Auteur: Henk

10 jaar…

Zaterdag, 10 oktober 2020.

Het wordt een eentonig verhaal: elke zaterdag pastor en Erik, en steeds de keuken onderhanden. Vandaag komen de laatste twee kastjes in het kookeiland. Volgende week de laatste likken verf van Erik.

Per maandag, de 19e oktober, komt het duo weer de hele week werken. De vloer in de living gaat erin, haha. Drie inches dik.

Zondag, 11 oktober 2020.

Rustdag. Maar allicht nog wat boeken stouwen. Verder lezen, puzzelen en niks.

Met een goed glas witte wijn bij de lunch. Niks mis in deze wereld, haha.

Maandag, 12 oktober 2020.

Ian verschijnt al vroeg in de ochtend en gaat het gras, samen met z’n broertje als hulp, kortwieken. Dat betekent dat er nog deze week kokosnoten worden geoogst voor kopra. Vertrouwd beeld. Elke drie maanden.

Judy klampt een vrouw op het strand aan. Ze loopt met een pas gevangen barracuda. Judy wil de 14de een boodle fight organiseren en kan de vis heel goed gebruiken. Voor zowel de grill als voor kinilaw. Voor 400 pesos neemt ze het over en verdwijnt in de dirty kitchen om het beesje schoon te maken. Aansluitend motort ze naar Simunong om blokken ijs. Ijs en vis gaan in de grote ijsbox, waar het veilig is voor de warme dag en hongerige poezen.

Dinsdag, 13 oktober 2020.

Judy motort naar Quezon en prompt verschijnt Albert met z’n topdown met 10 zakken cement, twee kratjes bier en flessen wijn, ons lustrum van morgen indachtig.

De ochtend besteed ik opnieuw met het kloppen van boeken.

Na de siesta open ik de laptop en zal een berichtje schrijven. Maar het scherm blijft donker en ik krijg geen contact, met niks. Ik vrees dat de batterij het begeven heeft. Hier moet ik actie op ondernemen. Ik prijs me gelukkig de iPhone te hebben en schrijf daarmee enkele emails.

Tijdens happy hour zitten vier stipkippen verscholen in de boom naast ons. Hilarisch beeld, zeker met daarbij ook nog eens in stereo hun herrie. De overige twee scharrelen in het gras, links en rechts pikkend naar jonge blaadjes en insekten. Teddy loopt rustig langs ze heen, alsof de kippen niet bestaan. Nu eens geen jagen, wat ie af en toe speels doet.

Woensdag, 14 oktober 2020.

Feest. Judy en ik kennen elkaar op de kop af 10 lange jaren. Met samen optrekken, eerst in Como, toen in Nijmegen, daarna mixen tussen Leyte, Mindanao en Palawan. Dat laatste dus al bijna 6 jaren.

We vieren het met een boodle fight als lunch. Met pastor, Erik, KinKin, Mayo, Yofil, opoe Tarsing, Pinkie en Judy. Kinilaw, spagetti, garnalen, mihoen, kokostoetjes, lekker.

‘s Middags ruim ik opnieuw boeken, als Judy me vraagt even te komen kijken, en neemt me mee naar m’n bureautje waar ik de iPad open zie liggen. En aan! De iPad staat aan! Al hoeveel maanden ligt ie in een stoffig hoekje als afgeschreven en nu staat ie aan. Judy gebruikte de oplader van de iPhone op de iPad, en het begon op te laden. Dit is een verrassing. Zeker omdat dinsdag de laptop het begaf.

We maken meteen plannen om vrijdag naar Puerto te gaan, enerzijds om voor de iPad een charger te kopen en anderzijds om de laptop te laten repareren, als dat nog kan.

We vieren bij zonsondergang met een extra biertje ons eerste decennium. Samen.

Donderdag, 15 oktober 2020.

Natuurlijk boeken kloppen. Het zijn zowat de laatste en de kast in de slaapkamer oogt vertrouwelijk. Helemaal thuis, met boeken, grammofoonplaten en dozen exlibris.

Van Arthur en Menchie horen we dat ze de volgende week enkele dagen willen komen. Als alles meezit, zullen ze nogmaals met de moeder van Daner in gesprek gaan en ‘hun beachlot bij Tagusao’ mogelijk weten te bemachtigen. Ik hoop waarachtig dat het hun lukt.

Vrijdag, 16 oktober 2020.

