en autobanden gaan mee. Alle winkels in Quezon zijn na de ochtend gesloten.

Gemotoriseerde badgasten ploeteren door het mulle zand en menigeen blijft erin steken. Doet me plezier. Het strand is geen highway. Vrouw en kind moeten afstappen en papa, naast de motor, wijst de weg waar te gaan. Zwemmen bij de noordrivier. Kinderbadje met weinig branding.

Een moment van verstild natuurgeweld. 18.25 uur. Lampen rondom het huis branden. De zon is weg en er is een zware schemering. Boven Tagusao verschijnen stapelwolken van achter de palmenrij, meer en meer, hoger en hoger klimmen ze. Donkerblauw en zwart. Lichtflitsen laag boven de palmen. Wolken! “Blijf en vermenigvuldig U!” Nou, dat lukt. In no time is de hemel inktzwart. Het flitsen blijft met tussenpozen aanhouden. Judy maakt foto’s, maar als er een flits is knipt ze te laat, en als ze knipt is er nog geen flits. Maarrr.. stilte alom. Alles komt dreigend nader, de wind draait en de donder begint. Volop. De grond beeft en bibbert. Wolken bestapelen de wereld van kim tot kim. Dan komen de eerste druppels. Mot nog. Maar luttele seconden later gaat het knallen, de hemel opent zich en het gaat storten. Wij zitten op het terras. Eerste rang. Droog. Met een kouwe klets, en dat is genieten.

Donderdag, 25 juni 2020.

Hebben we te maken met een zieke kip? Vijf kippen rennen driftig rond -als altijd- alsof er brand is, maar eentje blijft achter, blijft met de poten wijd strak staan, kop omlaag. Als een mediterend standbeeld. Wil al twee dagen niet eten. Ik vraag me af of dit de hen is, die de eieren legt en daarvan nu doodop is. Kapot. Pagod, in het tagalog. In het nest in de boomgaard liggen zeven eieren. Sinds dinsdag. Gisteren is er geen achtste gelegd. We zullen zien wat er vandaag gaat gebeuren.

Al vroeg ga ik zwemmen. Plonzen met Beer. Leuk. Hij blijft bij me zwemmen als ik hem loslaat, maar zodra ik echt afstand maak klauwt ie zich dappertjes terug naar het strand. Daar rolt ie zich in het zand, lekker, om en om en om. Tot ik hem daar ophaal en hem toefluister ‘nòg een keer, nòg een keer’. Ik voel z’n hartje wild kloppen en opnieuw dappert hij zich naar de vloedlijn, waar Judy hem opvangt om droog te wrijven. Wat later zie ik hem liggen naast m’n klompen. Hijgend. Pagod. Kapot, dus.

Vanochtend kwamen twee mannen aan de deur om te vragen of we vlees wilden kopen. Mooi donkerrood vlees van een wild zwijn, dat ze in de nacht hadden gevangen in de bergen. We kopen 6 kilo, 180 peso’s per kilo. Maakt zo’n 20 euro. En dat voor vers everzwijn. Wow.

In de loop van de middag komen er 5 motoren het terrein op rijden. Acht jongelui tegelijkertijd voelt als een invasie. Een vrouw begroet Judy allerhartelijkst en voor mij is er een ‘Hello sir, nice to see you again’. Even later hoor ik haar fluisteren met Judy, die antwoordt met ‘the Netherlands’.

Vrijdag, 26 juni 2020.

Snotteren en niezen, net als vorige week een dag lang. Mijn tweede golf? Ik gebruik t-shirts, gisteren en daarvoor gedragen, om m’n neus in te snuiten, maar het is onvoldoende. Heb ik op de tocht gezeten? Ja, al enkele jaren. Waar komt die plotselinge verkoudheid vandaan? Geen idee. Na het avondeten zwakt het af en na de film ‘For a few dollars more’, met een nog jonge Clint Eastwood, kan ik gewoon naar bed. Gelukkig.

