Goeie Kerst en een zalig uiteinde!

Maandag, 21 december 2020.

Met frisse moed motort Judy naar Quezon. Met haar papierwerk, op naar Lea, de secretaresse van de notaris. Yofil, met Menchie achterop volgen. De laatste wil verse groentes kopen op de markt, is het excuus.

Ze zijn precies op tijd terug voor een door Pinkie verzorgde lunch.

Om vijf uur is het een Happy Hour voor ons vieren, en zo zal het twee weken blijven gaan. Een biertje, een avondhap en een borrel, met veel verhalen. In het kort: gelag met gelach.

Dinsdag, 22 december 2020.

Na twee telefoontjes met ‘s notaris secretaresse gaat Judy opnieuw naar Quezon. Het blijkt een heidense opgave te zijn om te voldoen aan alle gestelde eisen om je eigendom op eigen naam te krijgen. Het resultaat van vandaag moet voldoende zijn om in Puerto bij de BIR een eerste vrijwillige betaling te realiseren, om een boete voor te laat zijn te voorkomen. Dus besluit Judy om morgen naar Puerto af te reizen, met papieren en portemonnee.

Halverwege de middag komt ze – verregend – terug. Ze oogt vermoeid en ik maak me zorgen. Maar ze zet haar ideeën door, en reserveert een plaats in de vroegste shuttle van morgenochtend.

Ondanks alle drukte van de dag hebben we een relaxt HH. Judy weigert om vroeg te gaan slapen, ondanks haar wekker van half drie morgenochtend. ‘Ik slaap wel in de bus’. Aldus.

Woensdag, 23 december 2020.

Als de temperatuur vanochtend onder nul was geweest, hadden we een dik pak sneeuw gehad. Maar helaas is het regen en regen. Ook tijdens het ontbijt met gerookte vis, gebakken dilis, rijst en ieder een Angus Highlander worst. Ik met een plak krentenbrood met goudse kaas. Menchie en Pinkie hebben moeite met zo’n worst. Arthur en ik niet. Integendeel.

In de woonkamer vliegt weer eens een vlinder en die is zelfs bereid om een rustpauze op m’n hand te nemen. Pinkie is zo goed er een plaatje van te maken en ik voel me vereerd met dit bezoek. Wordt mijn ziel één met de natuur om me heen? Ooit een jonge kraai op m’n hand, dan diverse kleine vogeltjes die makkelijk blijven zitten, onlangs de zoveelste een kolibrie en nu opnieuw een vlinder, met tere pootjes, maar met kracht in de grip.

Tijdens m’n siesta wordt er zachtjes en aarzelend op de deur van de slaapkamer geklopt. Pinkie blijkt een ‘bezoeker’ te hebben ontvangen. Hij zit aan de grote tafel een gebakken banaan te eten en een sigaretje te roken. Ik vraag hem z’n naam en waar hij vandaan komt. “Ik heet Rick en kom uit Nederland, Amstelveen, en wil hier graag overnachtend, maar ik heb maar een budget van 250 peso’s.” Nou, alles is meteen duidelijk. Ik kan hem overhalen toch te blijven slapen, met een deal van 500 peso’s voor de nacht plus ontbijt. Aansluitend installert ie zich, gaat zwemmen en maakt een lange strandwandeling. Als hij later vraagt om een restaurant in het dorp, vertel ik hem dat zoiets hier niet bestaat, nog geen muur waar je een kroketje uit kunt trekken. Als hij op z’n motor alsnog op sjouw gaat komt ie nota bene met een ‘zakje barbeque’ terug en heeft een smakelijke avondhap. Met een zit-ligstoel zoekt ie even later z’n plek op zijn balkon bij z’n kamertje boven. Leest en valt in slaap….

Zoals gemeld is Judy naar Puerto. Als ze om half zes, tijdens Happy Hour terug is doet ze verslag. De zaak is rond en de fee voor de totale overdracht van onze beachlot met ‘title’ op haar naam is betaald: 131.000 peso’s, een rib uit het kwetsbare Rabo-lijf. Eind januari of februari heeft de belastingdienst alles gedigitaliseerd opgeslagen en kunnen we de bevestiging halen. We proosten met onze drankjes op de goede afloop en eten uitgebreid spare-ribs. Lekker. Met mosterd van McCormick, made in the Philippines.

Donderdag, 24 december 2020.

Arthur leest, ik lees, Judy in de keuken en Menchie eveneens. En zo vergaat de dag. Getrouw als meestal. In de keuken worden gigamaaltijden voorbereid voor morgen en de dagen (?!) daarna. Spareribs, spagetti, noedels, met gehakt gevulde vis, soep en toetjes.

In de tuin bloeit – denk ik – de laatste Komamilla. Bij het maken van de foto zie ik echter – op de voorgond – een laatste knopje. Minimaal twee maanden lang heeft deze struik bloemen gehad. Petje af.

