Greenhouse

Zondag, 9 augustus 2020.

We krijgen in de loop van de ochtend bezoek van Ado, de schoonvader van Pinkie, die ons laat weten dat zij vooralsnog de komende week niet zal komen werken, aangezien haar man Riks een ongeluk heeft gehad bij z’n werk en, ver weg in IloIlo, in het hospitaal ligt. Naar verluid met een hart attaque en hersenbeschadiging. Riks, altijd al met een epileptische inslag, werkte bij een ‘kreeftenboer’, door te duiken naar opgroeiende kreeften en die te voeren. Apart verhaal. Nu grote zorgen en Pinkie thuis overstuur. Elfie, die per de 12de augustus zou stoppen met hier te werken zegt toe alsnog te zullen blijven.

Judy snoeit vanochtend van de opgroeiende kokospalmen de onderste bladeren weg, waardoor we weer een beter zicht hebben op het strand en de mensen die voorbij komen. Ik verzamel de bladeren voor een aan te leggen vuur, als de handel wat is ingedroogd.

Nee, ook al schreef ik gisteren dichterlijke regels over Hollandse lekkernijen, ik mag hier niet klagen. Dank zij een verse barracuda hebben we een schotel kinilaw, gemarineerd visvlees. Blank en boterzacht. We drinken er een kouwe klets bij en eten vandaag in eigen restaurant met vijf sterren.

Yofil vertrekt, na met opoe, z’n lola, de kerk te hebben bezocht (few people) naar Quezon, om morgen door te reizen naar Puerto, waar hij werkt.

Maandag, 10 augustus 2020.

Elfie is vanochtend mooi op tijd en we zwaaien gezamenlijk Judy uit, die naar Quezon motort om een trouwerij bij te wonen en wat hardware, met onder andere scharnieren te kopen voor de nieuwe keukenkasten, die trouw op het terras achter het huis staan te wachten op pastor en Erik. Zaterdag wordt er weer aan gewerkt.

We zwaaien dus naar Judy, en zien dan dat Beer achter de motor aanholt. Gelukkig geeft Judy flink gas en de hond blijft verbouwereerd midden op het pad zitten en heeft het nakijken. Als ik even fluit echter, komt ie als een wolk haar aanrennen en ik beloon hem met een stukje hot dog. Voor wat hoort wat en zo leert ie niet alleen ‘komen’, maar ook ‘zitten’. Als ie zich lekker er bij neerlegt wervelen pluizen over de stenen en het gras. Beer verhaart, en zo kun je hem overal tegenkomen, in kleine beetjes, haha.

Na een tweede, korte brown out blijft het licht branden en eten we onze maaltijd op het terras buiten. Een motor komt, ondanks dat we het buitenhek hebben gesloten, aanrijden en een jong stel vraagt om overnachting. En of ze korting krijgen omdat ze maar zo kort hier zullen zijn. Judy accepteert en ik, met tegenzin, leg me er bij neer. Als we gaan slapen ben ik ze eerlijk gezegd al vergeten.

Dinsdag, 11 augustus 2020.

Ook vanochtend denk ik niet aan de gasten en ik vraag me af waar Judy zo druk mee is. Het blijkt met de koffie voor de kubo te zijn. Ochtendkoffie voor gasten. Ach, zo verzorgend, terwijl ik alleen maar denk aan m’n eigen koffie.

Tijdens het ontbijt met Judy en Elfie komt iemand drie zakken compost, goeie grond vanaf de rijstvelden bestemd voor de potplanten in de greenhouse, brengen, gelukkig zonder magnesiumnitraat. Wel met karbouw en twee kleuters. Altijd leuk voor een spontane foto, tussen twee boterhammen door, haha

Woensdag, 12 augustus 2020.

Bij het schoonhouden van de strandhutten vind ik na een regenbuis altijd wel ergens een stukje glas van een ooit kapot gesmeten fles. Meestal aan de voet van een kokospalm. Soms lijkt het wel een rage en ik heb geen idee wat mensen ertoe brengt om flessen te laten sneuvelen. Of ja, ik heb wél een idee: bezopen.

Vanochtend vind ik op de tafel van de eerste hut een klein pindaatje. In de dop. Ik neem het mee en leg het op een kleine tafel op ons terras. Misschien wil een vogeltje zich er te goed aan doen. In Nederland werkt dat. Hier niet. Wel zie ik na enkele uren dat het rond de pinda krioelt van de mieren. Rood en klein. Ik zie waar ze bij de tafelpoot omhoog klimmen, een drukke route, en ik volg het spoor over het terras, zo’n drie meter en dan klimmen ze bij het muurtje omhoog om aan de andere kant naar de grond te lopen en te verdwijnen in het gras en onder de grond. Onvoorstelbaar hoe die mieren vanuit de tuin zich massaal storten op één klein pindaatje, een slordige vijf, zes meter verderop. Ik veeg alles weg en sproei zeep om het schoon te houden. Als ik na afloop het pindaatje een beetje op de tafel laat stuiteren komen er nog steeds miertjes uit. Tientallen. Een belangrijk verhaal, dat ik zeker in m’n dagboek moet schrijven, haha. Hierbij dus.