We lunchen met soep, waarin een fraai deel van de everzwijn is verwerkt. Heerlijke soep, met groente en stukjes vlees, oh zo mals. Iedereen is er verrukt van. Ik niet in ‘t minst, haha. Nog 5 kilo te gaan….

Zaterdag, 27 juni 2020.

Goed geslapen en geen niezen meer. Erik komt om, op mijn verzoek, een overgebleven stuk sawali te plaatsen bij de achterkant van de dependance, waar nu twee stukken hout en een bord ‘forbidden to trespass’ de doorgang naar het strand blokkeren. Op de sawali wil ik een tekst als ‘Welcome, guests of Shamans Beach’. Wel zo vriendelijk en de plek wordt niet meer als doorgang gezien.

De kippen zwerven meer dan voorheen over het terrein, maar al twee dagen geen eitje gelegd. Van de leg af? Ergens anders een verborgen nest? Ik zoek alles af, maar vind niks. Wel pikken ze in de vroege ochtend tegen het kattenluikje, bedelend om graankorrels. Na het eten verdwijnen ze weer.

Judy gaat met de motor naar Tagusao om Daner aan te sporen om kopra te gaan oogsten. Het is weer de hoogste tijd om dat te doen, maar er is daar geen enkele actie. Niemand aanwezig.

Om half vijf gaat Pinkie naar huis. Ik: Bye, bye, see you thursday. Zij: Ja.

Zes uur heit de klok en jawel, de vleermuis die aan het dak hangt, boven het balkon van de logeerkamers laat zich vallen, gaat op de vleugels en fladdert de schemering in. Het ritueel van iedere dag. Tegelijkertijd hoor ik de stipkippen zich nestelen in de bloemenboom. Bat and Birds.

Judy en ik hebben brood met kaas. Voor avondeten. Ik mijmer over krentenbollen, maar die zijn nergens te krijgen.

Zondag, 28 juni 2020.

Regen en meer regen. We zwemmen niet. Dus ook de honden niet, wat wel in de bedoeling lag. We douchen binnen en kleden ons warm. De zon laat verstek gaan. Lock-down, hahaha, lekker binnen.

Het wordt vandaag een hele luie dag. Ongestoord. Zonder grieperigheid. Lezen, siesta, puzzelen, kort en droog wandelingetje, mailtje, roereitje van de stipkippen, en vanavond weer die zááálige soep met wild zwijn.

Maandag, 29 juni 2020.

Geen zwemmen. Het is habagat-tijd en de originele, met heftige klappen gepaard gaande branding is terug van weggeweest.

De wilde orchidee met z’n, of is het haar, tijgermotief bloeit op drie lange stengels. Weet niet van ophouden, en dat hoeft ook niet. Ik tel zo ongeveer vijftig bloemen per stengel. Driemaal, dus reken maar uit. Jammer dat er geen bloemist in de buurt is, die ze voor een leuk prijsje wil afnemen, haha.

Pastor werkt weer aan de kast in de slaapkamer en Erik sleutelt aan het dak, waar we enkele lekken hebben, dus vervelend bij regenslag. Hopen dat het hem lukt om het te dichten. We hebben vandaag echter een droge dag en allicht blijft het ook binnen droog.

Aan het einde van de middag sta ik toch weer versteld van de vorderingen. De kast behoeft nog een aantal finishing touches, maar het begin van de drie inches hoge vloer is er al. Alsof ontstaan uit een vulkanisch geheuvelte.

Morgen is hun laatste werkdag en moet de vloer klaar zijn, is de planning. Ik blijf benieuwd of ze dat gaat lukken. Spannend.

De stipkippen komen gewoontegetrouw rond vieren naar het terras bij de voordeur. De magen knorren en ze willen voer. Ik draai m’n stoel en bekijk ze stuk voor stuk nauwkeurig. Ik weet dat ze niet weglopen voordat ze hun korrels hebben gehad. Bij deze inspectie ontdek ik dat we vijf mannetjes hebben en één vrouwtje. Een iets kleiner punthoofd en de wangzakken zijn een pietsje minder rood. En inderdaad, is het de ‘vermoeide’ kip. Logisch.