Kerstdag, 25 december 2020.

Wat Judy al beloofde bij aanschaf van de oven: Appelgebak. Inderdaad met een hoofdletter. Ik haar op alle mogelijke manieren geplaagd met het ontbreken van appelgebak, en ze neemt vandaag zoetjes wraak. Alsie klaar is gaat ie voor de helft voor de bijl. Iedereen krijgt een punt. Smal, want hij blijkt machtig. Hiep hiep hoera.

Eén van de drie beach-kubo’s is in gebruik. Zo’n 20 gasten vieren er hun Kerst. De ouderen zingen en de kleintjes spelen in de uitlopers van de branding.. Twee honden, meegebracht en loslopend, zorgen voor enige onrust bij de onze. Verder een prima gezelschap. Ze vermaken zich uitstekend, ondanks het slechte weer.

Het ontbreken van wifi brengt roet in het kersteten. Geen contact met niemand. Net als gisteren. Hopen morgen op goeie verbinding.

Pijin in de onderrug. Nieren? Of een koudje gevat? Halverwege HH laat ik het glas rum voor wat het is, excuseer me en ga naar bed, voel me zweterig. Het wordt een slechte kerstnacht van draaien en draaien.

Eerder al – gelukkig – verzond ik mails met het bericht ‘Merry Xmas and a Happy New Year, begeleid met een fotootje van ‘onze branding’, op een moment dat het zonnetje schijnt. Op de voorgrond loopt een mini-kokosboom uit. Drie jaar geleden in de grond gepoot.

Zaterdag, 26 december 2020.

Arthur en Menchie vertrekken om 9 uur naar Puerto, waar ze twee nachten zullen blijven en komen daarna weer naar hier. Ik zwaai ze uit, m’n pyama nog aan. Wel voel ik me beter dan gisteravond. Toch weer liggen. Tot 11 uur. Een echte rustdag, want ook in de middag heb ik siesta. ‘s Avonds is de pijn praktisch weg.

Pinkie laat, net als gisteren verstek gaan. Haar dochtertje is ziekelijk en behoeft zorg van eigen mammie. Mogelijk is ze maandag weer hier.

Mijn zusje Marijke is vandaag jarig, maar wat we ook proberen we krijgen haar niet aan de lijn. Morgen misschien?

Aan het einde van de middag ga ik naar de slaapkamer en wil een woordenboek uit de boekenkast pakken, maar die zit vast aan de plank. Dan zie ik allemaal lichtbruine troep ernaast en weet meteen: anay, termieten. Wat blijkt… op één plank staan de kartonnen dozen met exlibris tegen de muur achter de boekenplank. Een doodzonde, want termieten weten dat instinctief. Alle andere planken hebben niks, maar deze plank, met 13 kartonnen doezen en een paar boeken is het slachtoffer. Aan Happy Hour wordt alleen maar gedacht en Judy en ik slepen dozen en boeken naar de tafel buiten. De ene doos na de ander gaat open en de mieren moeten eruit. Dat lukt redelijk goed en na anderhalf uur buffelen staan de dozen binnen, in de woonkamer, op de vloer. Ook de aangevreten plank. Alles bestoven met gif, ook het deel van de muur achter het boekenrek. Wat een smerige klus. Morgen verder.

We drinken een glas rode wijn op de hopelijk goede afloop, en nógmaals, net als bij de lunch op m’n jarige zusje. We eten er wat kaasblokjes bij. Verder nergens trek in.

Zondag, 27 december 2020.

Pas halverwege de dag realiseer ik me dat het zondag is. Vreemd, gewoonlijk weet ik het al bij het wakker worden. Waarschijnlijk komt het door Kerst, dan een tweede kerstdag die er niet is en dan een derde die een zondag blijkt.

Op de buitentafel maak ik 2 van de 13 dozen exlibris schoon. Ik kijk blad voor blad na, vind natuurlijk nog de nodige dode termieten en één levende, maar daar blijft het bij. Veel gekrab met een mesje om het achtergelaten vuil weg te halen. Aan de weggegeten delen van het opzetkarton én aangevreten boekmerken valt niks te doen.

We pakken de draad op wat betreft de culinaire hap, en we lunchen met tarwebrood, Goudse kaas, Filippijnse leverpastei en Italiaanse salamiworst. Plus een biertje, haha, zondag immers.

Internet en wifi blijven uit. Ik schrijf weliswaar m’n dagboek, maar kan het niet op de website plaatsen. Kan evenmin familie en vrienden bereiken. Jammer. Later, later, later.

Maandag, 28 december 2020.

Al vroeg zingen Judy en ik ‘happy birtday dear JeeBee’. Ze is jarig, maar ook nu is contact onmogelijk. Geen internet, geen wifi. Het wordt een eentonig verhaal.

Gelukkig verschijnt Pinkie, na drie dagen van afwezigheid, weer ten tonele. Meteen wordt de B&B onder handen genomen en aansluitend de tuin ontdaan van al het gevallen blad.

