Familie-reünie?

Zondag, 1 augustus 2021.

Voor de duizendste maal hoor ik het bekende getsjilp van de Palaweño-mussen, die hun nesten hebben in de citroenbomen achter het huis, bij de slaapkamer. En ook zie ik weer het fraaie vogeltje, dat ik beschreef op 27 juli, en waarvan ik maar steeds geen foto van weet te maken.

Vroeger had mijn vader een boekje met de titel “Wat vliegt daar.” Dat ging over vogels die je in Nederland kon spotten. Ach had ik maar zo’n werkje over vogels hier op Palawan. Wat er aan bekends in zou staan is het volgende. Een lukrake opsomming van geziene dan wel gehoorde vogels:

IJsvogel (die zich uit hoge bomen laat vallen om op het strand een krab op te pikken en thuis te brengen),

Zwaluw (in grote getale vliegen ze rond, vaak vlak over de branding; met de exotische naam in het Tagalog: balinsasayaow),

Palawan Eagle (met zijn nest op het eiland dat wij af en toe hoppen; en die majestueus met brede vleugels boven zee of over ons hoofd zweeft),

Nachtduif (die je op de weg naar Sawmill vindt tijdens een rit in donker; vogels die pas wegvliegen als je ze op één meter genaderd bent),

Palaweño mus (waarvan er legio bij ons in de tuin te vinden zijn),

Mangrove duif (nooit gezien, maar elke ochtend te horen met z’n oh zo herkenbare metalen ‘kling – klang’),

Nachtuil (nooit gezien dan alleen in gevangenschap op een stokje en aan de lijn; maar herkenbaar door zijn roep),

Kraai (in de toppen van onze palmen, met veel lawaai en gekrijs en waarvan ik ooit een jonkie op m’n hand kon hebben),

Koereiger (die grote witte vogel, die altijd te vinden is bij dan wel op een grazende karbouw),

Turtuluru of Duifmerel (die naam heb ik hem gegeven, naar aanleiding van het liedje dattie zingt),

Geelborst (dat prachtige vogeltje met z’n knaloranje toupetje dat me steeds opzoekt als ik siesta hou),

Kolibri of Hummingbird (geen dag gaat voorbij of je ziet ze vliegen en hun herkenbare, hangende nestjes zie je altijd wel ergens hangen),

Strandvogels (lijkende op een tureluur en andere, een kleiner soort), Specht (lang geleden gezien én gehoord tijdens een pik-actie in Simunong),

Eend (waar de rijstvogels vol van zijn en waarvan we meer eieren eten dan van de kip),

Gans (enkel een nest met eieren van gezien op het hop-eiland; de vogel zelf was gevlogen). En zo heb ik hier een aantal kortweg beschreven, of moet ik zelf maar een “Wie vliegt daar?” Samenstellen?

Wat ik hier niet heb genoemd? Onze lieve, leuke Lories. Waarover later zeker meer.

Maandag, 2 augustus 2021.

In de vriezer van de koelkast vinden we vanochtend de vangst van gisteravond. Gedaan door Lemuel, die samen met Erik ‘in zee ging’. Ik ben verrast daarbij een echte zeepaling te zien. En verder twee vissen met een super-lange tuit-bek. Ik laat me vertellen dat het ‘Trumpetfishes’ zijn en ik kan dat meteen plaatsen. Nooit eerder gezien, nooit eerder van gehoord. Zeldzame vis? Een foto!!

Vanmiddag beleven we voor de zoveelste maal een wolkbreuk van jewelste en in huis plaatsen we hier en daar een emmer, pan of anderszins om het gedruip op te vangen. En de bank verplaatsen?

Voor de evenzoveelste maal gaan tijdens een hoosbui mijn gedachten uit naar een Chinees gedicht, waardoor ik m’n goeie humeur en optimisme bewaar:

Vanaf de zomer viel er lang geen regen,

De droogte vulde ons met angst en beven.

De kikkers kwaakten zonder resultaat,

De draken leken wel in winterslaap!

Hoe kregen we de sawa’s vol met water?

We konden enkel bij de bibit huilen!

De hoge Hemel kreeg opeens berouw:

Wolken verrezen in een ademtocht!

In wedren gutst de regen van de dakrand

En wijd en zijd richt het gewas zich op:

De knecht houdt op het scheprad voort te treden,

De meid hoeft niet meer in het dal te putten.

Hier geldt met recht: ‘De regen is geen regen:

Hier vallen korrels neer van jade graan!’

Je bank verzetten is een kleinigheid,

Durf ik te klagen dat het dak weer lekt?” Lu You (1125-1210)

Dinsdag, 3 augustus 2021.

