Gezinsuitbreiding

Zondag, 19 april 2020.

Arme Ian. Voor de derde maal timmert hij een kopra-hut. De eerste moest weg omdat die net buiten onze lap grond stond. Dan moet de tweede worden opgeruimd, omdat die precies op de plek staat waar we toegang willen geven naar de kubo’s voor dagjeslui. En zo werkt hij met oud materiaal aan een nieuwe hut. Ook op zondag.

Verder is het rustig. Ik hecht daar, met alle drukte van door de week meer en meer aan.

Overdag is het een lust voor het oog om de drie kittens te zien stoeien met elkaar. En hoe ze de boom in rennen, alledrie tegelijk omhoog, dan draaien, angstvallig naar omlaag en dan een sprong naar de grond. Veilig. Maar dan elkaar bespringen. Met vier pootjes tegelijk omhoog. “Daredevils.”

Bij een vroege schemering zien we aan de horizon weer eens de lichten van vissende fabrieken. Het leven en ook de killing gaat door.

Om acht uur gaan we naar binnen. Televisie met steeds hetzelfde: Corona, met nieuwe berichten en daarna oude films. Zelfs Westerns, met John Wayne, mijn held.

Belangrijk bericht, haha, over te bekomen immuniteit door het eten van spruitjes, spinazie, broccoli, oester en ‘bone-soup’ en niet te vergeten Vit-C.

Maandag, 20 april 2020.

Het leven begint weer. Half zeven, wij aan de koffie. Zeven uur, de boys aan de koffie. Acht uur Judy, Pinkie en ik ontbijten. Yofil met een prak rijst en gedroogde visjes naar opoe, waar ze naast het getimmer hùn ontbijt gebruiken.

Op klompen check ik het strand op plastics en andere zooi. Mooi makkelijk die klompen. Nat zand, heet zand, niks geen problemen.

Joveline komt aan de deur. Verse vis en garnalen. Boeiing komt met z’n top-down om bamboe te brengen. De laatste vracht?

Ian gaat door de tuin om het gras te korten. Toto, zijn jongere broertje, doet dapper mee. Dit is de laatste voorbereiding van de op handen zijnde kopra-klus. Elke drie maanden kokosnoten scoren, branden in de hut en verkopen in Quezon of Tagusao.

Tijdens Happy Hour stoei ik met een toepasselijke tekst, die goed past bij de melodie van ‘It’s crying time’. Let goed op, en zing mee:

We hebben kokosnoten zat
Er is geen kokosnood
Nooit zo veel kokosnoot gehad
Er is geen kokosnood

Na een laatste film gaan we naar bed. Tien uur geweest, een latertje. Morgen jarig, ja ja.

Dinsdag, 21 april.

Judy zingt al ‘happy birthday’ in bed. Zes uur. Tijd om op te staan, samen met de zon overeind. Als ik wat later uit de badkamer kom, zingt Judy alwéér, maar nu met een prachtige bos pasgeplukte bloemen. Wat een vreugde.

Koffie, wij, de boys, opoe komt langs, Pinkie en Yofil, die een verjaarsfoto maakt. Voor in m’n dagboek. Henkie en z’n blommen.

Gisteravond tijdens Happy Beer, vertelde ik Judy van de bevrijding van Roodeschool. Op 21 april 1945. Canadezen halen de laatste Duitsers daar weg.

Prompt krijg ik vanochtend een mailtje van Johan en Jenny, vanuit Uithuizermeeden, die vragen naar de naam van onze website, om de dagboeken te kunnen blijven volgen. Zo leuk, ik kan ze meteen van repliek dienen voor wat betreft het ‘witte huis’ aan de Hooilandseweg, waar de Duitsers ingekwartierd waren. Vijf lange jaren. Ik las het in het boek dat ik van J&J kreeg. Nota bene!

Verder natuurlijk verjaarsmailtjes en FaceBook-berichten. Hartverwarmend. Ik probeer iedereen persoonlijk te bedanken, maar strand halverwege.

Telefoontjes gaan makkelijker en zeker messenger. Marijke en Dielf in Assen konden we heel goed horen, alleen zij ons niet. Mailen lukt altijd.

En zo verging de dag.

Niet te vergeten natuurlijk, dat Yofil vrienden in Simunong heeft uitgenodigd om in de strandhutten mijn verjaardag te komen vieren. Jawel, half Simunong doet zich tegoed aan de schotels van Judy en Pinkie. Rijst, varken, kip, loempia’s, soep, sauzen. Eet smakelijk mensen. Na de hap is het zwemmen geblazen.

Woensdag, 22 april 2020.

De zee is een ‘glasharde’ spiegel en ik haast me (idioot die ik ben, er is alle tijd, maar toch) tot bijna onder water. Drijven en wiegen in een oh zo flauwe deining. De zon brandt, nu er geen adempje wolk te vinden is.

Bij opoe gaat het werk gewoon door, terwijl ik vanuit zee de bewegingen volg. In plaats van een transparante hut als eerder, kijk je nu tegen de wanden van de vier kamers.

Als Pinkie om vijf uur naar huis gaat, krijgt ze als altijd een plastic zak met keukenafval mee voor onze baboy. Je zou het bijna vergeten, maar we hebben bij Liezel en Leo nog altijd ‘ons varken’. Zwanger en wel. Pinkie die er vlak bij woont zorgt voor extra hap. Wanneer de biggen gaan komen? Afwachten maar.