Op het terras ontdek ik een krekel, die tegen een opgeslagen stuk hardyflex kleeft, met z’n korte pootjes ver voor de grote vleugels. Wel elke dag hoor je hier krekels zingen en aan de manier waarop menen Pinoy te weten of ze zon voorspellen, dan wel regen. Nu in beeld!

Judy wijst me in haar groentetuin een komkommerplant, waarvan veel gele bloemetjes een rijke oogst voorspellen. Twee kleine komkommertjes beloven al het een en ander. Pipino, ook hier een gewild ingrediënt voor in een salade.

Op de grote tafel van het terras neem ik – net als gisteren – exlibris onder handen. Blad voor blad controleer ik ze op termieten, vind vele dode en enkele nog levend. Met een scherp mesje ontdoe ik de dozen en de bladen van de vuiligheid die die mieren achterlaten. Sommige kostbare boekmerken zijn tot puin aangevreten, maar goddank zijn de meeste gevrijwaard gebleven van enige beschadiging.

Tijdens onze Happy Hour komen Yofil en een vriend, Armand oftewel Pamboy, buurten met een bordje carbonara. Zij eten en het gesprek daarbij gaat over het drinken van bier, hoe je die moet inschenken, hoeveel schuim je wil, waarbij natuurlijk Heineken en Ale toonaangevend zijn. Mooi schuim en geen. Later eten Judy en ik carbonara bij een tv-film.

Dinsdag, 29 december 2020.

Blauwe, wolkloze hemel…. Zou dat betekenen dat we weer kunnen rekenen op wifi? Vooralsnog ben ik ook vanochtend bezig met het schoonmaken van exlibrisbladen. Gelukkig met zon rondom, en een zacht windje vanuit de bergen, hetgeen de luchtvochtigheid ietsje omlaag haalt. Op de prent hieronder is maar al te goed te zien hoe de termieten hebben huisgehouden. Bij dit exemplaar is – gelukkig – alleen het opzetkarton aangevreten en is de houtgravure van tandjes bespaard gebleven. Sommige, ook kostbare, platen hebben het echter ook begeven. Zonde, zo zonde.

Na de lunch pak ik m’n siesta en als ik wakker wordt kan ik Menchie begroeten, die als enige meteen opmerkt dat Santa Claus is verdwenen en dat ik een praktisch baardloze kin heb. Arthur is na aankomst in bed gedoken om aan z’n eeuwige rugpijnen te ontsnappen. Pas om half zes zwerft ie weer een beetje rond, en we pakken een eerste biertje.

Woensdag, 30 december 2020.

Pinkie komt laat vanochtend, en pas dan geef ik de stipkippen te eten. Als die zich tegoed doen aan de korrels, lukt het haar waarachtig er eentje bij de lurven te pakken. De andere mannetjeskippen reageren furieus en gaan al schreeuwend in de aanval. We moeten ze met schopbewegingen van het lijf houden. Judy draait meteen een touwtje om de poten en deponeert het gevangen beest in de bodega, in afwachting de ‘grote schoonmaak’, maar daarover later.

Met aan elk been een steunkous ga ik op strooptocht naar plastic, papier, peuken en glas. Zowel op het strand als op onze privéweg. Met ruim vijf liter rotzooi kom ik thuis en deponeer het in het afvalgat naast de compostkuil, waar ik een leguaan zie wegschieten als ik aan kom lopen. Leguaan, fijn dattie bij ons te eten vindt en ik ben er trots op dat er bij ons eentje vrij rondloopt.

Donderdag, 31 december 2020.

Laat in de middag slaat Teddy aan, want er komt een topdown het erf op met daarin een drietal geiten. Ik kijk op. Geiten? Ja, zegt Judy. Een presentje van JeeBee. Voor ons. Ze worden straks opgehaald voor onderdak bij het huis van Pinkie, waar ook ons varken (opnieuw zwanger) huist.

Laatste Happy Hour van dit jaar met Arthur en Menchie. Dan dineren we met ‘Pintade Hawaienne’. Maar dat valt tegen. Ik had me er bijzonder op verheugd, maar de kip is al één jaar oud en bovendien ‘native’ met heel wat kilometers in de poten. Met andere woorden: grootgegroeid met een ‘hou je taai’, en dat issie. Helaas, helaas. Een toetje met cassave-pudding maakt het echter weer goed, en na een glas bacardi brown gaan we naar bed, waarbij het maar de vraag is of we om twaalf uur wakker zullen zijn. De tijd zal het leren. En dat doet ie: Judy wordt wakker van de wekker en gaat uit bed, maar in de B&B geen sein van leven. Ze ziet Yofil nog, maar die is onderweg naar z’n vrienden. Ik doe nog een oog open, maar val weer weg. Dus het is een gaan slapen met; tot volgend jaar.