De citroen bloeit!

Maandag, 27 april 2020.

Tussen de verschillende stroomstoringen door heb ik gistermiddag kans gezien om met Moneytrans (de hemel zij dank, het werkte weer) geld over te maken naar een pawnshop in Quezon. Dus….. Judy gaat vanochtend op de motor er op uit om het geld te halen. Geen pinnen, maar innen. En dan meteen de hardwareshop betalen, de slager betalen en water en bier kopen. En medicijnen en andere huishoudzaken. Morgen kan Albert het met de top-down ophalen.

Eerder schreef ik al dat de aubergine en de spinazie in Judy haar baby-kamer gevrijwaard blijven van de vraatzucht van de stipkippen, die overigens de plek ontdekt hebben, waar op en net op hoge palen, visjes worden gedroogd.

Niet dat ze op de visjes uit zijn, maar wel op een hoge plaats om veilig te zitten. En overzicht, dus controle te hebben en te houden. In ieder geval halen we de visjes weg. Wel zo hygienisch.

En de spinazie? Rechts: die groeit maar door. Zonder vraat. Gewoon veel blad en natuurlijk groen. Links de aubergine. Blauw muskietennet.

Dinsdag, 28 april 2020.

Koningsdag. Ik trek een extra vrolijk t-shirt aan. De twee kleine rood-wit-blauwe vlaggetjes wapperen in het zonnetje. Zonder wimpeltje. Jammer.

Judy motort naar Tagusao, dat wil zeggen, naar de lap grond van Rammel en Katleen, waar Daner de zaak beheert. De mariniers willen daar graag een steunpunt opzetten en er moet dus een en ander worden geregeld. Na uitgebreid bellen met Rammel in Italië wordt de zaak in gang gezet.

We lunchen later met avocado, gevuld met garnalen-mayo. Lekker, lekker, en dan vissoep met veel groenblad. Filippijnse bouillabaisse.

‘s Middags breekt de pleuris uit. Het begint met windstoten, kort maar hevig. In de verte zien we de hemel verduisteren en dan opeens zitten we in het halfdonker. Lichtflitsen schichten langs de horizon en de poezen kruipen weg onder de bank als de donder knallend over ons heen rolt. Regen ranselt op het dak en zet buiten de tuin onder water. Le deluge!

Bijna twee uur duurt deze zondvloed. Wat een water. Als het voorbij is breng ik droge kussens naar de stoelen op het terras. Happy hour volgt. Maar wel met een trui aan, want de warmte is uit de lucht. Achter het huis hebben we weer een vijver en duizenden kikkers vieren feest. De koning is jarig, haha.

Woensdag, 29 april 2020.

Vandaag zijn de boys, na twee dagen elders gewerkt te hebben, weer paraat. De septictank bij opoe moet klaar.

Pinkie blijft weer es een dag weg, zonder bericht, taal noch teken. Judy overweegt om Liesje weer in dienst te nemen. Voor drie dagen per week, en Pinkie idem dito. Zes dagen werk is teveel voor één iemand.

Happy hour bij een fantastische zonsondergang. Het verleidt me tot een spontane haiku:

Purperrood afscheid

van de zon in zee;

op kousevoeten volgt de maan.

Donderdag, 30 april 2020.

Een nog altijd vertrouwde en feestvolle datum: Koninginnedag. Maar het is niet meer. Niet daar, niet hier.

Toch is het zonnetje weer volop aan het schijnen, alsof de defile’s in aantacht zijn, de plantsoenen vol met jonge verkopertjes, met spullen beladen dekens op het gras. Maar nee, pure nostalgie. Misschien in 2021.

Vrijdag, 1 mei 2020.

Een nagekomen foto van Bas, gemaakt tijdens het afscheid in februari, bij Sawmill, alweer zo ver weg. De weken en maanden vliegen voorbij. Over vliegen gesproken: mijn tickets voor juli en augustus liggen in de la van het bureau, maar… het is nog steeds de vraag of ik er gebruik van zal maken. Natuurlijk zou ik graag de reis maken en familie en vrienden weer eens ouderwets bezoeken. Kan het, of kan het niet. Nog steeds maar afwachten.

Halverwege de ochtend komt er bezoek. Tim, met z’n top-down rijdt het erf op en ik hoor het vertrouwde “I just come to say hi!’. Hij wil geen koffie (I have my own water), ik wel. We praten bij. Over, allicht, de situatie van het thuis moeten blijven en de social distancing, Quezon en Puerto (met één corona-dode, geen bekende zieken / ongekend voor een zo toeristische stad)

De zus van Tim, ook in Kansas City is als frontliner naar New Jersy gestuurd en verdient daar nu zoveel geld, dat ze een vakantie naar Palawan wil gaan ondernemen. Tim beloofde haar een mooie b&b aan het strand: shamans-beach.