Judy ‘vernuvert’ zich met haar potten blommetjes. Ze kan er geen genoeg van krijgen. Hobby lijkt een te klein woord voor hoe ze er mee bezig is. De verse compost slinkt zienderogen. Als ik de cactussen bekijk lijkt het haast van plastic te zijn en ben benieuwd hoe dat verder zal groeien.

Donderdag, 13 augustus 2020.

Half vier in de ochtend komt buurman Maning Judy met de top-down halen. Ze gaat weer naar Puerto. Nu om belastingzaken voor Rammel te regelen, aangaande zijn stuk grond in Tagusao. Ik slaap uit tot zes uur en heb tot zeven uur het rijk alleen, als Elfie hier komt poetsen.

En zo verloopt de dag. Terwijl -tijdens m’n siesta- Judy al terug is. Bijzonder snel gedaan en ze vertelt dat ze op de terugweg, met de shuttle van elf uur, de enige passagier is. Haha, half drie is ze al thuis. Veilig en wel. Ik blij.

Pastor komt langs en we praten over allerlei lopende kwesties, waaronder het vervangen van de nipa-platen op ons dak. Dat zal uiterlijk in 2022 moeten gebeuren. Ik stel dat, als we daarmee aan de gang gaan, dat we de twee kamers boven elk een uitbouw (ik weet er geen goed Nederlands woord voor, maar in ‘t Gronings: een aarkenail) geven om daarmee meer ruimte te creëren. Het gevolg is dat we daarvoor ipilhout moeten hebben en hij waarschuwt dat dat per volgend jaar niet meer gekapt mag worden. Dus nemen we ons voor om dat nog dit jaar te regelen.

Als hij, pastor dus, weg wil gaan hou ik nog vast met een limerick, die ik onlangs maakte. En zo zing ik:

A pastor, born in Manilla,

likes pudding with the taste of vanilla,

lives now in Simunong.

For him is this song,

his name is Pancho Villa.

Hij moet lachen én ik moet het nog een keer zingen. Inclusief het refrein: And oh yes, yes, we love him. (2x natuurlijk).

Ik geef hem de tekst op een briefje mee, waarbij hij grinnikt het zondag voor zijn kerkbezoekers te zullen zingen, met gitaar begeleiding, en met eigen melodie. Weslyan Church: God zegen de greep.

Vrijdag, 14 augustus 2020.

Al tijdens het ontbijt komt buurman Maning al langs om over het ipilhout te praten. Hij is er als de kippen bij. En hij is de enige die de kettingzaag van de barangay mag gebruiken voor kap- en zaagwerk. Hij gaat na een koffie weg met de opdracht om voor het hout te gaan zorgen. Kosten: 15.000 pesos, een kleine 300 euro. In september af te rekenen.

Judy komt thuis met een prachtige MayaMaya, vers gevangen, terwijl ik van Leo een kilo pusit, inktvis koop, aan de deur en vanaf de motor. De vis wordt gevuld met tomaat, knoflook en peterselie en de inktvis krijgt een lading doperwtjes, tomaat, uisnippers. Alles gaat in aluminiumfolie op de barbecue en we eten er goed van. De vis is onvoorstelbaar zacht en de pusit is z’n taaiheid kwijt. Een heerlijke lunch.

Zaterdag, 15 augustus 2020.

Ik zwem weer vanochtend. Da’s lang geleden, maar er is zon, warm water en weinig wind bij een brandingsloze zee. Beer gaat mee en het valt op dattie nooit of te nimmer bang is, ook al drukt ie zijn snuit stijf in de oksel van m’n elleboog bij het lopen in zee. Ik hou hem watertrappelend bij me, wat geen enkele moeite kost en laat hem dan gaan. In een rechte lijn zwemt ie naar het strand en rent dan naar Judy, die hem al roept vanaf het terras.

Pastor en Erik komen weer werken. Pastor aan de keukenkasten en Erik aan de greenhouse. Bij de merienda eten ze gekookte guave en ze lunchen als zitten ze in een sterrenrestaurant, net als wij gisteren, met eveneens een MayaMaya en pusit van de barbecue. Ze smakken en boeren zich, naar goede Pinoytraditie, door de maaltijd heen en er volgt warempel een fraai compliment. Terecht.

Nog vooraf aan de merienda is de greenhouse klaar, gebouwd tegen de achterkant van de B&B-kubo. Een eigen plek, mooi uit de zeewind. Erik gaat verder met een betere hondenhok voor Yannick en pastor puzzelt verder met de deuren van de keukenkasten.

Bij de afscheidsthee zing ik, zoals eerder beloofd, een limerick voor Erik.

Young Erik is a good eater,

taking palay straight from the heater,

and isda, oh how wrong,

he will grow too strong,

baka bukas he might be two meter.

Nb. [palay=rijst / isda-vis / baka bukas=misschien morgen]

KinKin wil ook een liedje voor hem alleen en ik presenteer, met enige uitleg dat min-min negatief is en win-win positief, niet te verwarren met testuitslagen van covid-19.

Pocket-money was given to KinKin,

he lost some and the saldo was min-min.

Then he took a pot

and saved pesos a lot,

so later the balance was win-win.

Half zes vertrekken ze, wij drinken een biertje totdat de zon weg is en eten bij de tv nog een Jollyburger van donderdag. Lekker lui bij een film met Tommy Lee Jones. Half elf: oant morn.