Ik verstuur vandaag nog enkele e-mails om vooral helder te hebben en te houden, dat m’n reisje naar NL dit jaar niet doorgaat.

Tijdens happy hour proberen we zwager Theo te bereiken om onze felicitaties over te brengen, maar nee, niks. Het mag blijkbaar niet en we volstaan met een mail en een proost.

Dinsdag, 30 juni 2020.

De training van Beer is begonnen: hier, zit, lig, blijf, poot, stil. Uiteraard in het nederlands, anders kunnen de Pinoy het straks ook.

Training voor mij is fietsen. Weliswaar met lage rugpijn, dus eerst een cetamolletje en daarna in ‘t zadel, of is het op het zadel. Wel bewegen.

Tijdens happy hour ben ik er op gespitst om de vleermuis weer ‘van het dak te zien vallen’. En jawel. Was het zaterdag om 18u38, vanavond is het prijs om 18u39. Je kunt er bijna de klok op gelijk zetten. Wat een regelmaat. Elke dag hetzelfde. Doet me denken aan een uitspraak (bedacht of gestolen) van m’n vader zaliger: ‘Elke dag dronken is ook een geregeld leven’. Hahaha.

Pastor en Erik nemen afscheid, met de belofte zaterdag terug te komen om de vloer af te maken. De huid van hun vingers is door het werken met cement dusdanig aangetast, dat het lijkt of de vingers gaan bloeden. Na drie dagen timmerwerk elders kan hier de draad weer worden opgepakt en ook afgemaakt.

Bij klaarmaken om naar binnen te gaan zien we dat er een landschildpad bij het bord met vis en rijst voor de poezen zit. Met een korrel rijst op z’n neus. Ik heb nooit geweten dat schildpadden rijst eten, maar deze dus wel. Leuk.

Woensdag, 1 juli 2020.

In alle vroegte lukt wat gisteren niet ging: pensioengeld overhevelen naar de pawnshop in Quezon. Albert komt met de top-down naar ons toe en haalt lege gastank, watercontainers en lege kratjes. Alles voor de refill in Quezon. Judy gaat er op de motor naar toe om een en ander te regelen.

Elfie doet de huishouding en maakt rond elf uur in de boomgaard snel een vuur om rommel te verbranden. Net op tijd. Daarna krijgen we te maken met een vliegende storm. Alle deuren en ramen dicht, en nog lijkt het of we binnen worden weggeblazen. Regenwater sijpelt onder de tuindeuren door en vormt een klein vijvertje, maar ik weet, dat over een kwartier alles weer voorbij is en nog wat later alle water zal zijn weggezakt in de cementvloer. Walang problema.

Op het terras lopen twee krabben en er zit een pad, zeer in elkaar gedoken en onbeweeglijk. Om te voorkomen dat de poezen zich er aan te goed gaan doen, haal ik de ‘loopkikker’ (die zich bij aanraking enorm opblaast) weg.

Eerder schreef ik al dat we bloesem hebben aan één van de drie de citroenbomen. Twee kleine, witte bloemen. Een paar weken terug. Welnu, die zijn inmiddels uitgegroeid tot heuse citroenen. Zouden ze nog ‘ontgroend’ worden en geel groeien, vraag ik me af of blijven ze zo. Kweet niet maar we zullen het wel zien, niemand kan het me vertellen.

Donderdag, 2 juli 2020.

Judy gaat voor de tweede maal naar Quezon om te ‘pinnen’ bij de pawnshop, maar zelfs een extra trip naar Cebuana in Narra is tevergeefs. Er is geen geld, en als ze rond vier uur eindelijk weer thuis is, komt er een berichtje van Moneytrans: transactie vrijgegeven. Gisteren kreeg ik een formulier toegezonden om in te vullen, hetgeen ik prompt heb gedaan en teruggezonden. Dat moet geholpen hebben.

