Balinsasayaw…

Vrijdag, 13 november 2020.

Geen werkers vandaag. Alleen ouwe, trouwe Pinkie. Yofil zou in eerste instantie vandaag naar Puerto vertrekken, maar nee, dat wordt zondag.

In het gras bij het terras zie ik zeewier liggen. Een kleine twee meter van het muurtje, hetgeen betekent dat de vloed van vannacht het water tot een meter van het terras af heeft gebracht. Ik plaats in de opening van het muurtje een op maat gezaagde plank als barricade tegen eventueel hoger water. Safety first.

Toch hebben wij een soort rustdag na gisteren. Zeker nu we praktisch alleen zijn en veel privacy hebben. Dus mooi tijd om de huiskamertroep, die vanwege het verven van de vloer, in hoeken staat opgestapeld schoon te maken en een definitieve plek te geven. Zo gaat mijn bureau naar bij de ramen, met uitzicht op strand, branding en zee.

Zaterdag, 14 november 2020.

Al vroeg hoor ik buiten iemand roepen. Tao po. Goed volk. Een vrouw met haar zoontje aan de rokken komt twee palingen brengen. Makano? Wat kost het? 120 pesos, ruim twee euro. Verkocht! Judy maakt ze meteen schoon in de wasbak bij de dirty kitchen en twee zakken met aal-moten verdwijnen in de vriezer. Ik kom met de camera aanlopen, en mevrouw pakt onmiddellijk de palingen weer uit en geeft die aan zoon-lief. Op commando ‘smile’ geeft ie een goeie grijns weg en ik kan afknippen. Zo wordt een kereltje vereeuwigd. En ook de palingen, haha.

Vrienden van Yofil willen een videoke-feestje bouwen en vragen of dat (betaald) bij onze beach-kubo’s mag. Ja, als de muziek om vijf uur stopt. Dan komt de hamvraag: vijf uur in de middag of vijf uur in morgenochtend. In de middag, natuurlijk, 17.00 uur. En zo gaat het feestje naar verre buren aan het strand. Wij blij.

Zondag, 15 november 2020.

We slapen uit tot kwart over zes en worden wakker van geroep bij de voordeur. Lege bierflesjes worden door de feestgangers teruggebracht. Bier, met name sterk bier, Red Horse, werd voor het feestje nota bene hier gekocht en meegenomen naar de party.

In alle rust bereiden we onze tocht naar Puerto voor. Aankoop van een marmeren blad, samen met (uitgemeten) 7 tegels van 60×60, wat uiteindelijk 28 tegels van 30×30 zal worden, spullen voor de elektriciteitsleiding naar het washok, pijpleiding, bochtjes en een kraan, ook voor het washok. Alles voor pastor en Erik, voor de komende week.

Tussen de middag hebben we een echte zondagse, lichte lunch. Een verse salade met feta, stukjes kipfilet en volkoren taco. Gezond of niet?

Met een biertje. Allicht.

Tussen de lunch en mijn siesta heb ik een whatsapp gesprek met Bas. Met videobeelden, die het contact wezenlijk verlevendigen tot een soort reünie. Hij laat z’n huis van binnen zien, kamer, slaapkamer, keuken. Soraya. De planten. Achteraf mis ik Sarah, de husky. We spreken af dit vaker te zullen doen. Komt goed.

Maandag, 16 november 2020.

Opnieuw half drie op, met de riedel van afgelopen donderdag. Al voor half negen zijn we bij een open en druk bezet SSS om mijn levensbewijs voor m’n AOW geregeld te krijgen. Daar is een kleine twee uur voor nodig, maar dan heb ik het ook. Vervolgens naar Robinson, waar we bij Greenwich een lasagna eten, geld pinnen en dan met een tricycle naar Wilcon. Rond twaalven staan we klaar met alles en komt de shuttle ons halen. Samen met de tegels en een marmerblad van 240×60, dus dat is hijsen om het op z’n kant in de van een plek te geven. Tussen de passagiers door, haha. Maar ‘t lukt. Onderweg [ terwijl dit een rit is om te bewijzen dat ik nog leef ] zien we vandaag twee dode, aangereden honden, drie poezen en een jonge leguaan. Doodzonde.

