De beer is los…

Woensdag, 27 mei 2020.

De bloei van de wilde orchidee met z’n tijgerbloemen zet door en we maken er een plaatje van. Hoewel ik eigenlijk wilde wachten tot de hele tak vol bloemen zit. Misschien later nog een keer. Hier komt ie.

Ik kan niet nalaten het aantal bloemen en knoppen te tellen en kom op 59 stuks, terwijl de tak nog niet is volgroeid. Wow.

We lunchen met de laatste palmhart, met vlinderpasta en garnalen.

Vanmiddag staat alles in het teken van ‘morgen naar Puerto”. Van zoonlief Yofil althans. Gisteren de was gedaan, vanmiddag gevouwen en gepakt. Spullen verzamelen die mee moeten. En daarna nog naar z’n vrienden in Simunong. Pamboy, oftewel Armand gaat morgen mee naar Quezon.

En ook Judy, om een en ander voor haar eigen geplande reis naar Puerto te regelen.

Als Yofil -laat- terug is van Simunong eet hij snel op waarlijke Pinoy-wijze, z’n avondhap. Stevig gehurkt met z’n voeten plat op de keukenvloer, en allicht gewoon eten met de vingers. Je zou bijna zeggen: met handen en voeten.

Donderdag, 28 mei 2020.

Ik lig in zee te drijven als een schrille kreet vanaf het terras me duidelijk maakt dat iedereen naar Quezon gaat. Snel eruit en afscheid. Bye, bye, tot..? Daarna plons ik weer, want het water is warm en de zon schijnt.

Later sleutel ik weer eens aan m’n stamboom. Menno houdt me vanaf Rijssen goed wakker. Daarnaast heb ik de moed opgevat om via de site van ‘allegroningers’ een alleen ‘Muda’ in te toetsen en vind 31 pagina’s, met 760 meldingen van geboortes, overlijdens en huwelijken. Met veel overlappingen, blijkt, maar toch kan ik rekenen op nieuwe ouwe gegevens, dus aanvullingen en hier en daar een correctie. Dit werk houdt me van de straat. En hoewel ik het bestempel als een verslaving, noemen anderen het een geslacht-ziekte, haha.

Als Judy halverwege de middag thuiskomt weet ze te vertellen, dat Yofil pas morgenochtend doorreist naar Puerto, want hij moest alsnog een health-certificate bemachtigen en dat dat kost tijd.

Ons Happy Hour is weer als vanouds, rustig en ongestoord. Met weerlicht boven Tagusao en achter de noordrivier, zwarte wolken wijzen op zwaar onweer, maar de windstilte zuigt de donderklappen op.

Judy heeft haar bierflesje leeg en zegt me: ‘Ik sta droog!’. Mijn reactie is subiet: ‘Bawal ma ubusan!’ (verboden droog te staan). Zo leren we elkaar te begrijpen.

Vrijdag, 29 mei 2020.

Samen zwemmen. Kan niet uitblijven.

Opnieuw heerlijk stoeien met de stamboom in het programma van Aldfaer en ‘allegroningers’. Ook nu de nodige aanvullingen en wijzigingen en ik geef zelfs ene Elizabeth Klaassens Muda in de 18de eeuw een paar andere ouders, de èchte; wat zal ze blij zijn. Bovendien geeft het programma haar automatisch de juiste broers en zussen, geweldig.

De volharige pup van Happy, gaat steeds meer op een beertje lijken, niet alleen vanwege die volle vacht, maar ook het feit dattie geen staart heeft, en heet dan ook Teddy. Hij wordt door Judy onder de douche gezet en het beestje geniet er zichtbaar van, loopt steeds terug naar de kouwe straal. Lachen.

Losgelaten in de huiskamer ontdekt ie het volle waterbakje voor de poezen en terwijl twee poezen argwanend afstand houden probeert ie wat te drinken.

Om daarna dom en onschuldig weer door de ruimte te hobbelen. Goed voor een plaatje.