Dublina, Barça, Piet en Jan.

Vrijdag, 18 december 2020.

Nogmaals een strooptocht op zolder levert m’n kerstmuts en het kleine kerstboompje voor in de B&B op. Het is bij een zaklamp zoeken geblazen, want we zitten de hele dag weer es zonder stroom. Geen internet, geen wifi. En ieder klaagt over ‘low bat’ in de cellphone. Communicatie? Nul komma nul.

Tijdens Happy Hour vertelt Judy hoe ze donderdagochtend vroeg in de duisternis door Ian op de motor naar Sawmill is gebracht en hoe ze in het licht van de motor op de weg een groot stinkdier zagen liggen. Uiterst voorzichtig reed Ian langs de skunk, die gewoon op de weg bleef liggen. Uiterst voorzichtig om te voorkomen dat het beest alarm zou slaan en naar de weggebruikers zou ‘spuiten’ met een luchtje die je de komende uren en misschien dagen niet kwijt raakt. Gelukkig is het goed afgelopen. Op de terug weg was het dier in geen velden of wegen te bekennen.

Op de grond, naast het aanrecht van de dirty kitchen zie ik een plant met het begin van kleine bloemetjes in het hart. Ik schiet in de lach, want het doet me denken aan een nestje met kleine, hongerige jonge vogeltjes die hun bekje open hebben om een wormpje van mammie-vogel op te vangen. En ik vraag me af hoeveel ‘vogeltjes’ er nog zullen volgen. Mooie plant, mooie bloempjes…..

Vroeg in de avond flitsen de lampen aan. Er is weer stroom. We eten een Italiaanse salade met Hollandse kaas en kijken spannende een tv-film, The Day of the Jackal. Dat wil zeggen tot bij negenen. Dan valt de stroom weer weg en gaan we maar naar bed.

Rond elven slaan de honden aan en blijven maar blaffen. Judy gaat kijken wat er loos is. Drie aangeschoten mannen staan bij ons huis…. en roepen ‘Tao Pò’, ‘goed volk’. Maar niks niet goed volk en Judy verwijst ze naar de beach-kubo’s en loodst ze zo bij ons vandaan. De honden komen tot rust en wij verder ook.

Zaterdag, 19 december 2020.

Wakker worden zonder stroom. Van het nachtelijk bezoek gelukkig geen spoor meer. We ontbijten en Judy motort om acht uur naar Quezon.

Ik verdiep me in een boek van Herman Melville, Typee, ooit eerder gelezen en nu op herhaling. Bijna aan het eind van het verhaal vertelt hij iets over de taal van de Typee (een stam in een vallei van de Marquises-eilanden in Polynesië, waar hij vier maanden verbleef) en wijst er op dat veel woorden bestaan uit verdubbeling, als powie powie en moewie moewie. Ook schrijft hij over de manier van praten, waarbij de zinnen altijd eindigen met een verhoogde toon. Beide zaken herken ik in het Tagalog. Pinoy praten op dezelfde manier, gepaard gaande met veel gelaatsuitdrukkingen om gebruikte woorden met diverse betekenissen duidelijk te hebben. En verder herken ik ook in Tagalog veel dubbele woorden: araw araw (altijd), sama sama (allemaal), pak pak (vleugel), pay pay (waaier), gabi gabi (knolvormige groente). Alsof ik in Polynesië woon, ha ha [dat laatste is dus in Nederland, waar ook gesproken wordt over pa pa, ma ma].

Eindelijk gaat Judy op de foto met de vier kittens. Ze hebben na een kleine twee weken opgroeien de oogjes open. Twee meisjes: de totaal rooie heet Dublina, de roodgevlekte Barça, nostalgie van eerdere poezen. Twee boys: Piet, die met het meeste zwart, haha en Jan, dus wat minder zwart. En mammie tijdens de fotosessie maar mauwen en mauwen.

Zondag, 20 december 2020.

Drukke dag. Pinkie komt in alle vroegte on de B&B na het schoonmaken van gisteren in te richten voor de gasten die vandaag gaan komen. Judy is in de keuken in de weer met voorbereiden van de maaltijden. Zes lunches en zes diners, Yofil die vandaag ook komt, en opoe meegerekend. In de dirty kitchen zie ik haar bezig met eigen gekweekte gember, waarvan ze het groen – dubbel gevouwen en als een mooi kerstpakketje samengebonden – gebruikt om smaak te geven aan een sausje. De knolletjes worden gedroogd voor later.

Even na enen komt Yofil het terrein op rijden. Gevolgd door Pamboy, die vanaf Puerto is meegekomen. Een uurtje later verschijnt de shuttle, met Arthur en Menchie, die tot 2 januari te gast zijn in de B&B.

En zo hebben we met vijf man een druk bezette lunchtafel, met krab, kreeft, gerookte zalm (!!!), groente, rijst en ijsbergsalade. Een goed begin van de logeerpartij. Vanavond eten we heuse kroketten met kip. En drinken een biertje. Net echt. Na de maaltijd komt het cadeautje van Arthur en Menchie op tafel. Een fles Bacardi Gold, waarvan ik het bestaan nooit heb geweten. Nu wel. Plus vier kleine glaasjes, en we proosten op van alles en nog wat, maar vooral op een goed verblijf de komende weken. Bij kaarslicht, want Paleco laat ons – bijkans de hele dag – weer es in de steek.