Ian is druk in de weer om de kokosnoten te verzamelen en naar de koprahut te brengen. Karbouw en kar helpen hem daarbij. Prik hier en prik daar. Zo komen de noten in de kar en de karbouw, zo gedwee als maar mogelijk sjokt het vooruit waar Ian z’n handel wil hebben.

Morgen, als het kokos branden begint, op z’n laatst vrijdag, zullen rookwolken de hut uit het oog onttrekken. Ik hoop op zeewind, dan waait de rook bij ons vandaan. Bij bergwind wordt het kuchen.

Via Mail komt een berichtje binnen. Vier mensen in Polen willen hier logeren van 29 december ’20 tot 4 januari ’21. Vol pension. Ik heet ze welkom, noem de kosten. Nu afwachten.

Donderdag, 23 april 2020.

Al vroeg in de ochtend blijkt m’n aow te zijn bijgeschreven op de rabo-rekening. Alle focus ligt nu bij iMoneytrans.eu en met hun hulp maak ik geld over naar een pawnshop in Quezon, zodat Judy het morgenochtend kan ophalen. Maar dat zit me niet glad. Er blijken problemen te zijn bij Moneytrans en er worden systeemfouten in hun computer gemeld.

Mailen en een behulpzaam telefoontje van Melly melden dat. Dat wordt uitstellen en morgen weer proberen.

Vrijdag, 24 april 2020.

Opoe komt aan de deur met de mededeling dat we gezinsuitbreiding hebben. Dat Happy al flink zwanger is is wel te zien, maar de geboorte van twee puppies is vanochtend toch weer eens een verrassing. Ik ga meteen kijken, en ja. Twee kleine, grijze opdondertjes liggen te piepen tegen mammie’s borst. De ene mist een staart, de ander heeft een hazenlip. Wat is hier aan de hand.

Uit Polen komt de bevestiging van de logeerpartij rond de komende jaarwisseling. De royal cabin en de room aloft. Vol pension. Okay.

Vanavond hebben we ‘bone-soup’. Dat heeft niks te maken met bonen, maar met getrokken runderbotten. Oh, wat een lekkere bouillon maakt dat en wat is het vlees in de soep zachtgekookt. We eten bij een blauwzwarte hemel met een traag zakkende smiley. Ik denk aan dat kereltje, JoMary, 2011 en 2013 op Leyte, die naar zo’n maan wees en me engels leerde: Happy!!!

Zaterdag, 25 april 2020.

Judy troont me mee naar haar kweekkamer voor kruiden. Onder een klamboe (nu niet tegen muskieten gericht, maar om de parelhoenders weg te houden) zie ik spinazie groeien, en aubergine. Verderop bloeit oregano. Daar blijven de kippen vanaf. Zeker niet lekker.

Voor de zoveelste maal probeer ik geld over te maken met Moneytrans, maar het probleem blijkt hardnekkig en het lukt me niet. Vanavond laat nog es proberen. En morgen weer. Het moet toch een keer wèl goed gaan.

De branding is terug. De deining is heviger en zorgt voor een pittige surf, die grote klappers maakt. Niks niet zwemmen. Maar vanaf het terras geniet ik van het geweld en verbind ik me met de branding, met de eeuwigheid van dit natuurgeweld, met de eeuwigheid zelve.

Zondag, 26 april 2020.

De afgelopen nacht droeg me door een lichte slaap. Ik hoorde tenminste de stipkippen op de hoogste tree van de trap buiten bij het slaapkamerraam fluisteren met een flinterdun gekakel. Of is het een dromen geweest?

Stoeiend met Aldfaerprogramma’s ben ik even bang de hele stamboom te zijn kwijtgeraakt, maar nee, gelukkig niet. Onder de naam Dijckhuisen was ik eerder opnieuw begonnen de stamboom vorm te geven en heb inmiddels meer dan duizend namen bijeen: van 2018 tot 1588. Het blijft boeien. Ruim vier eeuwen familie-geschiedenis. En er valt nog veel te ontdekken.

En Menno helpt. Op afstand. Opnieuw en opnieuw.

Ook vandaag lukt het me niet om geld te verzenden naar hier. Eergisteren kregen we een telefoontje van Hernandez, chauffeur bij Leonards, dat de shuttles per 1 mei weer op Puerto mogen rijden. Reden voor Judy, nu ik geen geld kan genereren, om despatcher Rooney te bellen en een frontseat voor komende vrijdag te reserveren. Puerto, pinnen, shoppen, en rap retour.

De euforie aangaande Moneytrans is wel even geluwd. Zo jammer, want toen het werkte, werkte het ook ècht. Vlekkeloos ‘s middag overmaken en de volgende ochtend ophalen.

Van Bas kreeg ik een mooie foto toegestuurd. In februari gemaakt, tijdens zijn verblijf bij ons. Ik beschouw het als een kado voor mijn 76ste verjaardag deze week. Iedereen mag meekijken.

Mijn kop, mijn buik, mijn benen, mijn broek, mijn branding, mijn strand, mijn zee. Mijn hemel!

Ook een ‘mijn hemel’ bij opoe. Onlangs twee puppies, vandaag bevalt één van de poezen van drie kittens. Het kan niet op. Haar nieuwe behuizing geef ik nu maar de naam “Huize Tavenier”. Wie Groningen kent begrijpt waarom. Het is een tehuis waar de moeilijker bevallingen plaats vinden. Een pracht van een villa, aan het water tegenover het station. Tavenier. Ook hier.