Als de timmerboys komen lunchen gaat hij terug naar z’n huis in de bergen achter Sawmill, en ook ik maak plaats. Bye, bye Tim, see you later, and regards to Melodee, your wife.

Judy is in Simunong om wat simpele boodschappen te doen. Maar, een hele verrassing, ze komt terug met een ‘voedselpakket”. Te weten een zak met 25 kilo rijst, koffiepoeder, zeep, zout, pandesal en weet ik wat nog meer, Van de overheid. Ook zo’n portie voor opoe. Te gek gewoon. Iedereen krijgt het, je hoeft maar onder een dak te wonen en je hoeft er maar voor te tekenen.

Zaterdag, 2 mei 2020.

Ook vandaag geen Pinkie. Zonder enig sein blijft ze weg, vanaf woensdag al. Judy benadert Liesje met het aanbod van 3 dagen per week hier, maar die moet het met Leo bepraten, vanwege haar zorg voor de dieren.

De boys zijn er wel en knutselen de keuken voor opoe in elkaar met hollow blocks, cement, een aanrecht van kahoy, plywood en hardyflex.

Dat wordt een heel moderne keuken, maar het is duidelijk dat ze haar stijl van koken niet zal veranderen. Het blijven dezelfde zwarte pannen en ketels op een zelfde vuurtje van hout en houtskool.

Alleen is er straks wat meer ruimte om te bewegen. Het oude keukentje is wel erg krap en klein. Én ze krijgt hier stromend water uit een echte kraan. Wat een luxe…..

Als de boys om vijf uur afscheid nemen, krijgen ze tot hun verrassing hun weekloon. Niet gedacht, wél betaald. Iedereen blij. Ze hebben er hard genoeg voor geknokt, terwijl ik digitale Volkskranten lees, werk aan de stamboom, sudoku’s doe en wat zit te lezen.

Tijdens een al schemerige Happy Hour krijgen we te maken met ‘natuurgeweld’. Uit een boomstronk, waar een soort agavebladeren op groeien, vijf meter bij ons vandaan, zien we gaasvliegen uitzwermen, recht omhoog. Honderden, zo geen duizenden. Ik kan m’n ogen niet geloven. We rennen om ramen en deuren dicht te doen. Ook ga ik snel de lamp bij de drie kubo’s aan doen. Dat werk geweldig en we zien een giga wolk van insecten bij die lamp, ver van ons vandaan. We proberen een kaarsje op de terrastafel, maar nee, gauw uitblazen. We blijven in halfdonker ons drankje drinken, er is maanlicht en dat is genoeg.

Bij Tagusao zien we ontstoken vuren, ook bij Look en achter ons huis bij de buren, Bertha. Vermoedelijk is de combinatie van maanlicht, temperatuur en wat verder nodig is goed voor het uitzwermen van mierennesten, vliegende mieren. In wolken…

Als dan ook nog de stroom wegvalt, eten we -buiten- ons prakje noedels, bij maanlicht. Hoe romantisch.

Zondag, 3 mei 2020.

Als ik vanochtend ga kijken bij de lamp bij de kubo’s waar ik gisteravond zoveel vliegen zag, zie ik enkel vleugeltjes op de grond. Geen spoor van insecten. Krijgen we te maken met een mierenplaag in de toekomst? Geen idee, maar het enige wat ik zie is… vrede en rust.

Dat is in de boomgaard ook het geval en Judy wijst me op de citroenboom, waar bloesem in zit. Wow, eindelijk citroenen in de toekomst. Ik vergelijk het blad van deze struik met die van de naburige citroenbomen en zie dat ze verschillen.

Bovendien hebben de andere bomen nooit bloei gehad, alleen maar veilige vogelnesten, veilig vanwege de vele gemene stekels aan de stam en takken. Geen poes die daar in klimt. Nou, okay, de ene boom vogels, de ander bloemen en citroenen.

Het lijkt vandaag een ‘show-dag’ te worden, want na de bloem mag ik een pup vasthouden voor een foto. De puppie met de hazelip is doodgegaan, maar deze -staartloos- heeft zin in het leven en de moedermelk. Een soort van dichtgegroeid ligt de kleine in m’n hand en Judy klikt voor het plaatje. Grijsgrauw monster, wat zal er van worden.