“Eet onze hond maar op…….”

Maandag, 20 september 2021.

Vandaag is het een kwestie van schoonmaken. De kubo en de loft. Oh, en natuurlijk lees ik de tekst die de gasten, uit de pen van Erika, in ons logboek hebben geschreven. Het is een lovend bericht, waarbij we – als bijna altijd – een pluim scoren. Zowel de plek met haar strand en zee, als de hosts. Heerlijk om te lezen….

Halverwege de ochtend krijst Jeebee naar Pinky om mee te komen en ik zie ze samen rennen over het strand. Evenals twee honden, waar de kippen al alarm om sloegen. De meiden draaien naar rechts en stoppen onder de kokosbomen benoorden onze tuin, achter opoe d’r huisje. Even later komen ze weerom met verdrietige gezichten. De honden hebben het jongste geitje te pakken genomen. Het beestje lag doodgebeten in het gras.

Als Judy, die in Quezon is, terugkomt en het slechte nieuws hoort, gaat ze samen met Jeebee naar de eigenaar van de hond om verhaal te halen. Reactie: Oh, erg vervelend, maar we hebben geen geld en kunnen niks vergoeden. Je mag onze hond doodmaken en opeten!

Met die boodschap gaan de meiden naar de barangay om de klacht te deponeren. Daar wordt aangestuurd op een afspraak op komende woensdag met Jeebee en de eigenaar van de hond. Ook deponeert Judy meteen de klacht die we hebben betreffende het drogen van gevangen vis op rekken bij onze zuiderburen. Het geeft een smerige vislucht af, die met ‘gunstige’ wind onze kant op komt. Met gaste Erika als getuige, die er een klacht over schreef in een aparte brief. Ook deze zaak wordt aanhangig gemaakt. Met andere woorden: wordt vervolgd. Langdurig.

Als we later aan tafel zitten na te praten over de ochtend, komt er een mantis, een bidsprinkhaan, bij ons op tafel zitten. Jeebee weet er iets leuks mee. Ze buigt zich naar het beestje toe en vraagt of ie weet hoe ze heet. Het diertje luistert duidelijk uit, knikt dan met z’n koppetje, poten en gaat bidden. “Weet je dat ik Jeebee ben?” En weer bidt de mantis. Grappig.

Dinsdag, 21 september 2021.

Judy en Jeebee knorren op de motor naar Quezon. Ze komen in de stromende regen terug. We kunnen nog net samen lunchen, vooraf aan mijn siësta. Tijdens m’n dutje komt een groepje zingende jongeren langs. In optocht over het strand. Het blijkt te gaan om een trouwerij, en wel van een moslimmeisje van 17 jaar, die in een soortement kist naar de plek van het trouwen wordt gebracht. Onzichtbaar voor haar aanstaande man, tot het ‘moment suprême’ daar is.. De party zal een aantal dagen beslaan, is de verwachting.

Woensdag, 22 september 2021.

Judy en ik lopen naar de barangay omdat daar de uitreiking van de National ID gaat plaatsvinden. De eerste stap is eerder gezet, toen foto’s en vingerafdrukken werden geregeld. Nu krijgen we een bevestiging uitgereikt, onder de naam Step2. Dat wil zeggen, een bevestiging voor Judy. Niet voor mij, omdat ik geen Filipijn ben. Later zal ik apart een oproep krijgen, en daarbij mogelijk naar Puerto moeten. Nee, het is zoals bij de krabben op het strand: ‘de dingen’ lopen wonderlijk.

Een uurtje nadat we weer thuis zijn komt de kapitan van de barangay bij ons aan de deur. Even denk ik nog dat ik toch een ID-bevestiging krijg. Maar nee. Hij wil morgen een twaalftal gasten bij ons onderbrengen. Voor één, mogelijk twee nachten. Prima, prima, hartelijk dank, want er wordt prompt voor de eerste nacht betaald. 1.500 peso’s! Kunnen we goed gebruiken. Nu hopen op verlenging, haha.

Donderdag, 23 september 2021.

Al vroeg gaan Lemuel en Judy naar Puerto. Ik slaap door tot zes uur, kom uit de veren en maak koffie. Only the lonely, maar best prima.

Pinky prepareert de kamers voor de gasten. Ik mag niet helpen. Dus lees maar wat. In afwachting. Tegen zes uur, bij m’n eerste kouwe klets, komen de gasten: auto, motoren en tricycles. Het zijn er maar negen in plaats van twaalf. Ze installeren zich voor zover nodig en nemen beslag van de dirty kitchen, waar ze hun avondeten gaan bereiden.

Al snel komen ook Judy en Lemuel thuis. Alles goed gegaan. Ze heeft kunnen pinnen en dus boodschappen meegenomen. Lemuel werd tijd bij het Rode Kruis geholpen voor corona-test, maar z’n vlucht is gecanceld, uitgesteld naar een later tijdstip. Judy en ik vieren een drukke happy hour. Familie en gasten.

Met Moneytrans, die een nieuw opgemaakte website heeft, krijg ik ruzie betreffende mijn persoonsgegevens. Ik zou moeten aanvullen, maar heb alles compleet. Middels een e-mail krijg ik genoegdoening. Ze veranderen het een en ander en ik kan weer geld overmaken. Dankzij medewerkster Bahija, die mijn hulp en toeverlaat blijkt. Voor de duizendste maal. Ik slaap op rozen, ook al hoor ik de gasten muziek maken en zingen.

Vrijdag, 24 september 2021.

Sommige gasten hoor je nooit. Deze wel. Ik wordt wakker van hun luide gescharrel in de buitenkeuken en ik maak koffie voor Judy en mij. Tijdens het ontbijt komt een van de gasten ons een kom met gegrilde garnalen brengen. Geweldig. Gisteren al kregen we krab toegeschoven. Dit is echt Pinoy: uitdelen als je wat hebt, en ze hebben, blijkt wel. Judy wil naar Quezon voor de laatste boodschappen en bij de pawnshop de overmaking oppikken.

Later zie ik vogels op het strand. Waadvogels, niet te verwarren met wadvogels. Wat ik hier zie lijkt op een grutto, sorry, drie grutto’s. Plus een kleiner soort, dat driftig heen en weer rent. Ik meen het te herkennen als een strandlopertje. Die zag ik veel op Svalbard.

De stipkippen rennen ook over het strand. Speciaal als er mensen lopen. Kinderen vermaken zich door de kippen te lokken en dan weer te laten schrikken. Met als gevolg dat ze vaker en vaker hun toevlucht nemen tot de boom voor ons huis. Lekker veilig. Waar ze zich overigens flink tegoed doen aan miertjes en ander kruipend kleingoed.

Nog 92 dagen!