Goed volk!

Vrijdag, 15 mei 2020.

Aan alle kanten zie ik vanochtend mensen. Bij de kubo’s aan het strand houdt Yofil zich op met vrienden uit Simunong. Er wordt gegeten, gezongen en gezwommen. Pinkie en de timmerlui hebben hun lunch op ons terras en als zij klaar zijn, eten Judy en ik. Tussendoor komt er een legerjeep met acht mariniers, die gastvrij worden ontvangen, hun eigen prak ophitten in de dirty kitchen en in de tuin van de B&B staan te eten. Met Judy spreken ze af om komende dinsdag te beginnen met het plaatsen van de antennetoren in Tagusao. Op papier is alles geregeld, nu de praktijk.

De hele middag staat in het teken van culinaire uitspattingen. Judy maakt kleine loempiaatjes van eigengekweekte taugé met garnalen. Verder bakt ze pompoenbloemen. In de ‘bloem’, in de paneermeel en in de pan. Het resultaat is een zeer smakelijk ‘schnitzeltje’ met het steeltje er nog aan.

De in aluminiumfolie gestoomde kippenpootjes blijven op de schaal liggen. Het is teveel. Aan twee loempia’s en drie schnitzeltjes heb ik ruim voldoende. Judy ook.

Vanavond, bij de tv eten we de rest en nemen kennis van een verlenging van de lock-down op Palawan tot medio juni. Vreemd, want er zijn geen patiënten met corona bekend op Palawan. Dit zou betekenen dat Yofil nog vier weken hier zou zijn, en dat jong wil weer aan het werk.

Zaterdag, 16 mei 2020.

Mijn moeder, nee ònze moeder (ik ben immers twee zussen rijk) is jarig. Geboren in 1913, overleden 2005. Ook al heeft Judy haar nooit gekend, we zullen haar gedenken tijdens happy-hour vanavond.

Ian is bij de koprahut bezig om de doppen van de kokosnoten te branden tot houtskool. Niet voor tandpasta, maar gewoon voor bbq-avonturen èn voor opoe d’r keukentje.

Judy vertrekt met de motor naar Quezon. Albert volgt haar met de top-down met watercontainers en een lege gastank. Alles wordt weer aangevuld, ook wijn en rum en groentes van de markt. En (het is zaterdag) iets van het rund, het liefst ossentong. Bier en wijn is schier onmogelijk te bekomen, vanwege het aangescherpte verbod van verkoop.

In het stipkippennest liggen inmiddels 10 eieren en ik heb de brutaliteit om er een zestal uit te halen en in de koelkast te leggen. Onder protest van Pinkie en Yofil, die stellig menen dat uit deze koude en onbebroede eieren nog kuikens komen. Ik denk -ook stellig- van niet en ga ze later koken. Op internet lees ik dat eieren van parelhoenders lekkerder zijn dan die van de kip, eend of gans. Ik duim alvast op de bewaarwording van de boodschap. Om 11 uur vanochtend wordt een 11de, nu dus een 5de ei gelegd, na lang aarzelen van de kippen, die blijkbaar onraad roken.

Als de boys rond vijven afscheid komen nemen, krijgen ze hun weekloon mee, met een ‘have a nice sunday’. Elvis vertelt nog iets grappigs aan Judy en moet er zelf hard om lachen. Aldrin lacht mee, al lijkt zijn lachen meer op gehinnik van een paard, zoals altijd. Alleen om die lach al, lach je mee.

Met veel plezier plaats ik een nagekomen picture van Bas in het diepe. Een onderwater genomen foto, waarbij hij zich laat zakken langs levensgrote, maar willens en wetens ongevaarlijke haaien.

Het is een fraaie plaat, die getuigt van een onvergetelijke duik-ervaring tijdens een zeer geslaagde vakantie op Palawan. Uitgeblazen lucht stijgt in een rij belletjes naar de oppervlakte van het water. Uniek.

Zondag, 17 mei 2020.

Warm weer en geen wind. Pfoeh… voorbij de 30°C om 7u15, dat wordt wat. We gaan richting juni met z’n habagat, moesson.

In het oosten van Visayas, langs het eiland Samar en vandaag in Zuid-Luzon raast een typhoon met 150 km per uur. Met de fraaie naam Ambo maakt ie de mensen het leven zuur. Hier hebben we alleen maar een stevige deining van de zee, die een forse branding veroorzaakt. Toch zwemmen. Ikke.

Er loopt een vrouw over het strand en Judy, die haar kent, roept haar. Het is Amilyn en ze komt naar ons toe. Ze geeft me een high five met een ‘belated happy birthday’. En dan schiet me te binnen, dat ook zij op 21 april jarig was. We lachen en we drinken koud water. Voor ze gaat wil ze het nest met de eieren zien. Dat kan… nog steeds vijf. In het midden van het nest zie ik een klein gat, gemaakt door een krabbetje. Als dat de hele zaak maar niet verstoort. De kippen waren al zo zenuwachtig bezig bij het nest. Steeds er naar toe, wat pikken en weer weg. Please, keep your fingers crossed.

Binnen de stamboom stoei ik met de naam Schoonebeek, Schoonebeeck, Schonebeeck, zelfs Schoonebeecx en Schonenbeek. Verwarrend, maar ze komen allemaal voor en één persoon kan – zelfs bij de instanties – verschillende van die afwijkende namen dragen. Zo heet ene Ocke Jans Schoonebeek zelfs net zo makkelijk Okke Tiddes. Maar allemaal hebben ze ergens van doen met de Mudaheerd, en ‘hangen’ aan Claes Ottes van Dijckhuisen te Muda, vandaar.

www.allegroningers.nl helpt me bij het inventariseren en corrigeren, en dan maar kijken hoe wat past. Na eindeloos vergelijken en veranderen lukt het me, vooral dank zij Gruoninga, jaarboek voor genealogie, naam en wapenkunde, 2000, alles kloppend te krijgen.

Een welbesteed weekend!

Bij Happy Hour komen zowel de poezen als de stipkippen ons gezelschap houden. Kris kras door elkaar zijn we als het ware één familie, zonder hier en daar ook maar één halve meter afstand te houden.

De poezen schuiven niet op als de kippen naast hen gaan liggen en de kippen doen dat evenmin.

Met recht: goed volk!