Gisteren zijn de twee nog jonge katers, Dublino en Jan ontdaan van hun ballen. Gecastreerd dus. Door ‘alleskunner’ Lemuel, bijgestaan door Jeebee. Ik liet het me vertellen, maar kon aan het gedrag van de beestjes niks daarvan zien. En… dan hebben ze het gisteravond warempel nog gepresteerd om een vleermuis te vangen. Ik heb er de pest over in. Vangen ze een muis? Heel prima. Maar een vliegende muis, daar moeten ze van afblijven. Maar ja, vertel ze dat maar es. Ik vind het lijkje van Batman vanochtend bij de bodega en bekijk het aan alle kanten. Wel voorzichtig, want het zit al vol rode, en dus bijtende, miertjes. Toch een foto.

Ik ben verheugd om tijdens Happy Hour ‘onze huisbat’ vanonder ons dak, waar hij overdag z’n slaapje doet, precies volgens schema – om kwart over zes – ‘uit het niets’ omlaag te zien vallen, het luchtruim kiest om daar zijn hoekse en haakse vluchten uit te voeren, op jacht naar verse insecten.

Vanochtend bij het opstaan had Judy een opgeblazen gezicht en op haar hele lijf bultjes met jeuk. Nooit eerder voorgekomen en ze weet zich geen raad. Dus naar opoe, die -wie weet- mogelijk goede raad kan geven. Opoe: dat komt van de wind! Ik: ja, zou kunnen, maar we leven hier al zes, zeven jaren met wind. Halverwege de middag laat Judy zich ‘behandelen’: Claire heeft een groot bos met lange haren en kan daarmee op het gezicht van Judy slaan. Dat gebeurt. Een uur later is haar gezicht weer enigszins normaal en de bobbeltjes zijn verdwenen. Magie? Misschien.

Ik hou het er op dat het eten van twee uitzonderlijk grote tomaten gisteravond de oorzaak is van deze allergie, die na de lunch van vanmiddag is verdwenen. Maar dat wordt niet erkend. Maakt niet uit. Het is voorbij en iedereen heeft gelijk. Poldermodel.

Woensdag, 4 augustus 2021.

Samen met de vreugde over de nog levende vleermuis hadden we gisteravond een ander groot genoegen. Eén van de vele potplanten van Judy is gaan bloeien en showde ons haar bloemblad.

De “Queen of the night”, een uitzonderlijk fraaie bloem, die – zoals de naam al aangeeft – ‘s avonds opengaat, bloeit gedurende de lange nachtelijke uren, daarbij een heel bijzondere, bijna bedwelmende geur verspreidend. Voor bijen? Voor motvlinders? Hoop het te zien. Later.

Terwijl we ontbijten vertelt Judy, met een lachend gezicht, dat de papegaaien niet alleen met de snavel hun banaan en rijst eten, maar dat ze sinds kort ook hun poten gebruiken om het naar de snavel te brengen. “So human!”

Ik beaam dat en zeg dat het echte Pinoy zijn, die ook banaan en rijst én kip en vis eten met de handen, kortom: “Lories bin’n Pinoy. Dei eet’n ook mit de poot’n.”

Voordat Jeebee en Judy naar Quezon rijden (Post?) komen – volgens afspraak – twee gasten voor een zogenoemde Short-Stay in één van de zolderkamers. Van 8.00 tot 17.00. Prima, ook al geeft het wat rumoer boven m’n hoofd. Beter iets dan niets. Maar het loopt anders. Ze verschijnen pas om 10 uur en vertrekken, zonder iets gegeten te hebben en zonder afscheid te nemen of wat ook met stille trom om 3 uur. Ook prima.

Nog meer prima is de post die Judy meeneemt vanuit Quezon. Post van beide zussen én van Liesbeth. Marijke en Dielf sturen een prachtige strandfoto vanaf Egmond. Tita stuurt me het boek ‘De heks Limbricht’ samen met een Kerstkaart plus een foto van haarzelf, genomen in 1986 op het plein van Ksteel Limbricht, waar ik toen werkte, haha. En verder een pakje van Liesbeth met vijf doosjes tandenstokers, extra thin, hier niet te krijgen. In NL wel en zo krijg ik ze tòch. Medics, toegestuurd door Dr. Muda, dentist. Alzo vermeld om de douane niet te verleiden open te breken en te laten verdwijnen. Dus, zo is het vanmiddag feest, met zoveel leuke post. Het voelt als een familie-reunie! Morgen ga ik iedereen bedanken en dit dagboek op de website zetten.