Als Judy en ik om vijf uur door Ian en Yofil in de ochtendschemering op de motor naar Sawmill worden gebracht, komt daar als we arriveren op hetzelfde moment Leonard’s Shuttle aanrijden en we ‘stappen over’. Na een rappe rit, zonder stoppen voor ontbijt, komen we om half negen aan in Puerto Princes. Een reis van slechts drie uren, waar normaal gesproken vier voor nodig zijn. Judy en ik zijn de enige passagiers.

Onderweg geniet ik van de zonsopkomst, de bergen die van donkergrijs, lichtgrijs naar zachtgroen kleuren, de blauwe hemel met de van regen zware en donkere wolken. Alles zo vertrouwd, maar acht lange maanden niet gezien, door mijn thuisblijven. Ik ervaar het als een vakantie en blijf kijken, links, rechts. Omhoog de bergen in, omlaag naar waar de bruggen over de rivieren gaan.

Ik merk op dat de wegen nog dezelfde zijn als in februari. De cementwegen liggen ongebroken voor gebruik en aan de rough roads is niet gewerkt. Die laatste zou juist nu goed kunnen worden voorzien van cement, want er is maar weinig verkeer in deze coronatijd. We worden tweemaal aangehouden bij een covid-control, waar we een briefje met naam en gegevens moeten invullen. Waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe en waarom. Geen probleem.

In Puerto gaan we eerst naar de SM. Met de laptop naar de winkel waar die gekocht is. De ‘technicus’ van de winkel legt de pc aan de charger en constateert hetzelfde als wij: hij doet niks. Ik vraag of ze de accu willen bekijken, maar dan verwijzen ze naar een ‘Service Bureau”. Buiten de SM. Slechts tien minuten rijden.

Maar dat doen we niet. In de SM vind je op verschillende standjes voor repair van mobieltjes, pc’s, etc etc. We zoeken er eentje op en de man die ons helpt schroeft meteen de onderkant eraf en gaat speuren. Het is 10 uur en ik rammel, dus ik zeg ehem dattie maar z’n gang moet gaan en dat wij gaan ontbijten. Bij Seattle’s Coffeebar neem ik een omelet met toast en Judy een sandwich, plus twee moca. Lekker. Drie kwartier later zijn we bij de laptop terug en de techniker showt grijnzend het scherm: blakend van gezondheid! ‘Accu gewisseld?’, vraag ik. ‘No, sir’ lacht ie, ‘he was just corrupt inside, just like the gouvernment!’. Ik betaal hem 25 euro en we gaan.

Nu naar de Mac Store, met de iPad. Eerst handen wassen met alcohol, dan onze gegevens invullen in een MacBook op de ontvangsttafel. Ook de net gemeten temperatuur (pistool op je voorhoofd) en onze leeftijden vullen we in. Dan wordt de iPad nagekeken en goed bevonden. Wel kopen we een nieuwe charger en gaan naar buiten.

Na wat verse groentes te hebben gekocht gaan we de mall uit en gaan met de tricycle terug naar de terminal. In haast, want het is voorbij twaalven en de shuttle vertrekt om half één. Maar we zijn op tijd, en nu met negen passagiers gaan we op weg. Ik krijg medelijden met de bestuurder, Doetz, dezelfde als vanochtend. Het regent watervallen en van de twee wipers op z’n voorruit werkt alleen de rechter, zodat hij ons met matige snelheid door de Niagari moet maaien. Al bij al komen we om half zes bij Sawmill aan, vijf uur na vertrek, waar we door Ian en Yofil worden opgepikt. Nu gelukkig snel thuis.

In het halfdonker en dan duisternis drinken we ons biertje. Droog, bij het geluid van een harde branding. Heel tevreden met deze dag. Een werkende laptop, iPad en iPhone. Morgen ermee aan het werk. Voor nu, na deze lange, lange dag alles weer heel, en Judy en ik min of meer kapot. Lekker slapen. Oant morn!

Zaterdag, 17 oktober 2020.

Vanzelfsprekend -nu laptop en Ipad weer werken- bekijk ik binnengekomen emails, die de afgelopen tijd zijn binnengekomen. Van de laptop is dat van slechts één weekje. Van de iPad zijn dat een slordige acht maanden. En natuurlijk zijn daar mails bij van m’n zus Marijke. Met een leuke foto van heel vroeger. Een foto, die ik hier in m’n dagboek plaats.

Zowel ‘meidje’, zoals we haar noemden, als ik op klompjes. Klaar voor avontuur in het dorp van Roodeschool. Jaren ’50 zal dat zijn geweest. Bij de achterdeur van vrouw Baar, de buur.

Later meer….

Scroll Up