Dependance voor gasten.

Zondag, 31 mei 2020.

Kapitan en hanengevechten. Een apart verhaal. De hanengevechten vallen onder de lock-down regels en worden derhalve illegaal gehouden. Vandaag. De kapitan van de barangay, zou het moeten verbieden, maar in plaats daarvan is hij deelnemer. Daar komt bij, dat hij geld inlegt voor de weddenschappen die er bij gehouden worden. Niemand weet wat voor geld het is. Privé of gemeenschapsgeld. De hele situatie zou stil gehouden zijn, als niet één iemand er met z’n mobieltje een foto van had gemaakt en aan de grote klok gehangen. Een politieke rel in de regio. Geen idee hoe zoiets uitpakt. Boetes, gevangenis of doofpot.

Ian en z’n broertje Toto leggen de laatste hand aan het hek bij opoe d’r huis. Een echt huis, dankzij de extra kamers. Van huisje of hutje is geen sprake meer.

Het is een duidelijk aanwezige ‘DEPENDANCE’ voor evt extra gasten. Groot onderdeel van ‘ons dorp’.

Ik ben heel blij dat het na vele weken werken klaar en presentabel is. Alleen de berg zand moet nog weg, haha.

Pinkie vertrekt na de lunch. Een halve dag is voldoende om de kubo weer schoon te hebben en klaar voor volgende gasten.

Maandag, 1 juni 2020.

Als een zondag zo rustig. Pastor en Erik zouden komen, maar niet vandaag, want Erik is in Quezon. Morgen, beloven ze.

De maand is om en we maken de administratieve balans op. We hebben niets te klagen. En dat doen we dan ook niet.

Beer krijgt een wasbeurt, opnieuw. Nu in de wasbak van de dirty kitchen, met head and shoulders. He loves it. Daarna drogen in de zon en z’n vacht is wollig als nooit tevoren.

Dinsdag, 2 juni 2020.

Het is weer zover. Pastor en Erik verschijnen in alle vroegte, drinken hun koffie, nemen hun ontbijt en gaan aan de slag met de put in het veld. De put waaruit we water pompen voor de watertoren, en waarop al maanden provisorisch een deksel op ligt van verzameld hout en dekzeil. Dat gaat er nu af en er komt een betonnen dak op. Met een mangat om bij tijd en wijle de binnenwand schoon te maken.

Woensdag, 3 juni 2020.

De boys gaan verder met de afbouw van de put. Tijdens de lunch is het ‘dak’ al mooi bolrond met een weg te nemen toegang naar omlaag voor een innerlijke schoonmaak. Pastor spreekt over zijn verjaardagstaart, de grootste in Palawan ooit. “A birthday-cake in the grass, how come?”

Vanmiddag bestrijkt hij de zijkant, rondom, om het mooi af te leveren. Bij de happy bye bye vragen we ons af hoeveel kaarsjes we er op kunnen branden, haha.

Half tien in de ochtend komt er een groep van zo’n slordige 15 gasten. Ze gebruiken twee van de drie strandhutten. Het lijkt een familie-reünie. Gelach, geschreeuw, de bbq aan, kinderen die zwemmen. Niks geen social distancing. Feest. Goed voor onze portemonnee. Huur voor 1 dag 1 hut slechts 500 peso’s, 2 hutten 900 en 3 hutten 1200 peso’s. Zegt het voort.

En onderwijl ben ik vanmiddag bezig me met de reparatie van het toilet van de gastenkubo, wat een kwestie is van gebroken onderdelen verlijmen, nota bene met behulp van op maat gesneden stukjes hout van een bbq-pen. Na ruim een uur passen, snijden en lijmen zet ik het geheel weg om te harden. Morgen op z’n plek en duimen voor een goede afloop.

Van het een komt het ander. De gasten bij de strandhutten hebben het stik naar hun zin en er rolt een principe-reservering uit voor een andere groep, via de moeder van Erik, die er een verjaardag wil vieren. Plus een date naar een toekomstig weekend voor een Bed & Breakfast voor twee personen.

Bij het vertrek zwaaien we ze uit en ze zwaaien terug. “Met handen, armen, benen en stoelen!”