In de tuin horen we Beer hard tekeer gaan en we gaan polshoogte nemen. Bij de schuur zien we dattie vrolijk zit te blaffen naar een schildpad, een landschildpad wel te verstaan. Met kop en poten verborgen in z’n schild zit ie veilig en geduldig te wachten tot de blafpartij achter de rug is. Een uurtje later ligt Beer elders na te hijgen en de schildpad is verdwenen.

Vrijdag, 3 juli 2020.

Ja hoor, Judy opnieuw naar Quezon. Onvermoeibaar, dat meisje. Nu gaat het goed en ze betaalt alles wat gisteren en eergisteren is aangeschaft. Thuis maken we balans en budget op van de start van deze maand, en we hebben alle reden om het vervelende begin achter ons te laten.

Ergens in onze wereld hoor ik een ongezien karabouw-kalf onophoudelijk en klaaglijk huilen om z’n moeder. Een aandoenlijk geluid dat maar niet stopt.

Beer gaat met z’n tijd mee, en krijgt een mondkapje op, voordat ie meegaat op de motor naar Simunong. Tot groot plezier van de kinderen, die ook met kapjes lopen en vinden nadat ze Beer hebben gezien, dat elke andere hond dat ook zou moeten. En gelijk hebben ze natuurlijk. Zodra dat geregeld is, komen poezen en kippen aan de beurt. Toch?

In Quezon vernam ze, tot mijn grote genoegen, dat het oude postkantoortje weliswaar totaal is gesloten, maar dat de diensten zijn overgeheveld naar een ander gebouwtje, dichtbij de highway, en dat het elke maandag, dinsdag en woensdag open zal zijn. Judy neemt zich voor om maandag naar Quezon te gaan en dus ook het postkantoor(tje!) zal opzoeken om te zien of er überhaupt wel post is voor ons. Dat kan na drie, vier maanden toch zeker niet missen. Ben benieuwd.

Zaterdag, 4 juli 2020.

Half zeven wordt ik spontaan wakker. Het is al aan het lichten. Judy is al een paar uur onderweg naar Puerto Princesa. Zodra Pinkie er is, zeg ik haar ‘to go for a shave and a swim’. Ik scheer me in de buitendouche. Als ik daar uit kom, zie ik pastor en Erik al aan het ontbijt en grap gekscherend en wijzend naar m’n kale kin en wangen: Gupit-19. [voor niet Pinoy: gupit is ‘knippen en scheren]. Ze lachen luidkeels. De humor gaat erin als koek. Aansluitend ga ik zwemmen, het kan weer, al is er een behoorlijke deining, en douchen.

Aan Pinkie doe ik het voorstel: we gaan één mannetjes-stipkip opeten en één mannetje met jou ruilen voor een vrouwtje. Dan hebben we drie mannetjes en twee vrouwtjes. En als het kan wil ik zelfs ruilen om drie vrouwtjes te hebben, met twee mannetjes. Heel simpel: ons enige wijffie is kapot en zit meer en meer in haar veren en vleugels verscholen voor de rest van de wereld., arme vogel.

We hebben een volle ochtend een brown-out. Donkere wereld buiten en dus binnen weinig licht. Alle respect voor pastor, die toch kans ziet goed werk te leveren aan de kast en de vloer van de slaapkamer. Rond twaalven steekt de storm op. Zware bries vanuit zee, die alras regen met zich meebrengt. Een eeuwige en horizontale regen, die maar blijft gaan. Pinkie en de boys (zoals we pastor en Erik gemeenlijk noemen) hebben hun lunch binnen in de huiskamer, want buiten kun je niet zijn. We komen cement tekort en pastor gaat op onze motor op jacht, weet ergens een zak op de kop te tikken en brengt het -in plastic gewikkeld- droog en veilig hier. Hijzelf druipt aan alle kanten.

Om half vijf komt alles samen: Judy terug van Puerto (net als vanochtend op de heenreis de enige passagier in de shuttle) en pastor heeft de vloer klaar. Het enige dat rest is het terugplaatsen van de deur, maar daar komen de boys morgenmiddag voor terug. Het is tijd voor thee, bier en ‘bye bye’.