Even over vieren zijn we thuisgebracht. Als altijd klimmen passagiers uit de shuttle om foto’s van onze plek en van zichzelf te maken. Half vijf is iedereen weg. Pastor en Erik ontfermen zich over de aankopen. Marmer staat tegen de buitenmuur: “don’t touch!”

Ik leg pastor en Erik uit, dat we de SSS in Puerto bezochten, omdat de SVB in Nederland, de instantie die me mijn oudedags-pensioen uitbetaalt wil weten of ik nog wel leef. Dat betekent een persoonlijk bezoek, formulieren invullen, bij en door de SSS en door een burende notaris. En zo vertel ik de boys, dat ik op die manier te weten ben gekomen dat ik nog leef. Het bewijs ervan krijgen we op papier mee. Hoera! Daarna vertrekken ze lachend (tevreden met mijn uitleg en uitslag) onder een paraplu in een stromende regen. Judy en ik, we zijn weer net op tijd thuis. Droog en dorstig.

Dinsdag, 17 november 2020.

Sinds afgelopen weekend krijg ik geen wifi. Te wijten aan het slechte weer en aan de daarmee samenhangende atmosferische storingen, zo is het verhaal. Het begint er inderdaad op te lijken: in de ochtenduren zonneschijn en ‘s middags onweer.

Woensdag, 18 november 2020.

Vandaag komen onze vrienden, Arthur en Menchie, weer logeren in de kubo. Pinkie heeft de zaak weer netjes op orde als ze met de topdown van NoNoy tijdens de vroege middag arriveren. Leuk, leuk. We praten bij en ‘pakken een siesta’.

Ze genieten van hun heater, die zorgt voor heet water van de douche, en luieren in de ligstoelen, die we meebrachten van Puerto. De kubo draagt inmiddels met recht de naam Royal Kubo.

Tijdens happy hour komt een zwaluw, die onder ons dak huist, op bezoek door een plaatsje te nemen op de aan de buitenmuur hangende degenkrab. Wat een eer valt ons toe. Ik maak er een fotootje van en mag van de zwaluw gerust dichtbij komen. Tot op een halve meter, en nog blijft ie rustig zitten. Pas als ik weer in m’n stoel plof vliegt ie weg. Zo leuk. Zwaluw, dus. In het tagalog: Balansasayaw, letterlijk: balletdanser. Eén van de eerste moeilijke woorden die ik leerde vanwege het feit dat we – samen met schoonzus Virginia en Victoriano – in Puerto Princesa in een tuin-restaurant met die naam af en toe gingen. Niet vergeten: ‘Balinsasayaw!’

Donderdag, 19 november 2020.

Na het gezamenlijke ontbijt gaan Judy en Menchie op de motor naar Quezon. Arthur nestelt zich met z’n leesboek op zijn balkon, ik op ons terras, met een ander boek, haha. Als de dames terugkomen is de dag al zowat voorbij en eten we samen paella met garnalen en kip.

De boys hebben het aanrecht vandaag voorzien van tegels en het kookeiland is klaar voor het plaatsen van een marmerplaat, die vandaag op maat is geslepen. Morgen…

Tijdens de avondmaaltijd gaat het licht uit, weer aan, weer uit, weer aan, weer uit, en ik trek een parallel naar mijn levensbewijs: ik ben dood, nee, ik leef, nee dood, nee ik leef… pas als het licht weer permanent brandt verzuchten we met z’n allen: we leven… én we eten er lekker van.

Het hoog water van de afgelopen nacht heeft het meegebrachte zeewier op de rand van onze tuin gedumpt, met als voordeel dat we met laag water een breed en schoon zandstrand hebben. En voor de zoveelste maal verbaas ik me over de nauwkeurigheid van de getij-meldingen op de kalender. Vloed: 2,1 mtr. Eb: -0,5 mtr. En het klopt wel zo ongeveer. Onze kalender? Net de Enhuizer Almanak.